6 april 1915

54ste brief

Mijn liefste,

Ik heb je 57ste brief van 29 maart ontvangen. Ik ben er heel blij mee, want ik zie dat je minder ontmoedigd bent. Ik herken het duidelijk aan de samenstelling van de brief. Je hebt er heel goed aan gedaan om je samen met Georges te laten fotograferen. Morgen wordt hij drie. Het is meer dan 8 maanden geleden dat ik hem gezien heb. Ik hoop het plezier te hebben jullie allebei op de foto te zien. Maar ik moet nog een paar dagen wachten voordat ik die foto’s ontvang. Het zullen zeker ansichtkaarten worden, want voor die prijs kan je niet iets heel moois krijgen. Maar het zal voor mij heel fijn zijn om die te hebben. Zoals jij het zegt, het zou mooi zijn geweest als we ons samen hadden laten fotograferen voor de oorlog. Als we het geluk zullen hebben om weer met elkaar herenigd te zijn, dan gaan we dat doen, toch? In de loop van deze acht maanden heb ik veel droevige dingen gezien. Laatst, op mijn weg terug van een regio waar ik sinds 15 dagen zit, heb ik een oorlogsbeeld gezien met de gevolgen van de oorlog, wat mij erg heeft geraakt, of beter gezegd, mijn hart pijn deed. Ik heb geaarzeld het je te vertellen, niet door de censuur, want ik zal niet de plaats noemen waar ik het gezien heb, maar om jou niet te ontroeren. Vandaag kan ik het niet laten het je te vertellen.

Het was ijskoud toen we om 2 uur ’s ochtends vertrokken en de weg was vervuld met bevroren sneeuw. Het was erg zwaar om te lopen, we hadden moeite om overeind te blijven en op elk moment glee er iemand van ons uit. Dit was niet erg, we vonden het zelfs grappig en we deden wedstrijdje om wie er het langst overeind kon blijven. Van deze valpartijen heeft er slechts één van ons zijn arm ontwricht. Snel al kwamen we ambulances tegen die gewonden van het gevecht van gisteren aan het vervoeren waren. Dit ontroert mij niet veel meer, want het is dagelijkse praktijk geworden. Wat nog triester was om te zien, was toen ik burgers zag, meerderdeel vrouwen en ouderen, hun vee voortdrijvende en dragende op hun rug een baal stro. De dieren struikelden wat onze loop bemoeilijkte, vervolgens kwamen er auto’s die vooruit getrokken werden door paarden, een stel koeien of zelfs door één koe, zoals een paard zou doen (ik zeg je tussendoor dat het ook een beetje de gewoonte van het land is). Deze wagens waren gevuld met de meest noodzakelijke en waardevolle spullen. De voorgespannen dieren gleden uit, de beklimming was steil. De weg steeg dan die van Pin en het werd steeds heuvelachtiger. De chauffeurs waren vaak genoodzaakt om zelf met hun handen aan de wielen te helpen duwen. Dit alles gebeurde in stilte, want we waren dicht bij de vijand en we liepen risico geraakt te worden door explosieven. Ondertussen kwamen we ook groepen ongelukkige vrouwen tegen die baby’s in hun armen droegen of ze vooruit duwden in een karretje; aan de zijkanten klampten zich andere kinderen vast van 2, 3 of 4 jaar oud. Dit geheel ging de helling op in de nacht door een ijzige kou sneeuw. Oh! Ik zal deze glimp van de oorlog nooit vergeten. Onder deze kinderen waren er ook aan het huilen en de arme moeders hadden moeite om zelf niet in huilen uit te barsten om de kinderen niet te laten schrikken. Arme kinderen! Dat ze zo’n temperatuur moesten trotseren. Als ik nu aan al deze droevigheden denk, kan ik mijn tranen niet tegenhouden. Soms vraag ik me af of het geen droom of visioen was wat ik gezien heb, maar toch is het de werkelijkheid. In de verte hoorden we het vuurgevecht. Zo nu en dan verscheen een onheilspellend licht van een kanonschot in de lucht. De echo’s van de ontploffingen weerkaatsten van ravijn naar ravijn, alsof het aan deze ongelukkigen wilde zeggen: haast u, het wordt dag en ik zal de dood over jullie brengen die vluchten. Tijdens dit traject hield het gevaar waar we naartoe liepen mij niet bezig. Het maakte mij niet veel uit om naar het vuur te lopen, het is onze plicht en het was niet de eerste keer. Dat raakt me niet. Ik heb mensen zien vallen en doodgaan, vaders, maar dit leek, om het zo maar te zeggen, gewoon; deze ongelukkigen die hun gastvrije dorpen uitvluchten waar de dood in overvloed is uitgezaaid, was duizend maal meer indrukwekkender en luguber in deze koude en zwarte nacht. Je zou zeggen dat het schaduwen waren die uitgleden over witheid van de sneeuw. Nog een voorbeeld: een oude vrouw, die niks zag, want ze liep aftastend en helemaal alleen, vereenzaamd; zou ze op haar bestemming zijn aangekomen? Ik heb er mijn twijfels over. Oh! Liefste, mijn gedachten gingen ook naar jou uit. Ik vroeg me af hoe jij je zou redden als jij dezelfde tegenslagen zou moeten verwerken als jij je huis zou moeten verlaten. Hoe groot is de zegening dat ons land niet het toneel van oorlog is. Oh! Lieve Emma, ik kan niet verder met dit te beschrijven, het is te triest. Laten we ons verenigen om aan God te vragen medelijden te hebben met deze ongelukkigen en om een einde te maken aan al deze verschrikkelijke beproevingen.

Je vertelt me dat je uitstapje naar Valence goed gegaan is. Georges zal je waarschijnlijk wel vragen stellen over alles wat hij gezien heeft. Kan hij er zich iets van herinneren? Je hebt me niet verteld hoe jullie voor de fotograaf geposeerd hebben. Ik vertelde je in een brief, die je trouwens niet op tijd hebt ontvangen, om Georges voor je te laten staan. Op die manier zou ik zijn lengte kunnen beoordelen in vergelijking met jou. Maar als het anders is, moet je daar niet over in zitten. Zijn tantes hebben hem te veel verwend. Ik weet zeker dat hij opnieuw een uitstapje wil maken al is het maar om lekkernijen te krijgen. Je hebt er goed aan gedaan om de blauwe regen (plant) mee te nemen. Als God het wil kunnen we er een prieel van maken in de tuin. Dat zou heel mooi zijn. Je hebt een paar dagen doorgebracht waarop je geen brieven ontvangen hebt. Het komt soms voor dat ik geen tijd, maar het betekent niet dat ik minder aan je denk, ik geef veel om je mijn liefste. Sinds 1 april heb ik je elke dag geschreven, behalve 4 april. Vandaag schrijf ik je vanuit de loopgraven; ik zit in een kuil. Sinds een kwartier wordt er veel met kanonnen geschoten. De explosieven vliegen boven mijn hoofd richting de vijandelijke artillerie-eenheid. Ieder komt een keer aan de beurt. ’s Ochtends waren het de Duitsers die op ons schoten.

Ik zal mijn brief afronden om mijn ronde te gaan doen. Doe de groeten aan al onze vrienden die je tegenkomt en stuur mij nieuws over mijn tante Du Batiment. Omhels je ouders en onze lieve, kleine zouzou. Ik omhels je innig en ik vervul je met liefkozingen.

Je lieve man,

Reymond    

Ps: ik stuur je hierbij ook een brief van jou.