29 maart 1915

48e brief

 

Mijn allerliefste,

Ik weet niet wat je zou zeggen als je zou zien waar ik de laatste nachten heb geslapen. Misschien zou je er mee lachen zoals we vroeger soms deden. Ik heb een kuil gegraven in de dennenbomen van Rondet. Waar ik nu ben zijn ze even dik als een arm of een been.

Ik zeg een kuil van 1m10 diep en 0,80 breed. Aan de ene kant gaat her niet verder en aan de andere kant ga ik binnen. Onnodig te zeggen dat ik er op handen en voeten in ga.

Ik hang er mijn jas en zet er mijn deken overheen. Het bed is niet fantastisch maar als het niet koud was, zou hij heel goed zijn.

Als dak zijn er takken van de boom en bovenop die takken is er een beetje aarde. Sinds 2 dagen is er 40 centimeter sneeuw. Het sneeuwt nog steeds. Alles eromheen is schilderachtig. Alle takken die niet gehakt zijn door de vuurpartijen zijn met sneeuw bedekt. Maar opgepast voor diegene die ze aanraakt, je krijgt een flinke douche sneeuw. Sommige geven een stamp aan de boom als kameraden er onder langs lopen om te lachen. Je weet hoe het is, heel vaak doen kogels ze vallen door in de takken te slaan.

Sinds enkele dagen zijn er geen grote gevechten geweest waar ik ben. Het is vrij rustig. Ieder houdt zijn afstanden en observeert. We hebben meerdere van hun mannen gedood die op 10meter waren. Ze wouden waarschijnlijk bommen naar ons gooien. Ze zijn heel dicht van bij ons dus hebben ze geen grote afstand moeten afleggen. We zouden elkaar gemakkelijk kunnen horen als we luid zouden spreken. De afstand is niet groter dan die tussen jouw deur en de fontein waar je water gaat halen.

Aangezien mijn hol geen twee uitgangen heeft, kan ik een kaars laten branden. Dat verwarmt me een beetje. Bovendien gebruik ik het om mijn soep of mijn vlees op te warmen. De rechaud is niet sterk maar ik vind het handig.

We zullen daar een paar dagen blijven en daarna komen anderen het overnemen.

Ik denk dat je ongeveer moet begrijpen hoe ik het hier heb. We drinken heel koud. Een kwart van de wijn bevriest in de kan. Ondanks dit alles, moedigen we elkaar aan en vinden we een manier om met de ellende te lachen.

Helaas, wat is deze oorlog triest.

Wanneer zal het eindigen? Enkel God weet het. Laten we ons aan Hem toevertrouwen. Hij laat nooit toe dat onze hindernissen boven onze krachten zit. Ik had je verteld dat ik verkouden was. Wel! Ondanks deze nadelen hoest ik bijna niet meer. Maak je niet ongerust want als ik wist dat je dat wel zou doen, zou ik je niet meer zeggen hoe het met mij gesteld is. Ik hoop dat je altijd in de Heer zult geloven.

Misschien komt Hij ons binnenkort in zijn glorie halen. Oh! Wat een mooie dag zal dat zijn, dat we deze aarde vol ellende zullen achterlaten en dat we Hem eeuwig zullen kunnen loven. Hier zijn we zwak maar daarboven zullen we de perfectie bereikt hebben.

Ik was je in mijn brief van de 27e vergeten te bedanken voor het kopiëren van het mooie koraalgezang dat ik je had gevraagd. Je doet zoveel moeite voor mij. Je hoeft niet lang te schrijven, ik zal je excuseren, ik weet dat je mij graag ziet. Je werk houdt je veel bezig om daarna nog uren te kunnen schrijven.

Onderwijs onze Georges zo goed als je kan. Probeer hem ook te leren van de Redder te houden en dat hij hem al van kinds af aan moet dienen. Ik vraag aan God om je de kracht te geven dit te doen en dat Hij zijn jong hart naar Hem leidt.

Heb je de foto’s ontvangen die in mijn brief van de 27e zaten? Evenals jouw brieven die ik je heb teruggestuurd? In deze enveloppe stuur ik je er één of twee terug.

Doe de groeten aan de neven van de Bonnets als je er binnenkort naartoe gaat. Je zal me zeggen hoe erg de wonde van Paul is.

Doe ook de groeten aan de Baudy’s. Hebben ze mijn foto gekregen en heeft het hen blij gemaakt? Kus je ouders voor mij.

 

Vele knuffels voor jou en Georges.

Jouw Reymond.

29 maart 1915

Schat

Ik heb je nu 4 brieven geschreven. Je kunt zien dat er twee zijn met nummer 44, eentje van de 6e en een andere van de 7e. Ze zaten niet in dezelfde enveloppe. Er was er eentje die je vanuit Valence had gestuurd die helemaal geen nummer droeg.

Ik heb toch begrepen dat er geen brief verloren is gegaan.

Het doet me zeer ze opnieuw naar jou te sturen want soms herlees ik ze maar ze zijn een te grote last in mijn tas en ik zou ze niet willen verbranden.

Je hebt er zoveel werk aan gehad.

Dank je voor alle moeite die je voor me doet.

 

Ik kus je hard.

Reymond

 

44e brief 22 maart 15

 

Mijn beste Emma…

Ik heb het dorp verlaten waar ik was en ik zit nu helemaal in sneeuw. We slapen in een hut van planken. Dit beschermt ons een beetje van de kou maar vannacht heb ik wel koud gehad aan mijn voeten. We zijn nog niet in de frontlinie. Het weer is super overdag maar ’s nachts vriest het erg. We zijn op meer dan 1000m hoogte. Ik ben niet goed genoeg gesetteld om inkt te gebruiken maar ik denk dat je het wel zult kunnen lezen. Verontschuldig me dat ik niet eerder geschreven heb. Maak je niet ongerust, ik heb het niet zo slecht. De laatste brief die ik van jou heb ontvangen is van de 15e maart en geschreven in Valence. Wanneer je kunt, schrijf mij nieuws over Paul Gourdol. Zeg mij of zijn wonde niet erger is dan wat hij zei, hoe hij gewond is geraakt, of het door een kogel was of een scherf bij een bomaanval.

Ik ben heel blij met wat je over Georges zei. Men moet hem leren geen gewoon te maken van het slapen.

Je zegt dat men de prijzen heeft vastgelegd voor de voedingsmiddelen. Uiteraard is deze prijs onder het gemiddelde want de andere goederen zijn in grotere proportie duurder geworden. Maar helaas, hoe vaak ziet men grotere onrechtvaardigheden. Het is niet aan ons daarover te oordelen; Als de Heer dit toelaat, zal het wel nodig zijn.

Laten we niet piekeren over morgen. Elke dag heeft zijn leed. Laten we de Heer loven voor alle voorrechten die we tot nu toe hebben gehad.

Ik laat je voor vandaag. Ik zal je zo vaak als ik kan nieuws sturen. Word niet ongerust als ik een paar dagen niet geschreven heb. Het is hier niet gemakkelijk.

 

Ik kus je hard en stuur je zachte knuffels.

Reymond.

 

46e brief 26/3 15

 

Mijn allerliefste,

Ik heb je brief van 18/3, nummer 49 ontvangen. Op je laatste brief van 15 maart stond geen nummer maar ik zie nu dat het de 48e was. Ik heb de 47e ontvangen en nu krijg ik de 49e. ik denk niet dat er één verloren is gegaan.

De 24e heb ik je een korte brief geschreven. Ik heb het niet genummerd maar het was nummer 45. Vandaag is het de 46e brief. Wat zal ik vertellen. De 24e vertelde ik jou dat ik last had van de kou maar vandaag, ook al ben ik niet in de sneeuw, heb ik er de hele nacht last van gehad. Ik ben opnieuw in de loopgraven. Er is een hoek in de loopgraaf die bezet is door mijn sectie. Die hoek is maar zo’n 40 meter ver en is heel lastig omdat ze allerlei verwoestende toestellen schieten waardoor we, indien we niet zouden oppassen, heel veel zouden verliezen. Overdag hebben we geen doden gehad. We kunnen niet slapen omdat de schietpartij ononderbroken is.

Hoewel men het van dichtbij niet ziet, zitten we in kleine dennenbomen. De takken en de stammen zijn door het schieten gehakt. Ondanks de kou stel ik het goed. Bovenop alle miserie heeft het een deel van de nacht geregend en werd het maar niet dag. Ik kan je niet beschrijven wat ik allemaal gezien heb. De gruwelijkheden van de oorlog. Oh!!! Dat God er een einde aan maakt zodat al het lijden stopt. Laten we Hem in de tussentijd loven want we krijgen alles van Hem.

Je hebt er goed aan gedaan alle intresten te betalen. Die van Passas waren zoals ik had geschreven. Heb je genoeg geld? Zou je mij wat chocolade kunnen sturen?

 

Ik eindig beste Emma door jullie te kussen uit het diepste van mijn hart.

Reymond.

 

50e brief 19 maart ER (ontvangen op 27/3)

 

Mijn liefste man,

 

Het is met veel plezier dat ik je het koraalgezang kopieer zoals je gevraagd hebt in je kaart van de 14e. Ik heb deze vanochtend ontvangen. Aangezien mijn brieven regelmatig bij je aankomen, is het misschien niet noodzakelijk dat ik herhaal dat ik je postwissel heb ontvangen en dat Mr Fraisse mij betaald heeft. Ik heb het je gisteren verteld. Je ziet dat ik momenteel meer geld heb dan nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Vaak vragen we ons af wat we zouden doen om ons te onderhouden maar we vergeten dat Hij ons niet zal vergeten en dat Hij ons zal onderhouden wanneer Hij het nodig acht. Ik heb me regelmatig afgevraagd, ondanks dat ik het je nooit heb verteld, of ik genoeg geld zou hebben om alle intresten te betalen en om alle verschillende kosten te dekken. Nu laat God het zelfs toe dat ik wat overhoud. Je hebt er mij vaak opgestuurd terwijl het vaak omgekeerd gaat: ze vragen naar geld. Is het geen zegening naast vele anderen? (ik heb nooit geen geld gehad, dat weet je. Ik vertelde je wat ik had en je mag geloven dat dat de waarheid was! Maar je weet soms denkt de vijand of onze harten aan verre tijden en komt men zo in de problemen.)

 

Ik zou niet willen dat jij je van iets ontneemt voor mij. Je vraagt of dat geld me heeft blij gemaakt. Het heeft me zeker geholpen en je mag geloven dat ik het niet voor slechte doeleinden zal gebruiken. Ik stuur je mijn afrekeningen. Je weet bijna op de cent na wat ik krijg voor voedingsmiddelen en wat ik uitgeef. Ik heb nog niet voor 3fr aan kleren gekocht sinds jouw vertrek. Ik heb het niet nodig gehad. Denk niet dat ik daaronder geleed heb. Bijvoorbeeld, maandag heb ik een dozijn soepborden gekocht. Ze worden duurder. Ik heb ze 2fr betaald terwijl ze voor de oorlog 1,20fr kostten. Ik ga in op deze details maar ik wou, toen ik begon te schrijven, enkel deze pagina vullen maar ik zie dat deze al vol is. Ik zal er dus nog één nodig hebben. Gisteren heb ik de intresten van Elisa gebracht. Binnenkort, misschien volgende week, zal ik die van de Bonnets brengen. Lydie moet momenteel in Montpellier zijn. Ik hoop dat ze terug zal zijn wanneer ik ga. Ook al heb ik het haar niet gezegd, hoop ik dat ze mij een paar woorden zal sturen over hoe het met Paul gesteld is. Ik hoopte maandag die van de aardappelen te gaan brengen maar omdat de burgemeester ze had ingeschreven op de naam van mijn vader, wou de brave bediende mij het geld niet geven. Hij heeft gezegd dat mijn vader moest tekenen en dat hij mij dan het geld zou geven. Het gaat om meer dan 88 fr. Dit deed me denken aan wat mijn nicht Lydie me onlangs verteld had. Hij wou haar ook niet het geld geven voor de opbrengst van hun paard. Ze heeft aangedrongen en hij heeft haar het geld gegeven. Ze vertelde mij dat elke keer dat ze met hem te maken had, ze wat harde woorden uitwisselden. Vandaag nog zijn we voor de aanvraag gegaan. Ik heb niets te verkopen. Men vroeg tarwe en aardappelen. Er zou alleen de koe (Chaille) geweest zijn en dan nog zouden we haar misschien missen tijdens het werken. Momenteel vraagt men geen dieren. Ik weet niet hoe we het gaan doen. Zorgen we een beetje voor haar voor we haar verkopen of wachten we nog lang.

Mijn vader wou haar liefst een beetje vetmesten. Het is waar dat ze nu wel mager is, magerder dan de rest. Bovendien haar verkopen in de zomer. Ik bereken dat ik tarwe of tarwezemelen nodig zal hebben om de twee varkens vet te mesten (ik denk dat dit het beste is. Ze zullen niet zwaar zijn maar om de zomer door te komen. Ze zouden zeker vermageren of zouden te veel tarwe eten. En niet alleen dit maar ook het werk dat dit met zich meebrengt). Ook voor de zeug in mei tijdens het dragen van de biggetjes. Ik heb er ook nodig voor de vaarzen wanneer ze hun kalveren zullen hebben. Daarbovenop hebben we geen tarwe. Ik wou er ruilen voor rogge, de molenaar kon niet. Bovendien wie weet of ik op het einde van het jaar nog genoeg rogge zou hebben? Ik denk namelijk niet dat ik er veel heb gegeven aan elk beest.

We zullen misschien geen buitenlanders sturen zoals ik je zei. We zullen ze in het hotel laten. Er werd mij verteld dat enkel de personen wiens toestand het niet toeliet op de boerderij verzorgd te worden, werden onderzocht.

Liefste Reymond, verontschuldig mij voor de fouten, ik herlees niet en ik schrijf snel. Als ik niet gestoord word, beloof ik je zondag lang te schrijven. Tot dan stuur ik je veel kussen.

 

Je liefhebbende vrouw Emma.

 

Vandaag hebben we de klaver of de haver niet kunnen maken, het regende. We gaan allemaal goed. Mijn arm verhindert me minder, het is één van de redenen waarom ik je minder lang schrijf. Ik sta laat op omdat ik niet één van de sterkste ben. Het is vaak 7u in de ochtend, ik ga proberen te doen wat ik kan. Je begrijpt dat we werk hebben.

Mijn ouders groeten je en Georges slaapt.

Je vroeg me ooit of we een koeherder hadden gehuurd. Ik weet niet of ik op die vraag geantwoord heb maar ik heb er je wel over gesproken. Ik neem Maurice over voor 15fr per maand. We hebben hem gevraagd om midden april te komen maar ik weet niet of hij het zal doen. Mijn vader heeft geen varkens voor hen gekocht.