27 februari 1915

33e brief  zaterdag

Mijn liefste Emma,
Ik ben heel blij mijn vrij moment te gebruiken om met jou te praten. Ondanks de sneeuw, heb ik geen last van de kou. Overdag is het fantastisch weer maar ’s nachts vriest het en de sneeuw smelt dus bijna niet.
Ik ga heel goed, godzijdank. Het is echt een zege want diegene die hier ziek is, is echt niet gelukkig. We brengen enkel de gewonden of de erg zieke soldaten naar achteren. Je moet begrijpen dat als we dat voor minder zouden doen, veel zouden proberen. Je zou misschien heel gelukkig zijn als je precies wist waar ik ben maar dat kan ik onmogelijk zeggen. Het is verboden zulke informatie te geven maar je moet begrijpen waar ik ben of waar ongeveer.
Ik heb al lang geen nieuws gehad van de tante van de familie Orges. Is zij jullie komen opzoeken? Ze zou het erg lastig vinden voor haar boerderij aangezien haar boerin het waarschijnlijk niet zal kunnen doen. Als men aan al deze aardse dingen zou denken, zou men heel veel problemen hebben. Ook vraag ik je niet te veel verdriet te hebben voor deze aardse zaken maar vertrouw in het Eeuwige en Hij zal je niet vergeten.
Je ziet hoe dankbaar we moeten zijn voor alles wat Hij voor ons doet. Voor mij, heeft Hij ervoor gezorgd dat ik altijd heel uit de gevechten kwam waar ik aan heb deelgenomen. Soms leek het dat ik geraakt ging worden maar dat het toch niet gebeurde. Ik heb ook steeds nieuws gehad van jou wat voor mij een grote troost is. Ik denk dat je steeds de waarheid vertelde en dat je nooit zieker was dan wat je zei. Voor jezelf ook moet je bekennen dat het een zege was om steeds contact met me te kunnen hebben.
Dat God een einde maakt aan deze oorlog en dat we allen opnieuw in vrede kunnen leven. Maar laten we hopen dat deze zware beproevingen anderen kunnen helpen en dat alle Christenen er sterker uit komen.

Ik kus je
Reymond

Advertenties

26 februari 1915

32e brief     Postzegel van Le Thilot Vosges

Mijn liefste Emma,
Gisteren heb ik je snel een kaart gestuurd om je op de hoogte te brengen dat ik van sector veranderde. Het is nu sector 141 in plaats van 40. Ik schreef de kaart in de trein maar nu zijn we op onze bestemming aangekomen. We hebben 27uur gereisd in wagons voor dieren. We zaten als haringen in een pot. Ik heb nog nooit zo slecht gereisd. We hebben het niet koud gehad maar toen we uit de wagon stapten, beseften we dat het klimaat was veranderd. Overal waar we keken, lag er sneeuw. De dennenbomen stralen iets fëerieks uit met hun gebogen takken. We hebben nu geen vlak uitzicht meer maar mooie bergen die voor de meesten versierd zijn met bomen. Dit is het land dat wij, Alpinisten, het meest waarderen omdat we getraind zijn deze bergen te beklimmen. Ze zijn hier niet even hoog als in de Alpen. We zijn nog ver van de frontlinie. Ik weet niet of we hier lang zullen blijven. Ik verblijf samen met mijn sectie, dit is over 50 man, op de zolder met hooi van een kleine boerderij. De eigenaar is heel aardig geweest met mij. Voor een vergoeding heeft hij mij een bed gegeven.
Ik hoop enkele dagen in dit dorp te blijven. Iedereen is hier vriendelijker met soldaten dan waar we vandaan komen. Het enige waar we hier bang voor kunnen zijn, zijn koude voeten. In de sneeuw zal het niet gemakkelijk zijn ze te verwarmen. Ik hoop dat ik het zal verdragen. Het is nu februari, de lente is op komst. Laten we hopen dat de vrede ook op komst is zodat iedereen naar huis kan. Dat God’s wil geschiedt. Elke dag brengt iets nieuws met zich mee, laten we de moed niet zakken. God in zijn liefde zorgt voor ons.
Terwijl ik je dit schrijf, ben ik in de kamer van die lieve mensen. Ze hebben een grote familie. 7 kinderen waarvan de oudste soldaat is, een jonge dame van 17 jaar en 5 andere kinderen die jonger zijn. De kleinste is een jaar en 2 maanden oud. Toen ik begon te schrijven, sliep hij in zijn wagentje die als wieg dient maar nu speelt hij met dozen. Zijn zus van 3 jaar speelt ook naast hem. Dit doet me denken aan mijn kleine Georges. Oh! Wat zou ik hem graag willen zien, en jij ook al was het maar voor een paar uurtjes. Maar dit is helaas onmogelijk. Misschien zal ik hier beneden nooit meer die vreugde kennen. Wat doen jullie daar? Zijn jullie in goede gezondheid? Ik denk dat je vader niet hervallen is. Kan hij het kleinste werk doen? Jullie hebben waarschijnlijk veel werk met de beesten en om ze proper te houden. Ik vraag me af hoe jullie dit in de lente kunnen doen.
Ik dacht dat ik je veel te vertellen had maar ik weet al niet meer wat ik je moet vertellen. De kinderpraat van deze kleine kinderen doet me aan zoveel denken en brengt veel herinneringen naar boven.
Ik zal waarschijnlijk een paar dagen geen nieuws van je krijgen aangezien ik van land ben veranderd zal de post wat vertraging hebben.
Ik zei in een vorige brief dat ik je al je brieven ging terugsturen. Het pakketje is nu klaar, ik wacht alleen nog op de mogelijkheid om deze te versturen. Wat betreft de postwissel zal ik het niet voor 7 of 8 dagen kunnen opsturen.

Ik eindig mijn brief met een dikke kus en omhels je in gedachten tegen mijn hart.
Heel veel kussen aan onze Georges van mij.

Je liefhebbende man,
Reymond

Mijn brief van 25/2 heeft geen nummer. Ik ben het vergeten te nummeren, het is nr 31.

22 februari 1915

30e brief maandag    Sector 111

Mijn lieve kleine vrouw,
Wat moet je het jammer vinden om maar zo weinig nieuws van me te krijgen. Verontschuldig me als ik het niet gedaan hebt maar het was onmogelijk. We waren tot nu in de loopgrachten, de waakdienst was zwaar. In zes dagen heb ik exact elf uur geslapen en ik viel niet gemakkelijk in slaap. De buren die we naast ons hadden vertrouwde ik niet.
We moesten ze van dichtbij in de gaten houden. De eerste dagen hadden we een paar onbedekte plaatsen waar we doorheen konden kijken om ze te zien aankomen maar ’s nachts was het donker en dit maakte ons werk wel moeilijker. Het was enkel met het gehoor dat we konden weten of ze dichterbij kwamen. De laatste dagen waren we in bossen in hakhout, we zagen overdag niet verder dan 20 meter. ‘S nachts amper de tip van onze neus. Vooraan waren de bomen omgekapt, met een bijl of een geweer. Het ziet er echt verschrikkelijk uit. De takken en de stammen liggen op de grond. Dit alles vormde een onontwarbaar geheel en was voor ons een zekerheid dat onze buren (de Duitsers) niet bij ons konden komen. We hoorden ze heel dichtbij op hout lopen maar zagen ze niet. Ondanks de vermoeidheid en de slaap vielen diegenen die waakten niet in slaap. Ze deden allen hun plicht. Er was evenveel voedsel als wanneer we verlof hadden. Het enige nadeel was dat het minder warm was en dat, door de weg die genomen werd van de loopgrachten naar onze uitkijkpost, er aarde in kwam. Je kan je inbeelden dat men niet kan lopen door kale velden.
De plaats waar de keukens zijn, is een paar kilometer terug. De loopgracht waar we door lopen is heel nauw, de bodem heeft ongeveer 35 tot 40 centimeter en boven 0,m55. Ze is ongeveer 2 tot 2m30 diep. Je ziet hoe moeilijk het is om door te lopen met een pan in elke hand. We moeten zijwaarts lopen. Nu zijn we in verlof. Je ziet de slechte dagen zijn verspreid.  We rusten uit, ik heb bijna mijn slaaptekort ingehaald. Over enkele dagen zullen wij opnieuw naar de loopgrachten gaan zodat andere kunnen rusten.
Ik heb je laatste brieven, nr 37 van 16/2 en een kaart dat geen nummer had van 16/2, ontvangen. Het spijt me dat ik je geen langere brieven kan schrijven, ik kom tijd tekort. Ik heb zoveel te vertellen maar ik durf niet alles te schrijven uit schrik dat het censuur de brieven tegenhoudt. Ik denk niet dat wat ik je net vertel afkeurenswaardig is. Het geeft geen beweging van de troepen weer.
Mijn liefste kleine vrouw, hoe vaak denk ik niet aan jou en wil ik je zien en in levende lijven tegen je spreken. Maar de Heer beslist daar anders over. We kennen Zijn gedachten niet. We kunnen Hem vertrouwen want Hij kent onze behoeftes en Hij laat de dingen goed gaan voor diegenen die van Hem houden.
Wees niet ontmoedigd, misschien dat Hij ons binnenkort herenigt.
Wanneer je me schrijft, kan je je adres in de hoek van de enveloppe zetten zodat, als er iets zou gebeuren, de brieven gemakkelijker terug bij jou komen. Laten we hopen dat dit niet gebeurt.
Is je papa genezen? En lijdt je mama niet? Onze kleine Georges is waarschijnlijk vaak bij hen. Ik kan me inbeelden dat hij nu kruipt en veel plezier heeft. Kijkt hij niet op tegen de kou?
Je vertelde me in je laatste brieven dat Lydie van de familie Bonnet je is komen opzoeken en dat jullie heel lang gepraat hebben. Jullie gesprek was waarschijnlijk niet erg vrolijk ondanks het feit dat jullie elkaar veel te vertellen hadden. Jullie hebben de leegte die onze afwezigheid veroorzaakt moeten voelen.
Als ik kan, stuur ik je over enkele dagen nog een postwissel van vijftig frank. Ik hou er niet graag veel op zak dus stuur ik ze liever aan jou op. Ik ontzeg ze me niet, ik ga goed en heb niets nodig.
Liefste Emma, ik heb niets meer interessants te vertellen. Ik probeer je snel opnieuw te schrijven.
Je zult binnenkort een pakket ontvangen met de brieven die je me hebt gestuurd. Ik vind het heel jammer dat ik ze moet terugsturen maar ze beginnen een kleine last te worden. Wanneer ik tijd heb, herlees ik ze. Het is een echte vreugde voor me.

Vaarwel schat, ik kus je zacht en omhels je.

Ja man die van je houdt,
Reymond

19 februari 1915

29e brief

Liefste Emma,
Je verlangt waarschijnlijk naar nieuws van mij. Gelukkig had ik je gewaarschuwd dat ik een paar dagen niets ging kunnen schrijven. We zijn nu op het front. Onze loopgrachten zijn goed. Het kan de vijandelijke projectielen aan en er zijn niet veel deuren. In tegenstelling, onze geschut heeft veel schade toegebracht aan de Duitsers.
Je vraagt je waarschijnlijk af hoe ik slaap. Wel, we slapen niet veel omdat we maar 150meter van de Duitsers verwijderd zijn. We slapen dus met maar 1 oog dicht. Je moet niet denken dat we hier meer risico lopen dan elders. Tussen hun loopgrachten en de onzen staan barricaden. Ze kunnen ons niet verrassen.
Wat vervelend is, is de modder. Aangezien sommige loopgrachten vol modder staan, wisselen we af met andere Compagnies. Vandaag gaan we wisselen. Ik vertel je er in een andere brief over. Onze slaapplaatsen zijn 2 tot 2,5 meter diep onder de grond gegraven. De kamers zijn maar 1,30 meter hoog, ik moet me dus vaak bukken. Het dak bestaat uit boomstammen bedekt met aarde. Het is niet erg droog. Om door te stromen, zijn de mijnen 2 tot 2,5 meter diep waardoor we nooit bovengronds gaan.

Vaarwel schat, ik ben gezond en ik omhels jullie teder.
Reymond

Ik heb je 35e brief van 12 februari ontvangen, waarvoor dank.

16 februari 1915

28e brief  Muret

Mijn allerliefste,
Ik maak even gebruik van dit moment om je een paar zinnen te schrijven. Ik heb gisteren twee brieven van je ontvangen, nummers 17en 19. Ik dacht dat nummer 18 verloren was gegaan maar die heb ik vandaag ontvangen, samen met een brief van de tante van de familie Orges en een lange brief van mijn broer. Wat was ik blij met je gedichten en zoveel details die je in je brieven gaf. Dit stelt me gerust. Maar alsjeblieft, verspil niet zo veel energie voor me, je bent te goed.
Ik ben zeer blij dat je niet ziek bent. Je mag geloven dat ik ook niet ziek ben. Ik ben nu helemaal hersteld van de vermoeidheid die we voelden. Onze slaapplaats is prima. Ik slaap nog steeds op stro maar ik kan mijn schoenen en geweren kwijt. We zijn bovendien niet bang voor de projectielen, we zijn er ver van. We horen de schoten goed maar we lopen geen gevaar. Het blijkt dat we geen oorlog meer voeren maar helaas merken we snel dat we er vrienden en kennissen aan verloren zijn. Ik denk aan Durant en Pourret. Hun vrouwen zullen het heel moeilijk hebben.
Ik beef voor je indien ze jou dat nieuws kwamen vertellen. Dit maakt me het droevigst, niet voor wat er mij overkomen zou zijn. Je vertelde mij over mevrouw Argaud, ik denk hetzelfde als jou. Als haar mijn niet op het front was geweest, was ze nooit naar hem gebracht geweest. Laten we hopen dat God ons toelaat elkaar opnieuw te zien. Oh! Wat voelt het goed om in Hem te vertrouwen en Hem te kennen. Ja schat, we zien bewijzen van zijn goedheid. Hij overgoot ons met zijn goedheid ondanks onze gebreken. Dat hij ons toelaat tot het einde met Hem te mogen lopen.

Vaarwel mijn kleine vrouw. Ik laat het zo voor vandaag en kus je.
Je man die aan je denkt en die je graag ziet
Reymond

P.S. ik ben vergeten te zeggen dat ik een graad omhoog ben gegaan. Ik ben nu adjudant-chef. Deze graad bestond niet toen ik begon. In een andere brief leg ik je uit welke rechten deze titel me geeft.
Zet steeds hetzelfde adres

14 februari 1915

27e brief

Mijn liefste vrouw,

Ik heb net je brief en je pakket van 10 februari gekregen. Ik bedank jou en je moeder heel erg voor de moeite die jullie gedaan hebben. Bedank haar in mijn naam. Het had niet op een beter moment kunnen komen. Vanavond vertrekken we voor 4 dagen naar de loopgrachten en daar is de keuken ongeveer verzorgd. Ik ben heel blij dit te hebben ook al verzwaard het mijn tas. Hij is al erg zwaar eveneens als mijn voederzak.

Ik hou ervan eten mee te hebben, men weet hier nooit wat er kan gebeuren. Ik zal je in detail vertellen wat ik met me meedraag. Als goederen heb ik in mij tas drie paar kousen, een trui, een onderbroek, twee zakdoeken, een kleed uit flanel en een andere gelijkaardig van vorm maar groter en gevoerd, een sjaal, een bivakmuts die ook als nachtmuts dient, vilten zolen voor in mijn schoenen, een celluloïde kraag, een das, een handdoek die ik mee heb genomen vanuit thuis, een borstel voor kleren, een doosje waarin ik schoensmeer doe, twee paar veters, draad, naalden, een beetje wol en een groot naald om mijn kousen eventueel te kunnen naaien, knopen, een tandenborstel, een zeepje, een kam voor mijn baard of mijn haar want ik heb nu een lange baard.

Ik denk niet dat je me zou herkennen. Ik heb twee batterijen voor mijn zaklamp. Meestal heb ik ook nog één of twee kaarsen zodat ik licht kan hebben op het kamp want elke keer mijn elektrische zaklamp gebruiken zou te duur zijn. Elke batterij kost tussen 1fr25 en 1fr50 en gaat 10 uur mee. Ik heb er verbruikt sinds ik de zaklamp heb, sinds ongeveer een maand. Ik gebruik hem wanneer we bij een kamp aankomen om het te herkennen of als ik een stap wil zetten. Eén druk op de knop en men heeft licht. Dit is echt handig. Ik heb in mijn tas nog briefpapier. Op dit moment heb ik er ook de worsten in die je me hebt opgestuurd, ongeveer een kilogram aan chocolade en 3 blikken paté. Je kunt je inbeelden dat hij goed vol is vanbinnen. Buiten is er een jas,

Gedurende de week van 5 tot 10 februari heb ik wat pijn gevoeld aan mijn knie en de bloedstroming bij mijn linkerheup. Soms werd ik twee of drie keer wakker van de pijn. Overdag voelde ik niets. Nu voel ik niets meer, de pijn is helemaal verdwenen. Ik heb nooit moeten hoesten of ben nooit verkouden geweest sinds ik hier ben. Als ik iets voor zou hebben, zou ik het je zeggen, wees daar maar niet ongerust over.
Dezer dagen, gisteren en vandaag, zijn er enkele buien. We zullen opnieuw modder hebben. We zijn er zo aan gewend dat we het niet meer opmerken. Ik heb samen met je brief een kaart van de familie Baudy gekregen. Deze is van 9 februari.
Doe ze de groeten wanneer je ze ziet. Ook aan al onze vrienden.

Vaarwel schat. Ik kus je op beide wangen en omhels je.
Je man,
Reymond

P.S. Ik schrijf je zodra ik kan maar het kan dat ik 3 of 4 dagen niet kan schrijven. In de loopgrachten is dit niet echt gebruikelijk.

10 februari 1915

26e Brief

Mijn liefste Emma,

Vandaag kan ik je niet lang schrijven omdat het al laat is. Ik heb mijn zus Emma geschreven en voor ik ga slapen kan ik niet weerstaan toch even met je te praten. Wat ik niet zou geven om enkele momenten met jou te kunnen delen maar helaas ben je zo ver. Ik denk voortdurend aan jou. Ik vraag me steeds af of je niet ziek bent. Er zijn ook dagen dat ik ontmoedigd raak omdat alles nog steeds hetzelfde is. Ik herinner me alles wat je voor me deed en wat je deed om aantrekkelijk voor me te zijn. Ook hoeveel ik van je hou, veel meer dan wat je denkt. Ik vraag de Heer jou te zegenen en je te helpen met al deze beproevingen. Ja schat, wees moedig. God kan ons herenigen, ons lot ligt in zijn handen. Hij kan ons overal houden. Ik heb gisteren gehoord dat in het dorp waarin we zijn een protestantse veldprediker is maar ik heb hem niet gezien. En aangezien we morgen vertrekken, zal ik hem waarschijnlijk niet zien. Ik vind het echt jammer. Als ik je vandaag schrijf is om je mee te delen dat mijn adres een beetje veranderd is. Je moet nu zetten

Secteur Postel Nr40 in plaats van Nr 43.

Voor het Bataljon en de troepen is het net hetzelfde.

 

Zachte kussen,

Reymond.

8 februari 1915

25e brief

Tijdens het lezen, volg de nummers op de pagina’s. Ik heb me tijdens het schrijven vergist.

 

Mijn liefste Emma,

Je kunt niet geloven hoe goed je brieven me doen. Alle details die je mij geeft interesseren me erg veel et het is een plezier om je brieven te lezen. Ik schaam me echt dat ik je geen langere brieven schrijf. Ik zal je dus vertellen wat ik rondom me zie. Het zou voor iemand anders dan jij heel onbelangrijk klinken.

Maar ik denk niet dat mijn geopend worden en ook al zouden ze geopend worden, maak ik me niet veel zorgen. Ik zal er niets in zetten dat verboden is. We mogen niets zeggen over de plaats van de troepen noch over waar we ingekwartierd zijn.

Gisteren zijn we naar een ander dorp verhuisd. We hebben maar twee uur moeten lopen – het was dus niet heel vermoeiend. Dit is deels ’s nachts gebeurd. Toen we hier aankwamen, hebben we in een schuur geslapen. Heel mijn Compagnie, 230 man, ligt aan de ene kant. Aan de andere kant, staat een rij runderen. Er zijn er ongeveer 30. Momenteel mesten we de stal uit en snuif ik de geur van de mest op. Het maakt niet uit. Ik slaap liever hier dan in de zolders. Ondanks de tocht was het hier toch warmer.

Vandaag is het heel mooi weer. Men zou denken dat het opnieuw lente is. Laten hopen dat het zo verder gaat. Je vraagt je zeker af hoe ik slaap. Ik slaap heel goed. In het midden van de schuur staan houten kisten die gebruikt worden om het keizand op te stapelen van de machine om te dorsen. We noemen dit het “ kolengruis”. Dit is het enige wat deze runderen te eten krijgen. Ze laten ze de hele dag werken en halen ’s middags het juk niet eens weg. Ze hebben ook niet veel vet.

In die kist heb ik stro gezet, wat ervoor zorgt dat het net als een bed aanvoelt. Uiteraard zou ik liever met jou zijn… ver van het geluid van het kanon en dicht van mijn kleine Georges. Wat moet hij gegroeid zijn. Draagt hij nog steeds luiers? Ik zie dat hij slimmer begint te worden en dat hij tot vijf kan tellen zonder zich te vergissen. Is hij zijn muziekles niet vergeten? Arme liefste kind, wanneer zal ik met hem kunnen repeteren en hem koraalgezang leren.

Hij zou mij nu niet herkennen. Uiteraard zou hij niet over mij praten als jij niet over mij zou praten. Zeg mij hoe het echt is. Je kunt niet geloven hoe blij ik word van de kinderen die ik zie in de dorpen die ik doorkruis. Of ze nu naar ons kijken of bij het kamp komen. Ik bewonder ze met een menging van blijheid en droevigheid. Wanneer ik alleen ben springen de tranen me vaak in de ogen. Ik denk niet aan de wanhoop want ik weet dat als ik jullie hier beneden niet meer zie, de Heer onze behoeften zal vervullen. Laten we in Hem geloven en niet ontmoedigd worden. We moeten Hem bedanken voor wat hij toelaat, dat we ons geregeld kunnen schrijven. Bovendien ook voor wat hij mij tijdens de gevechten bespaard heeft. Ik ben nooit ziek geworden noch een schram gehad.

Binnenkort zullen we ons oude leven in de loopgrachten hervatten (4 dagen). We zijn van plek veranderd. We zijn meer in het Noorden van waar we eerst waren. Ik weet niet hoe het daar zal zijn maar het zal er niet gevaarlijker zijn.

Het is nu 4u30 en ik heb net het bevel gegeven om de Compagnie eten te geven. Hierdoor is er heel veel lawaai rondom mij waardoor ik het schrijven ga moeten onderbreken. Ik zal over 2 uur verder doen, wanneer ik terugkom van het avondeten.

6u30 ’s avonds.

Schat, ik kom net terug van het huis waar we onze eetplaats hebben geïnstalleerd. Dit is bij een vrouw van ongeveer 50 jaar. Ze heeft er haar fornuis, borden en alles wat nodig is om een schone en fatsoenlijke keuken te hebben neergelegd. We hebben een professionele kok waardoor we het echt goed hebben op vlak van eten en keuken. Zelfs te goed voor militairen.

Wat een contrast vergeleken met de dagen dat we aten wanneer we konden en wat we hadden. Ik zeg niet dat ik honger heb geleden, verre van. De voedselvoorraad is goed beheerd maar het zijn de tijdstippen die veranderen. Zo heb ik 4 dagen noch soep noch vlees gegeten maar brood met chocolade die ik uit Villefranche had meegenomen, de worst die je mij had opgestuurd en een blik paté. Je weet wat het is.

Ik wil dezer dagen mijn voorraad van deze blikken aanvullen want men weet nooit wat er kan gebeuren. Misschien vind ik er hier geen omdat het dorp niet groot is en de kruideniers hebben moeite met de bevoorrading. Een kruidenier vertelde mij dat hij soms uren voor de deur moest wachten van de groothandelaar om bediend te worden. Ook verkopen ze wat 1 frank waard is, aan 1frank 50 of zelfs 2 frank. Laatst heb ik een kaas gekocht die leek op wat wij bij ons Camembert noemen. Het is een kaas die in een houten doosje zit. Normaal kost deze 0,60fr en ik heb hem 1fr25 betaald. Het is zo voor veel dingen.

Je vertelde dat de voedingsmiddelen ook bij ons in prijs zijn gestegen maar je zei geen prijzen. Het interesseert me als je dit zou kunnen zeggen.

Heb je het kalf van Zouge verkocht? Woog hij veel? Heb je niet aan je vader teruggegeven voor de wissel die je met hem had gedaan? Verkoop je meer boter dan vroeger? Heb je nog steeds de melkmachine? Ben je er nog steeds tevreden mee?

Ik denk dat het beter is dat je ze houdt zolang ik hier ben, als Dorne het zoals eerder goed vindt. Had je mij niet gezegd dat hij ook weg moest? Ik herinner het mij niet al te goed. Vorig jaar werd er je hooi gevraagd. Heb je er verkocht? Als het niet nodig is, zou ik je aanraden het niet te verkopen. Het is beter om er te veel te hebben dan er te moeten kopen. Je hebt me nooit verteld hoe je het met mijn zus Emma geregeld hebt voor het hooi van de Méaillys. Misschien hebben jullie het er nooit over gehad. Allemaal dingen die ik je heb overgelaten. Helaas, ik kan je van hieruit niet helpen. Word niet verdrietig, zoals je mij in je laatste brief schreef (nr 30).

God weet wat we nodig hebben voor de volgende dag. Ons geloof is zo zwak dat we ons vaak voor kleine dingen zorgen maken. Dat is twijfelen over de goedheid van de Heer naar ons toe. Oh! Dat Hij ons leert onze ogen van de aardse dingen af te nemen en ons volledig aan Hem toevertrouwen. Het leven hier beneden stelt zo weinig voor. Ik heb het al zo vaak ondervonden.

Ik heb er al veel rondom mij zien sneuvelen, zonder een schreeuw, met een kogel door het hoofd. Ze blijven daar liggen, zonder te bewegen; Het lijkt alsof ze zijn gaan liggen om te rusten. Een kameraad vertelde dat hij een man uit mijn bataljon heeft zien doodgaan achter een boom. Terwijl hij langsliep om een bevel door te geven zag hij hem geknield staan, klaar om te schieten. Wel, hij was op zijn rechterbeen geknield op de grond en zat op zijn linkerhiel, de linkerelleboog steunend op zijn knie, enkel het geweer was uit zijn handen geglipt.

Hij gaf er geen aandacht aan de eerste keer dat hij er langsliep maar op de terugweg was hij verrast hem nog steeds in dezelfde positie te zien. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat hij dood was. Gedood met een kogel door de borstkas.

Ik zou je zoveel gelijkaardige feiten kunnen vertellen, zelfs nog ergere. Ik heb gewonden gezien op enkele meters van de loopgrachten, zonder ze hulp te kunnen bieden door de kogels die naar ons geschoten werden. Eén die aan zijn rechterwang geraakt was geweest, heb ik helpen verbinden. De kogel had zijn mond en tong doorboord en was door zijn linkerschouder weer naar buiten gegaan. Desondanks is hij tot aan onze loopgrachten geraakt. Ik denk niet dat deze wonde dodelijk was.

Ik wil niet doorgaan met deze verhalen want voor diegene die dit niet heeft gezien of meegemaakt is het te droevig en afschuwelijk. Daarnaast, wanneer men er is, heeft men geen tijd om een gewonde helpen opstaan. De plicht roept elders. Het is trouwens ook niet het moment om daar te blijven. Men zou hetzelfde lot hebben. Enkel ’s nachts kan men een gewonde hulp bieden.

Als men gewond raakt in de loopgracht, wordt men naar achter geholpen. Tijdens het vechten is men minder gevoelig voor andermans ongeluk. Ik heb me vaak de pijn van de vrouw ingebeeld die ongeduldig wacht op een brief van haar man en die pas later zal horen dat hij dood is. Hoeveel denken niet dat ze op eenders welk moment hetzelfde lot kunnen hebben als diegenen die ze voor hen zien vallen. Of als ze het denken, niet weten wat hen boven opwacht.

Wat een ongelukkig lot voor diegene die niet heeft geantwoord op de oproepen van de Redder. Dat God in Zijn goedheid de ogen opent van velen.

Liefste Emma, ik herlees een deel van je brief en ik zie dat je het hebt over het kopen van stro. Ik keur het goed want als het niet te duur is, zal het goedkoper zijn dan dagen op zoek te gaan naar afdekstro.

Ik denk dat veel mensen zo zouden denken en het zal waarschijnlijk duurder worden. Wees er zo zuinig mogelijk mee. De varkens zullen het snel niet meer nodig hebben. Een goede karrenvracht kopen, zal veel helpen. Je vertelt me dat je een kleine zeug wil kopen. Het is geen slecht idee maar ik vrees dat dit te veel werk met zich mee zal brengen en volgende winter heb je er geen om te doden voor je voorraad.

Ik zeg dit niet om je manier van werken tegen te spreken, verre van. Het is om te voorkomen dat je lijdt want ik weet dat je niet sterk genoeg bent om veel te werken en ik verlang veel meer wanneer ik weet dat je het moeilijk hebt.

Je zei me het geld niet te ontzeggen om er naar jou te kunnen sturen. Vrees niet, ik lijd er niet onder en ik ben heel blij dat ik er je kan opsturen. Het is een voorrecht voor ons want velen moeten er van hun vrouw krijgen.

Ik zie dat mijn brief lang wordt. Ik moet je laten voor vanavond. Ik zal aan jou denken voor ik in slaap val. Het is bijna 9uur, iedereen slaapt rondom mij. Ik ben als enige wakker met een kaars. Ik hoor enkel de runderen kauwen die een meter van mij staan.

Doe de groeten aan je ouders en aan Georges voor mij. Ik schrijf je zodra ik kan. Maak je niet te veel zorgen om mij.

Voor ik eindig, kus ik je denkbeeldig op beide wangen en stuur ik je heel veel zachte en lieve omhelzingen.

 

Je schat, die lichamelijk ver is maar met zijn gedachten heel dicht bij je is.

Reymond

6 februari 1915

24e brief

 

Mijn liefste Emma,

Ik heb je 29e brief ontvangen van 31 januari. Geen enkele is verloren gegaan. Ik zie dat je veel te veel moeite doet om mij te schrijven. Oh! Schat, het is niet dat ik niet van je brieven hou. Het is zelfs een groot plezier voor mij maar ik schaam me dat ik niet evenveel terug kan doen. Voor ik begin denk ik dat ik heel lang ga schrijven en dan vergeet ik tijdens het schrijven of ben ik ontmoedigd.

We hebben gisteren het dorp verlaten waar we sinds enkele tijd verbleven en hebben minstens 30km gelopen. Ik ben niet erg moe, ik heb vannacht goed geslapen. Het was een echte lentedag maar vandaag regent het opnieuw. We hebben nog niet veel last gehad van de kou. Over drie of vier dagen gaan we opnieuw naar de loopgraven. Laat je niet ontmoedigen en blijf geloven in de Heer. Hij kan me daar net als elders beschermen. Laten we hem bedanken dat Hij mij tot op heden gespaard heeft. Binnenkort herenigt Hij ons misschien.

Ik heb vernomen dat Pourret en Durand gevangen zijn en in goede gezondheid verkeren. Hun vrouwen zullen blij zijn wanneer ze horen dat ze niet dood zijn.

Doe de groeten aan onze vrienden. Ik bedank je voor alle informatie die je mij geeft. Ik hoop dat je vader zich snel beter voelt. Zeg hem dat als het rustiger kan, hij niet zo hard moet werken.

Jij ook schat, ontzie je want je ziet dat men ziek wordt als men niet genoeg rust.

En hoe gaat het met je moeder? Ik raad je aan geen varken te nemen deze zomer. Hoogstens één om wat voorraad te hebben voor aankomende winter. Ik geloof dat je genoeg werk zal hebben met het zorgen voor de koeien.

Ik eindig door je zachtjes te kussen.

 

Je schat die je graag ziet.

Reymond

2 februari 1915

23e brief

Mijn liefste Emma,

Ik had al enkele dagen niets meer van je ontvangen maar gisteren heb ik vier brieven in één keer gekregen. Ze zijn allemaal in volgorde genummerd. Geen enkele brief is dus verloren geraakt. Wat een vreugde was het om zoveel te moeten lezen. Dank je voor al wat je me gestuurd hebt, het Nieuwe Testament en haar bladen. Deze kan ik aan andere Christelijke vrienden doorgeven. In een andere Compagnie is er een Roux uit Piégros, nabij Ponsoye. Ik heb hem nog niet gezien, ik ken hem enkel van naam. Ik zou blij zijn als ik wist in welk regiment en Compagnie Paul Roux van Fenasses is. Het is een grote eer om zoveel nieuws van je te krijgen. Je brieven zijn heel interessant. Je ziet, ik krijg ze allemaal. Die van acht pagina’s evenwel als de anderen. Ik denk niet dat het nodig is ze te frankeren in verband met het gewicht. De postale vrijstelling is compleet. Trouwens als het betaald moet worden, betaal ik het wel bij ontvangst. Zet als adres niet centraal militaire Bureel van Parijs maar Secteur Postal no. 49.

Ik moet je bedanken voor de mooie gedichten die je hebt overgeschreven. Je doet veel moeite voor me. Je hoeft me niet te zeggen dat je me graag ziet, dat weet ik heel goed. Dit heb je zowel bewezen toen we het geluk hadden samen te zijn als nu. Ik zou je vaker en langer moeten schrijven maar soms zijn we ontmoedigd en hebben we geen zin om te schrijven. Vooral dat ik daar geen goede plek voor heb. Op het kamp is er noch een tafel noch vuur en hebben we geen lange uren hiervoor. We gaan het proberen. ’s Morgens heb ik moeite met opstaan en het is pas na 18 uur dat ik tijd heb om te schrijven. Het is niet omdat ik je geen lange brieven schrijf dat ik niet aan je denk. Ik verlang ernaar je terug te zien en ons rustig leven samen opnieuw op te pakken. Als de huidige situatie is wat de Heer wilt, moeten wij ons neerleggen bij zijn wil. Ik ben heel blij dat je zo moedig bent maar zeg je me wel de waarheid? Ik denk van wel. Het verbaast me een beetje dat de nicht Lydie erg ontmoedigd is. Ze zou moediger moeten zijn. Je geeft me details over je werk maar van hieruit kan ik je geen raad geven. De brieven komen ook te laat aan om je nog te kunnen helpen. Doe verder hoe je tot nu toe gedaan hebt. Tijdens de lente en de zomer zal je niet al het werk kunnen doen. Laat dan wat het verst is. Bij een rekwisitie denk ik niet dat men snel met geweld koeien of andere zaken neemt. Zou je toch iets moeten afgeven, geef dan de koeien die het minst opbrengen en die de minste melk hebben. Hou de kleine koe (Chaille). Worden de twee anderen die ik in Vergrier had gekocht groter?

Liefste vrouw, je zegt me dat je denkt dat we veel lijden aan koude maar dat is niet zo. We hebben nog niet veel last gehad van de kou. Het is trouwens bijna lente. Vandaag is het weer zacht. Alles is ontdooid en het regent weer. Ik verkies vorst boven modder. Je zegt dat veel oude soldaten weggaan. Binnenkort zullen er geen werklui meer zijn op het platteland. Helaas, wat een uitdagingen brengt deze oorlog met zich mee. Via de kranten kan je je voorstellen wat er allemaal gebeurd. Dit geeft een idee van de gemoedstoestand van onze generatie. Weinig mensen beseffen door welke periode we gaan. Laat God de harten van de mensen ontwaken en het geloof van de Christenen aanwakkeren.

Schat, ik zal niet op alle punten uit je vier brieven die ik net gekregen heb, kunnen reageren. Om je te bedanken stuur ik je vandaag een postwissel van 50 frank. Je begrijpt dat dit een manier van praten is. Ik weet dat je niet denkt dat dit een beloning is voor de brieven die je mij stuurt. Ik ga je vandaag echter vragen mij een pakketje op te sturen. Denk je eraan mij een of twee worsten te sturen? Zonder kaas, want dat ruikt te veel. Wanneer je dit doet, kan je ook een chocoladereep toevoegen? Ik denk dat het beter met de post verstuurd wordt. Via het spoor zou het naar Villefranche gestuurd moeten worden en het duurt dan maanden eer ik het heb. Met de post mogen pakketen volgens mij niet zwaarder zijn dan 1 kilogram. Zou jij je kunnen informeren? Als dit te veel werk is, stuur mij niets. Ik heb het niet nodig. Tot op heden heb ik steeds genoeg gehad. Ik heb nog blikken die ik uit Villefranche had meegenomen. Wat kan ik je nog vertellen, ik weet niets interessants. Ik heb een goede gezondheid, Godzijdank. Ik hoop dat je vader snel beter wordt. Hij zal veel lijden tijdens het werken. Hij had nu kunnen rusten maar ben ik er niet en heeft hij drie keer zoveel werk. Wanneer je schrijft, geef zoveel mogelijk details. Het interesseert me enorm. Dan heb ik de indruk dat ik met je leef wanneer ik je brieven lees.

Vaarwel schat.

Doe de groeten aan onze Georges voor me. Je zegt dat hij lastig is wanneer er sneeuw ligt. Ik geloof je graag. Hij is waarschijnlijk heel druk en het huis is klein voor hem.

Ik vergeet je te vertellen dat ik net een brief van de vader van Pourret heb ontvangen. Hij vraagt me nog meer inlichtingen maar ik weet niet meer wat te zeggen. Als je hem ziet, zeg hem dan dat de kans groot is dat hij nog leeft. Er hebben er al twee of drie geschreven dat ze gevangen zijn. Zeg hem dat we wisten dat de zoon Verrot de St Péray dood is omdat hij voor het einde van de dag gevallen is en dat we het zo te weten zijn gekomen. Ik zal hem antwoorden zodra ik kan. In jouw antwoord zul je me zeggen hoeveel postwissels ik je al gestuurd heb. Ik denk dat deze de vijfde is.

 

Vele knuffels van jouw

Reymond