8 april 1915

56e brief

Mijn lieve Emma,

Gisteren op 7 april heb ik je een korte briefkaart gestuurd. Ik ben hem vergeten te nummeren. Hij had het nummer 55 moeten hebben. Ik heb al 2 dagen niks van je gehoord. Ik maak me er niet te druk om, want ik weet dat je niet elke dag kunt schrijven, om de brief te posten zou je je teveel moeten haasten. Ik krijg overigens best vaak twee brieven tegelijk.
Je zei in je laatste brief dat je trots was op onze Georges. Misschien ga je wel denken dat hij alleen van jou is! Oh! Wat zou ik boos zijn, als je me dat zou zeggen wanneer ik terugkom! Maar ik weet al dat je me dat niet zult zeggen. Daar ben je veel te aardig voor.
Wat zal hij brabbelen, hij is vast vermoeiend voor je. Leert hij in ieder geval om beleefd te zijn tegen vreemden?
Hij zal niet vaak binnenshuis blijven, maar zal wel buiten rondhobbelen. Is zijn kruiwagen nog heel, hij moet er veel plezier van hebben.
Lieve Emma, het is al lang geleden dat je me hebt verteld of je nog genoeg aardappelen hebt. Zijn ze niet te erg verrot? Loopt het water niet binnen in de kelder van Jacques? Ik weet dat het langs de deur binnen zou kunnen komen, maar ik bedoel dat wat van de achterkant komt, loopt weg.
Is Faïne beter? Houd je de buitendeuren van de stal aan de achterkant goed dicht? Denk je eraan dat je genoeg hout hebt voor heel de zomer. Je hebt me niet gezegd wat je Miraille was.

De weides worden weer groen en binnenkort gaan de bomen groeien. Het platteland wordt weer mooi. Mijn broer zei me dat de weides en tarwevelden mooi waren. Hebben we in de wijngaard overal tarwe gezaaid? En is het gelukt om klaver te zaaien? De kolen die ik geplant had zijn ze uitgekomen of zitten ze nog in de grond? Komen die achter in de tuin nu al uit? Hoeveel hebben we er kunnen planten in de winter?
Wat vraag ik je veel, ik zal je wel irriteren.
Helaas mijn liefste, wat zou ik graag bij je zijn. We zullen op een dag weer herenigd worden als de Heer het goed vindt.
Als hij ons deze gunst verleent, wat zal dat een zegen zijn bovenop al die anderen die hij ons al geschonken heeft. De Heer heeft me inderdaad veel grote voorrechten gegeven. Hij geeft me de gezondheid om al deze vermoeidheden aan te kunnen. Ik hoor vaak iets van je en wat allemaal nog meer.

Sinds een paar dagen zitten we nog steeds op de dezelfde plek. Gisteren hebben we een slechte dag gehad, het heeft alleen maar geregend. Mijn mannen zijn helemaal doorweekt. Vandaag zegt men dat het gaat veranderen in sneeuw. De regen had de oude sneeuw laten smelten, er lag alleen op de bergen en hier waar de wind het heeft meegenomen. De temperatuur is redelijk. Ik weet niet of ik je gezegd had dat ik me tegenover een dorp bevind. Ik hoor de klokken slaan. Met mijn verrekijker kan ik de tijd op de klok zien die op de klokkentoren zit. Zo kan ik de tijd op mijn horloge controleren.

Dienst hebben is ’s nachts niet makkelijk. Tussen deze dennenbomen is het donker, en we moeten ons verplaatsen op de tast. Ook degenen die het voedsel gaan halen, hebben oneindig veel moeite om de weg terug te vinden. De soep komt koud aan.

Maar weinigen eten ervan, en meestal gieten ze hun beker leeg onderweg omdat ze vallen. We zien er naar uit afgelost te worden. Hier heb ik echter geen last gehad van de kou.

Lieve Emma, heb je nog last van je arm? Doet hij nog pijn. Verzwijg niet hoe je gezondheid is.
Ik heb niets interessants te vertellen. Ik zal je altijd zo vaak schrijven als ik kan, maar raak niet verdrietig als je twee of drie dagen geen brief ontvangt.

Omhels je ouders en Georges
Veel knuffels van je Reymond.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s