5 april 1915

53ste brief

Mijn lieve Emma,

Gisteren heb ik je niet kunnen schrijven, want ik zit in de loopgraven van de eerste linie. Ik zit in een bos vol met sparren en dennen. Ze zijn klein en we kunnen niet ver zien. De Duitsers zitten op 500 à 600 meter. Daar waar ik zit, heb ik twee dorpen onder gezag. Er is één op 800 meter. Hij zit aan de voet van de berg, waar ik me bevind en de hellingen zijn er steil. Dat zorgt er dus voor dat het voor hen moeilijker is om ons van voren aan te vallen. We horen de klokken slaan, want onze artillerie schiet niet op huizen. Het is heel opvallend, want er is geen twijfel over want de soldaten bevinden zich in de huizen. We vragen ons af waarom we niet schieten. Wat het gevaar betreft zit ik goed, maar qua onderkomen is het nog altijd hetzelfde. Ondanks dat er huizen tegenover ons zijn, moeten we nog altijd in hutjes van hout slapen. Onze buren zitten er beter bij dan wij. Ze zullen hun onderdak niet willen delen, maar we hebben het natuurlijk niet gevraagd. Sinds 1 uur ’s nachts is het weer zacht, maar er valt een fijne en doordringende regen. In de hoogtegebergten sneeuwt het waarschijnlijk. Daar waar ik zit, op geringe hoogte, heeft de regen bijna de sneeuw laten smelten. Maar ze heeft ook mijn mannen doorweekt. Ikzelf ben blij dat ik een regenjas heb. Ik laat het hierbij voor vandaag en omhels je innig.

Je echtgenoot Reymond

Mijn liefste, ik doe er dit briefje nog bij voordat ik mijn kaart sluit en ga uitrusten. Ik rust zo veel mogelijk uit overdag, mijn sergeanten nemen dan de wacht waar. Het is minder moeilijk overnacht dan ’s nachts. Op deze manier heb ik ’s nachts minder slaap om mijn rondes te doen. Ik heb je in een brief gevraagd mij een pakket te sturen. Ik weet niet of je die brief ontvangen hebt. Dat zou welkom zijn, want de soep is steeds koud en niet te eten. Het vlees is ook niet erg lekker als het koud is. Het is erg vet en moeilijk verteerbaar. Ik eet een paar sardientjes met brood, maar dat smaakt niet lekker. Als je een ijzeren doos zou kunnen vinden die goed sluit en waarin een half pond boter of meer past, dan kan je het met verse boter vullen en deze bestrooien met zout om het te kunnen bewaren. Een cacaodoos zou kunnen volstaan. Daarmee zou ik een paar dagen vooruit kunnen. Je moet geen grote hoeveelheden tegelijk versturen. Mijn chocoladevoorraad is bijna op, maar misschien dat ik hier nog wat kan krijgen.

Tot morgen, Reymond.  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s