17 maart 1915

41e brief 17/3 sector 141

 

Mijn allerliefste,

Straks zal ik op een vrije plek op één van je kaarten schrijven. Nu ik een moment heb, blijf ik met je praten. Ik heb net je brief nr 45 van 9 maart ontvangen. Je hebt waarschijnlijk op de enveloppe gezien van mijn vorige brief dat ik opnieuw van sector ben veranderd. Het is nu nr 97. Ik denk dat we binnenkort opnieuw zullen veranderen.

Je vertelt in je brief dat Cros ziek is geworden en dat hij werd afgevoerd. Ik heb hem niet gezien ondanks dat ik in dezelfde omgeving zat. Ik ben zelfs langs hun logeerplaats gelopen. Je vindt het waarschijnlijk grappig dat we elkaar niet gezien hebben terwijl we zo dicht van elkaar waren. Het is simpel, wanneer we samen lopen, kunnen we niet individueel stoppen. Men moet samen blijven. Als iedereen zou blijven staan waar hij wou, zou het een echte wanorde worden.

Je zegt me dat je meer praat dan ik, dat is ook zo maar je merkt dat je gemakkelijker kan schrijven en dat je interessantere dingen te vertellen hebt.

Je vertelt me over het werk, de vrienden die je ziet en die ik ken. Je bent vrij mij te vertellen wat je wilt. Dat kan ik niet. Ik kan je niet vertellen wat ik allemaal zie want als mijn brieven geopend zouden worden, zouden ze in beslag genomen worden en zou ik problemen kunnen krijgen. Ik zou je zo graag lange brieven willen schrijven maar ik heb vaak niet de tijd ervoor. Ik heb hetzelfde als jou, wanneer ik begin met schrijven denk ik dat ik een hele lange brief zal schrijven maar dan vergeet ik wat ik wou schrijven. In het begin van de brief zei ik dat we van sector zijn veranderd maar ik denk niet dat dat helemaal klopt. Er is een ander Bataljon in hetzelfde dorp en zij hebben nog steeds nummer 141. Ik denk dat je momenteel nog steeds hetzelfde nummer kan gebruiken.

Indien ik het zeker weet voordat ik de enveloppe sluit, zal ik het op de brief of op de enveloppe schrijven. Je brieven zullen in elk geval bij mij terecht komen als het nummer van het Bataljon erop staat.

De voorbije dagen was het prachtig weer maar de sneeuw smelt niet op de hoogtes. We hebben echter geen last van de kou.

Het is een grote zegen voor ons en de families dat we weten dat we niet lijden. Ik ben bang dat je zieker bent dan wat je mij vertelt. Waarom ga je geen dokter raadplegen? Het zou me blij maken. Verzorg je goed en blijf zoveel mogelijk in de warmte. Ik zou het niet verdragen als ik wist dat je erg ziek was.

Je vertelt dat je misschien vluchtelingen zult hebben. Dat is goed, men moet zijn welzijn delen met diegenen die in nood zijn. De Heer vindt dat mooi. Maar vooral in het begin moet je oppassen. Je weet nooit met welk soort mensen je te maken hebt. Let vooral op wat je vertelt. Ik herinner mij de brochure waar je het over had, die we van Gaillard hadden gekregen.

Je kunt niet weten hoe gelukkig ik zou zijn met een foto van jou en Georges maar dat je waarschijnlijk veel moeite vragen.

Beste vriendin, ik ga nu voor de derde keer door met het schrijven van deze brief en heb nu nog een half uur aan jou te besteden. Je zult het gemerkt hebben, mijn gedachten zijn onsamenhangend.

Ik stuur je samen met deze brief een paar van jouw vriendelijke brieven. Ik denk dat ze jou bereiken.

In een volgende brief zal ik je beelden van het landschap sturen. Dan kan je er je eigen oordeel over vellen. Ik voeg hierbij de brief die Courret mij stuurde.

Doe de groeten aan zijn familie en aan al onze vrienden.

Ik kus je hard in gedachten wachtend op de goedkeuring van God om het in levende lijven te doen en stuur je vele zachte knuffels.

 

Je liefhebbende man die van je houdt.

Reymond

Militaire Ansichtkaart 17/3 15

 00000001

Liefste Emma,

Ik heb je gisteren een brief gestuurd met op de enveloppe nummer 40. Ik ben het vergeten op de brief zelf te schrijven. Vandaag is het de 41e, ik zal je niet lang schrijven. Als ik kan, zal ik het verlengen voor ik de enveloppe dicht doe. Werden mijn brieven nooit geopend? Men ziet het gemakkelijk. Men knipt ze open en dan doet men ze met plakband weer dicht. Jouw brieven werden nooit geopend. Het is goed dat je telkens je adres aan de buitenkant schrijft.

Vandaag stuur ik ja al diegenen die ik heb ontvangen op de laatste na.

Je liefhebbende.

Reymond

 

Vanbinnen een brief van Emma Molle, nummer 43 van 2 maart 1915.

 

11 maart 1915 Bergerons 47e brief ER ontvangen op 18/3

 

Mijn liefste schat,

 

Voor ik ga slapen ben ik blij een ogenblik met jou te praten. Ik zal niet lang blijven, ik ga het koud hebben omdat ik mijn blouse heb uitgedaan. Ik ging slapen toen ik zag dat het nog niet laat was. Bovendien ben ik nog niet moe en begin ik een poosje te schrijven.

Gisteren heb ik er één naar Fringuet gebracht die ik nummer 45 gegeven heb. Ik heb me vergist, het was 46. Vandaag zijn we dus aan de 47e. Ik weet niet wat de tramway de laatste dagen doet, hij is niet regelmatig, ik hoor hem nu. Hij moet omhoog en heeft maar 3u vertraging… Eergisteren heeft hij de nacht in Fringuet doorgebracht. Ik heb er niet aan gedacht mevrouw Pommaret te vragen waarom dat was. Misschien was het ontspoord, ik weet het niet. Mevrouw Charlon was een beetje moe. Ik ben bij haar binnengegaan; ze heeft chocolade gegeven die al een paar dagen voor Georges klaar stond zei ze. Ze wachtte op het goede moment om het hem op te sturen. Ik zou haar moeten belonen. Ze heeft al meerdere keren zo gehandeld en ik breng haar niets. Ze verwacht het niet, daar ben ik zeker van. Het is enkel uit affectie dat ze dit voor mij doet.

Vandaag heb ik met vreugde je 36e brief ontvangen van de 7e. Het is maar in 4 dagen bezorgd geweest. Dit was enkel bij de tweede gebeurd die je mij stuurde sinds je in het oosten bent. Meestal doen ze er 7 of 8 dagen over in plaats van 4 of zelfs 5. Je brief nummer 35 is echter niet aangekomen. Is deze verloren gegaan of zal ik het nog later krijgen? Ik vraag het mij af. Toen ik de datum en de nummer van de brief zag was ik bang dat je in de 35e een postwissel of een foto had gestuurd. Ik ben snel gerustgesteld geweest voor de postwissel. Wat de foto betreft, je praat er niet over dus ik ga er van uit dat je die nog niet gestuurd hebt. Ik zou het echt jammer vinden als het verloren zou gaan. Het zijn onze goede buren die mij de brief hebben gegeven. Ik was niet blij met de postbode. Dat dit niet snel opnieuw gebeurd want ik zou het niet verdragen dat dit 3 keer gebeurd zonder dat ik hem iets zeg. Hij mag ze aan oom Eugène geven wanneer hij ’s morgens wijn brood gaat halen, dan heb ik ze zelfs een paar uur op voorhand, maar aan niemand anders. Ik hoop dat hij het niet meer zal doen. Hij deed het vroeger niet.

Daarstraks keek ik naar de kat die met zijn snorharen bezig was. Ik zei tegen mezelf dat het was om het ontvangst van één van je lieve brieven die ik morgen zou krijgen te vieren. Behalve de 35e verwacht ik geen nieuwe brieven voor enkele dagen deze keer.

Zo, mijn schat ik laat je tot morgen, als God het wilt, ik ga slapen. Misschien zal ik je in een paar dromen zien, dat gebeurt soms. Nog niet zo lang geleden werd ik wakker toen ik van huis vertrok om je te zien. Welterusten, ik omhels je stevig in gedachten in afwachting het in het echt te mogen doen, indien God het ons toelaat.

 

Vrijdag 12

Ik ga door met praten, maar wat kan ik je vertellen, ik weet het niet goed. Denk je dat we binnenkort 40 dagen niet naar elkaar mogen schrijven?

Hier wordt het vaak gezegd, maar ze zeiden maar 1 maand. Ze hadden zelfs de datum vastgelegd. Indien dit waar was geweest, zouden we nu in die periode zijn. Er werd zelfs gezegd dat het in Valence en Saint-Péray ophing. Op een dag heb ik het gevraagd aan Mr Fournier, kleermaker in Alboussière. Mijn vader heeft door hem een fluwelen broek laten maken. Onderweg heeft hij ze gebracht. Even ter zijde, de prijs van fluweel is ook gestegen. Dus, Mr Fournier heeft me gezegd dat het zeker niet officieel was, hij geloofde niet dat het in Valence zou hangen en niet in Alboussière. Men moet hopen dat het niet het geval zal zijn. Je zei dat je zou afzien als je niets meer van mij zou krijgen maar hier wordt gezegd dat de militairen wel nog nieuws zouden krijgen van hun familie. Wij zouden niets meer ontvangen. Denk je niet dat ik dubbel zoveel zou afzien? Je bent meer in gevaar dan ik. Ik zou het dus heel lastig vinden als ik lang zonder nieuws zou blijven.

Heb je het pakketje ontvangen dat Emma en ik je op 3 maart hebben gestuurd? Zij heeft de verzending betaald. Ik heb er enkel het stukje boter in gezet. Ik vind het jammer dat ik er geen jam in heb kunnen doen. Ik had speciaal vijgenjam gemaakt maar de jus, ook al had ik er geen aan toegevoegd, begon over het deksel van de doos waar ik ze in had gestopt, te lopen. Ik heb al meerdere keren gedacht een kleine voorraad naar Isaac te sturen. Misschien zou jij niet akkoord gaan? Hij heeft meerdere keren geld of andere dingen aan zijn ouders gevraagd. Ik zou hem maar één kilogram sturen. Met de post kan men niet meer verzenden. Het is duurder dan via het spoor maar het gaat sneller. Nog niet zo lang geleden ontving ik een kaart van hem waarop hij zei dat hij net een goede distributie had gekregen….

Ik heb hem nog niet geantwoord. Ik heb ongeveer een maand geleden een brief geschreven. Deze zal niet toegekomen zijn aangezien hij er niets over vertelde. Hij zegt dat hij je binnenkort zal schrijven.

Je vraagt me of we de tarwe van alle klavers gemaakt hebben. Mijn vader heeft enkel die van het land van Jacques gelaten. Hij wil er aardappelen kweken. Ik overzie dit soort werk niet, mijn vader heeft er meer verstand van, begrijp je? Op de binnenplaats gaat hij klavers en haver telen; hij zou gisteren gezaaid hebben als het mooi weer was geweest. Ik heb voor 9 fr aan klavergranen gekocht. En zeggen dat we het onze hadden kunnen sorteren. Ik hoop dat de ratten het niet zullen opeten, het is opgestapeld naast de kolen. Mijn portemonnee is leger geworden de laatste tijd. Ik heb de intresten van Passas, Trappier en Chapelle van St. Loup betaald. Vorige week om te slachten heeft het wat geld gekost. Ik heb het niet door Barbier laten doen. Hij neemt 1,50 om te doden, en om vet te mesten vraagt hij 5 fr werd mij verteld. Ik heb het hem niet gezegd. De dag ervoor ben ik het aan Henriette van Tracoulet gaan zeggen. Ze heeft ons voor een paar dingen geholpen gedurende enkele dagen. Ik wist dat ik het niet mocht aanraken met mijn abces aan mijn vinger en mijn trekpleister die mijn arm stijf maakt. Alles gaat nu beter, ik heb enkele dagen kunnen rusten, ik hoop dat ik mijn bezigheden ga kunnen herpakken zoals gewoonlijk. Misschien zal ik maandag naar Valence gaan. Moeder is er 2 keer naartoe gegaan. De laatste keer zou ik pijn hebben gehad om mijn mand een halve dag op deze arm te dragen. Deze week heeft Viauja ons geholpen. Het is vandaag de vierde dag, oom Eugène de derde. Als ze morgen komen, zal ik geld uit de grote geldbuidel moeten halen. Ik heb bijna al mijn spaargeld van de markten uitgegeven. Zoals je weet zijn mijn markten nooit erg groot! En de kosten zijn erg hoog. Viauja neemt 2fr, ik weet niet of oom ze zal verhogen. Hij heeft ons deze maand niet geholpen geloof ik. Desondanks ben ik blij ze te vinden. Voor mijn vader is het onmogelijk om alles alleen te doen. De voorbije dagen maken ze mooie houtblokken. Als het mooi weer was geweest, dat het niet had gevroren, hadden ze daar niet moeten werken. Gisteren en vandaag is het zachter, de wind waait minder hard (de wind had zelfs het hooi omvergeblazen). We hebben het gisteren opnieuw gestapeld. De familie Baudy heeft het al minstens 4 maanden op de grond liggen. Door de regen kunnen ze het nooit volledig droog krijgen om het opnieuw te kunnen stapelen. Dus de afgelopen dagen en vandaag verslepen mijn vader en oom de kastanjeboom die ze hebben neergehaald, enkele dode eiken uit Montchastel en het hout dat mijn vader in de velden van Bellin had, terwijl Viauja ze splijt. Het weer is hen dus gunstig. Ik ga opnieuw klaver koken voor de koeien. Met al het werk wil ik niet dat ze hun melk verliezen, de boter is te duur. Moeder heeft het laatst toen ze het droeg 1,65 of 1,70 gewogen. Ik had er 5 pond voor in 10 dagen! Deze keer zal ik er een beetje meer hebben, ik zal er geen meer aan Génisse geven. Ik hoop snel een kalf van Faïne te hebben, de leidster komt denk ik eind mei maar ik ben mijn notitieblok verloren waar ik het in had geschreven. Ik weet niet waar ik gezet heb.

 

Wat de varkens betref hebben we er 3. De zeug en de 2 geboren in augustus. Ik dacht de zeug vet te mesten en een jongere te kopen als ze geen biggetjes kreeg. Mijn ouders raden mij aan ze te vervangen zodat we haar in de zomer, tijdens de werken, niet hebben. We zouden er 3 overhouden en misschien kopen mijn ouders een kleine voor hen, wat 4 maakt. We denken dat ze biggetjes zal krijgen dus laten we nog niet denken aan haar vet te mesten of een nieuwe kopen zolang we het niet zeker weten. Blijven de 2 jonge over. Ze zijn mooi, vooral één voor een wintervarken. Ik heb bijna zin ze vet te mesten. Mijn vader zegt dat ze niet veel dikker zullen worden, wat zeker is. Maar ik zie in dat als we in de loop van mei biggetjes hebben, de werklast hoger zal worden. We zullen ook niet met veel zijn en de werkkrachten zullen duurder worden als de oorlog tegen dan niet gedaan is. Natuurlijk indien ik ze niet vetmest, is het jammer om ze nog zoveel granen te geven. Tot de winter zullen ze tijd hebben om zonder die granen groter te worden. De granen raken op. Stel je voor, we hebben er 4 vetgemest; de 2 dikke hebben veel gegeten om zo weinig op te brengen. De vaars moet er hebben. Een handvol zou ook geen kwaad doen aan het paard maar zij kan wel zonder. Ook de koeien moeten er hebben wanneer ze kalven zullen hebben, en de zeug. Ik moet er ook wat inleveren om tarwe van te maken. Ik hoop er genoeg te hebben maar men kan het goed op voorhand berekenen. Nu ik het over de dieren heb, de Miraille (?) is bijna doodmoe. Ik wou ze laten doden bij Barbier maar ik heb de moed niet gehad. Je zult mij gek vinden, ik ben er zeker van maar wat wil je? Het is de waarheid. Vorige week zijn ook drie geitjes overleden die te vroeg werden geboren. Ze blijken heel goedkoop te zijn, het is geen vlees dat lang houdbaar is.

 

Maak je geen zorgen om mij. Je kunt geloven dat ik niet ziek ben. Wat ik heb is onbeduidend. Ik krijg net je 35e briefkaart en een andere van de 8e in welke ik zie dat je mijn pakketje hebt gekregen. Ik zal dus stoppen om deze aan de postbode te geven. Georges is in goede gezondheid. Hij amuseert zich. Hij begint al enkele letters te herkennen en hij is erg attent bij zijn kleine lessen.

Ik kus je veel. Ik dacht je nog langer te spreken maar aangezien de postbode er is, laat ik je.

Vele kussen van je liefste schat,

 

Emma

Advertenties