28 maart 1915 ER ontvangen op 4 april

56ste brief Bergerons

Lieve Reymond,

Vandaag is het zondag en ik ben niet naar buiten geweest, ik ben bijna de hele dag alleen geweest tot nu, het is 15 uur, met mijn kleine Georges. Zoals ik je zei, gisterenmiddag, is men mijn vader komen halen voor mijn tante die erg ziek is. Hij is bij het vallen van de nacht thuisgekomen en moeder is daarheen gegaan om de nacht door te brengen. In de avond is dokter Bouvat gekomen om haar te zien en hij heeft geen enkele hoop op genezing. Hij heeft enkele medicijnen voorgeschreven die mijn vader ’s ochtends is gaan halen in St. Peray. Nu dat ik je aan het schrijven ben, is hij even aan het uitrusten nu de koeien aan het grazen zijn. Vervolgens als hij ze te drinken heeft gegeven of gemolken heeft, zal hij daar terugkeren om de nacht door te brengen en zal moeder hier komen slapen. Moeder is de loop van dag even langs gekomen en daarna weer vertrokken. Op dat moment was alleen Mariette De Fringuet daar, en aangezien ze zo ziek is, heeft zo constant twee mensen nodig om haar in te stoppen en te geven wat ze vraagt. Je kan haar niet alleen laten. Wat een wreed nieuws voor de arme Isaac! Gisteren heb ik hem een kaart gestuurd om hem op de hoogte te brengen dat zijn moeder vermoeid is. Niemand had hem er iets over gezegd en op het moment dat het met haar achteruit ging, heb ik gedacht hem de waarheid niet te verbergen. De heer Bouvat zei gisteren dat het erg waarschijnlijk is dat ze overmorgen niet haalt. Daarom denk ik dat het misschien goed om vandaag aan Isaac een paar woorden te sturen dat het slechter met haar gaat. Ik zal de dingen niet zo zeggen als dat ik tegen jou doe, want dat zou hem erg raken. Zijn zus wilde hem ook schrijven, maar het houdt me niet tegen hem een paar worden te sturen aangezien ik hem gisteren al een beetje gewaarschuwd heb. Arme Isaac, ik heb met hem te doen. Eerst hem moet zeggen dat we zijn vader hebben moeten begraven zonder dat hij kon komen en nu, naar alle waarschijnlijkheid, zal hetzelfde gebeuren met zijn moeder. Er is alleen maar droevigheid op deze aarde! Het schijnt dat vanochtend mijn oom Simeon naar hen toe is gegaan op zijn weg terug van Albussiere. Maar hij is er niet lang gestopt (ze waren niet veel meer bevriend dan met ons toen ze nog met elkaar te maken hadden; ik vraag me af waarom hij daarheen durfde te gaan). Maar dat is niet waar ik op uit wilde komen, ik wil je alleen maar zeggen dat mijn tante haar mond had open gedaan om hem te zeggen dat ze naar een gelukkige plek gaat en dat ze niet kan wachten om bij haar Redder te zijn. Deze woorden zullen wel vreemd op Simeon zijn overgekomen. Hij heeft haar niet geantwoord. Mijn lief, ik denk dat ik niet lang zal kletsen vandaag. Ik weet niet wat ik je moet zeggen vandaag. Ik denk aan al die misères en alle soorten van verdriet en ik weet niet wat ik moet schrijven.

Het werk? Wil je dat ik daarover praat. Mijn vader heeft de klaver gedaan, maar hij heeft het niet kunnen oprollen wat hij op het land van Jacques heeft gezaaid; het begon te regenen; vandaag heeft het voor een groot gedeelte ook alleen maar geregend. Nu is het opgeklaard, het zal misschien mooi weer worden. Sinds dat ik je het aantal dagen had gestuurd, hebben we er slechts één van Viauja gehad. Desalniettemin kan je door de details die ik je geef zien, dat je werk gedeeltelijk wordt gedaan, voornamelijk het belangrijkste. De velden zijn niet leeg. Als je daar tegen bent, zal ik het niet laten doen, maar ik denk dat het niet slecht zal zijn. Zolang de weides niet geoogst zijn, kan de koeherder de koeien niet alleen aan, daarom help ik hem een paar uur per dag en in plaats van ze hooi of ander voer te geven, komen ze thuis verzadigd van de weides. Zo blijven er een paar uur over voor de koeherder om mijn vader te helpen. Veel mensen hebben me gezegd dat ze het ook zo zullen gaan doen. Wat moeten we? We redden ons zoals we kunnen; als er niet een einde komt aan de oorlog zullen we niet talrijk zijn voor het werk op de velden. De laatste dagen heb ik Marie de Bellin hun graan zien rollen en mest uit zien strooien met haar broer. Ik doe dat soort werk niet. Mijn gezondheid staat het me niet toe. Ook al ben ik niet ziek, ik heb nooit één van de sterkste geweest. Als ik niet genoeg slaap of me erg moe maak, krijg ik altijd hoofdpijn. Vannacht heb ik weinig geslapen en vandaag heb ik een zwaar hoofd. Mijn arm doet nog veel pijn. Ik moet nog een doos blaarpleisters kopen, want ik heb nog steeds pijn aan een oor en als ik deze blaar nu niet goed verzorg, zal het later wellicht voor grote ongemakken zorgen. Ik weet niet of we morgen met Georges naar Valence zullen gaan. Ik hoop het en als we gaan zal ik vandaar een paar woorden sturen.

Tot gauw mijn liefste, ik zal je veel langer schrijven als het wat beter gaat en minde zwart voor de ogen zie. Ik geef je veel kusjes op je wangen en je baard.

Je echtgenote die van je houdt,

Emma

Heb ik je wel verteld dat de zoon van Fayat de Fialaix in Romans is en gewond is aan zijn schouder? Wat de andere betreft, die met Sylvie getrouwd is, daar is helemaal geen nieuws van. Georges heeft getreuzeld tijden het schrijven. De arme ziel wilde dat ik met hem ging spelen en ik heb hem daarvoor laten huilen. Uiteindelijk heb ik zijn kleine handje in de mijne genomen en hij heeft je onderstaande brief geschreven, helemaal blij en trost. Ik heb hem gezegd dat ik hem mee naar Valence zou nemen, en hij verheugd zich er helemaal op. Hij stelt mij er veel vragen over en vooral of ik hem een gebakje zal kopen. Oh! De kleine snoeperd! Nu roept hij zijn opa die de koeien te drinken geeft om met hem te spelen. Hij verveelt zich om alleen te spelen en dat kan je merken. Op een dag vroeg je me of we genoeg hooi hebben, er blijven nog meerdere bergen over. We hebben al twee te eten gegeven, de meest slechte en één van de oudste. In de loop van de week moeten we nog een andere binnenhalen (ik denk dat oom Eugene ons deze week zal helpen, hij heeft ook een paar dagen bij Fraisse geholpen om hun schuld af te lossen). Er zijn vier buiten, waarvan twee kleinen. De geitenzolder is voor de helft nog vol. We hebben nog genoeg jong klaverblad op de zolder van Jacques voor de varkens. Als we de koeien in Rondez houden, zal waarschijnlijk één van deze twee hooibergen voldoende zijn voor ver tot in de zomer. Emma heeft me niet meer verteld dan jij weet over diegene uit Mellys…

 

 

 

Brief van Georges aan zijn papa

Lieve papa,

Ben ik niet heel lief dat ik je een klein briefje schrijf? Mama houdt mijn kleine hand in de hare en ik ben blij dat zij mij helpt schrijven. Ik lach daarom en ik maak opmerkingen over ons handschrift wat ik niet kan lezen. Ik stuur je veel kusjes en ik hoop dat je snel thuis zal komen.

Je kleine Georges

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s