29 maart 1915

Schat

Ik heb je nu 4 brieven geschreven. Je kunt zien dat er twee zijn met nummer 44, eentje van de 6e en een andere van de 7e. Ze zaten niet in dezelfde enveloppe. Er was er eentje die je vanuit Valence had gestuurd die helemaal geen nummer droeg.

Ik heb toch begrepen dat er geen brief verloren is gegaan.

Het doet me zeer ze opnieuw naar jou te sturen want soms herlees ik ze maar ze zijn een te grote last in mijn tas en ik zou ze niet willen verbranden.

Je hebt er zoveel werk aan gehad.

Dank je voor alle moeite die je voor me doet.

 

Ik kus je hard.

Reymond

 

44e brief 22 maart 15

 

Mijn beste Emma…

Ik heb het dorp verlaten waar ik was en ik zit nu helemaal in sneeuw. We slapen in een hut van planken. Dit beschermt ons een beetje van de kou maar vannacht heb ik wel koud gehad aan mijn voeten. We zijn nog niet in de frontlinie. Het weer is super overdag maar ’s nachts vriest het erg. We zijn op meer dan 1000m hoogte. Ik ben niet goed genoeg gesetteld om inkt te gebruiken maar ik denk dat je het wel zult kunnen lezen. Verontschuldig me dat ik niet eerder geschreven heb. Maak je niet ongerust, ik heb het niet zo slecht. De laatste brief die ik van jou heb ontvangen is van de 15e maart en geschreven in Valence. Wanneer je kunt, schrijf mij nieuws over Paul Gourdol. Zeg mij of zijn wonde niet erger is dan wat hij zei, hoe hij gewond is geraakt, of het door een kogel was of een scherf bij een bomaanval.

Ik ben heel blij met wat je over Georges zei. Men moet hem leren geen gewoon te maken van het slapen.

Je zegt dat men de prijzen heeft vastgelegd voor de voedingsmiddelen. Uiteraard is deze prijs onder het gemiddelde want de andere goederen zijn in grotere proportie duurder geworden. Maar helaas, hoe vaak ziet men grotere onrechtvaardigheden. Het is niet aan ons daarover te oordelen; Als de Heer dit toelaat, zal het wel nodig zijn.

Laten we niet piekeren over morgen. Elke dag heeft zijn leed. Laten we de Heer loven voor alle voorrechten die we tot nu toe hebben gehad.

Ik laat je voor vandaag. Ik zal je zo vaak als ik kan nieuws sturen. Word niet ongerust als ik een paar dagen niet geschreven heb. Het is hier niet gemakkelijk.

 

Ik kus je hard en stuur je zachte knuffels.

Reymond.

 

46e brief 26/3 15

 

Mijn allerliefste,

Ik heb je brief van 18/3, nummer 49 ontvangen. Op je laatste brief van 15 maart stond geen nummer maar ik zie nu dat het de 48e was. Ik heb de 47e ontvangen en nu krijg ik de 49e. ik denk niet dat er één verloren is gegaan.

De 24e heb ik je een korte brief geschreven. Ik heb het niet genummerd maar het was nummer 45. Vandaag is het de 46e brief. Wat zal ik vertellen. De 24e vertelde ik jou dat ik last had van de kou maar vandaag, ook al ben ik niet in de sneeuw, heb ik er de hele nacht last van gehad. Ik ben opnieuw in de loopgraven. Er is een hoek in de loopgraaf die bezet is door mijn sectie. Die hoek is maar zo’n 40 meter ver en is heel lastig omdat ze allerlei verwoestende toestellen schieten waardoor we, indien we niet zouden oppassen, heel veel zouden verliezen. Overdag hebben we geen doden gehad. We kunnen niet slapen omdat de schietpartij ononderbroken is.

Hoewel men het van dichtbij niet ziet, zitten we in kleine dennenbomen. De takken en de stammen zijn door het schieten gehakt. Ondanks de kou stel ik het goed. Bovenop alle miserie heeft het een deel van de nacht geregend en werd het maar niet dag. Ik kan je niet beschrijven wat ik allemaal gezien heb. De gruwelijkheden van de oorlog. Oh!!! Dat God er een einde aan maakt zodat al het lijden stopt. Laten we Hem in de tussentijd loven want we krijgen alles van Hem.

Je hebt er goed aan gedaan alle intresten te betalen. Die van Passas waren zoals ik had geschreven. Heb je genoeg geld? Zou je mij wat chocolade kunnen sturen?

 

Ik eindig beste Emma door jullie te kussen uit het diepste van mijn hart.

Reymond.

 

50e brief 19 maart ER (ontvangen op 27/3)

 

Mijn liefste man,

 

Het is met veel plezier dat ik je het koraalgezang kopieer zoals je gevraagd hebt in je kaart van de 14e. Ik heb deze vanochtend ontvangen. Aangezien mijn brieven regelmatig bij je aankomen, is het misschien niet noodzakelijk dat ik herhaal dat ik je postwissel heb ontvangen en dat Mr Fraisse mij betaald heeft. Ik heb het je gisteren verteld. Je ziet dat ik momenteel meer geld heb dan nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Vaak vragen we ons af wat we zouden doen om ons te onderhouden maar we vergeten dat Hij ons niet zal vergeten en dat Hij ons zal onderhouden wanneer Hij het nodig acht. Ik heb me regelmatig afgevraagd, ondanks dat ik het je nooit heb verteld, of ik genoeg geld zou hebben om alle intresten te betalen en om alle verschillende kosten te dekken. Nu laat God het zelfs toe dat ik wat overhoud. Je hebt er mij vaak opgestuurd terwijl het vaak omgekeerd gaat: ze vragen naar geld. Is het geen zegening naast vele anderen? (ik heb nooit geen geld gehad, dat weet je. Ik vertelde je wat ik had en je mag geloven dat dat de waarheid was! Maar je weet soms denkt de vijand of onze harten aan verre tijden en komt men zo in de problemen.)

 

Ik zou niet willen dat jij je van iets ontneemt voor mij. Je vraagt of dat geld me heeft blij gemaakt. Het heeft me zeker geholpen en je mag geloven dat ik het niet voor slechte doeleinden zal gebruiken. Ik stuur je mijn afrekeningen. Je weet bijna op de cent na wat ik krijg voor voedingsmiddelen en wat ik uitgeef. Ik heb nog niet voor 3fr aan kleren gekocht sinds jouw vertrek. Ik heb het niet nodig gehad. Denk niet dat ik daaronder geleed heb. Bijvoorbeeld, maandag heb ik een dozijn soepborden gekocht. Ze worden duurder. Ik heb ze 2fr betaald terwijl ze voor de oorlog 1,20fr kostten. Ik ga in op deze details maar ik wou, toen ik begon te schrijven, enkel deze pagina vullen maar ik zie dat deze al vol is. Ik zal er dus nog één nodig hebben. Gisteren heb ik de intresten van Elisa gebracht. Binnenkort, misschien volgende week, zal ik die van de Bonnets brengen. Lydie moet momenteel in Montpellier zijn. Ik hoop dat ze terug zal zijn wanneer ik ga. Ook al heb ik het haar niet gezegd, hoop ik dat ze mij een paar woorden zal sturen over hoe het met Paul gesteld is. Ik hoopte maandag die van de aardappelen te gaan brengen maar omdat de burgemeester ze had ingeschreven op de naam van mijn vader, wou de brave bediende mij het geld niet geven. Hij heeft gezegd dat mijn vader moest tekenen en dat hij mij dan het geld zou geven. Het gaat om meer dan 88 fr. Dit deed me denken aan wat mijn nicht Lydie me onlangs verteld had. Hij wou haar ook niet het geld geven voor de opbrengst van hun paard. Ze heeft aangedrongen en hij heeft haar het geld gegeven. Ze vertelde mij dat elke keer dat ze met hem te maken had, ze wat harde woorden uitwisselden. Vandaag nog zijn we voor de aanvraag gegaan. Ik heb niets te verkopen. Men vroeg tarwe en aardappelen. Er zou alleen de koe (Chaille) geweest zijn en dan nog zouden we haar misschien missen tijdens het werken. Momenteel vraagt men geen dieren. Ik weet niet hoe we het gaan doen. Zorgen we een beetje voor haar voor we haar verkopen of wachten we nog lang.

Mijn vader wou haar liefst een beetje vetmesten. Het is waar dat ze nu wel mager is, magerder dan de rest. Bovendien haar verkopen in de zomer. Ik bereken dat ik tarwe of tarwezemelen nodig zal hebben om de twee varkens vet te mesten (ik denk dat dit het beste is. Ze zullen niet zwaar zijn maar om de zomer door te komen. Ze zouden zeker vermageren of zouden te veel tarwe eten. En niet alleen dit maar ook het werk dat dit met zich meebrengt). Ook voor de zeug in mei tijdens het dragen van de biggetjes. Ik heb er ook nodig voor de vaarzen wanneer ze hun kalveren zullen hebben. Daarbovenop hebben we geen tarwe. Ik wou er ruilen voor rogge, de molenaar kon niet. Bovendien wie weet of ik op het einde van het jaar nog genoeg rogge zou hebben? Ik denk namelijk niet dat ik er veel heb gegeven aan elk beest.

We zullen misschien geen buitenlanders sturen zoals ik je zei. We zullen ze in het hotel laten. Er werd mij verteld dat enkel de personen wiens toestand het niet toeliet op de boerderij verzorgd te worden, werden onderzocht.

Liefste Reymond, verontschuldig mij voor de fouten, ik herlees niet en ik schrijf snel. Als ik niet gestoord word, beloof ik je zondag lang te schrijven. Tot dan stuur ik je veel kussen.

 

Je liefhebbende vrouw Emma.

 

Vandaag hebben we de klaver of de haver niet kunnen maken, het regende. We gaan allemaal goed. Mijn arm verhindert me minder, het is één van de redenen waarom ik je minder lang schrijf. Ik sta laat op omdat ik niet één van de sterkste ben. Het is vaak 7u in de ochtend, ik ga proberen te doen wat ik kan. Je begrijpt dat we werk hebben.

Mijn ouders groeten je en Georges slaapt.

Je vroeg me ooit of we een koeherder hadden gehuurd. Ik weet niet of ik op die vraag geantwoord heb maar ik heb er je wel over gesproken. Ik neem Maurice over voor 15fr per maand. We hebben hem gevraagd om midden april te komen maar ik weet niet of hij het zal doen. Mijn vader heeft geen varkens voor hen gekocht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s