17 april 1915

64e brief


Mijn liefste,

De laatste brief die ik van je heb ontvangen is van 11 april. Ik heb het je gisteren al gezegd op mijn briefkaart. Ik ben in goede gezondheid, Godzijdank. Ik wens van harte dat jij dat ook bent, evenals Georges en je ouders.
De afgelopen dagen is het mooi weer geweest, er ligt elke dag minder sneeuw. Alleen op de hoge bergen ligt er nog. We hebben het nu beter, sinds de sneeuw gesmolten is. We hebben minder koude voeten. Zelfs ’s nachts hebben we geen last meer van de kou.
Je hoeft je niet druk te maken om mij.
Wat betreft de dreiging, het gevaar is nog altijd even groot, maar laten we vertrouwen hebben. Ik kan overal beschermd worden. Het staat geschreven dat geen haar op ons hoofd zal vallen zonder dat Hij het wil.
Ja, lieveling, Zijn liefde is immens, en Hij helpt degenen die geloven in Hem.
Waarom twijfelen aan Zijn goedheid.
Hij kan ons nog lange dagen om samen door te brengen schenken. En hoe mooi zou het zijn als onze Redder ons binnenkort kwam halen. We zouden geen aardse zorgen meer hebben en zouden voortaan voor eeuwig bij Hem zijn.
Ja, laten we Hem zegenen voor de gunst die Hij ons gegeven heeft om hem te kennen en van Hem te kunnen houden. Welk privilege en wat een troost.
Ik vraag me af of je mijn brief zult ontvangen. Het zou me flink storen als je ‘m niet ontvangt.
Gisteren vroeg ik je alle nummers en data van de brieven te geven die je hebt ontvangen na nummer 46.
Al twee weken lang heb ik je elke dag een paar regels geschreven.
Op het moment dat ik je schrijf, vliegt er een Frans vliegtuig boven ons. De vijandelijke vuren?batteries? schieten er met hoge snelheid op, maar ze hebben hem nog niet geraakt.
Wanneer zal ik deze gevechten niet meer horen en zal ik deze werken des doods niet meer zien?
Opdat God een einde maakt aan deze verschrikkelijke oorlog en dat er vrede op aarde heerst, gebracht door Zijn weldaden.
Dat is de wens die ik doe terwijl ik deze brief afsluit.

Tot ziens mijn lieve vrouw, ik omhels je vanuit het diepste van mijn hart. Veel knuffels ook voor onze lieve Georges.

Groeten aan je ouders.
Je man die veel aan je denkt.

Reymond

Dit is de laatste brief die hij geschreven heeft. Hij is gestorven op het slachtveld.

Adjudant-chef Molle Raymond

18 april 1915 Alsace

24ste bataljon van de Alpense Jagers

 

We hebben de agenda van Reymond gevonden uit 1915.

12 april 1915

252ste oorlogsdag. De dag verloopt aardig goed, mooi weer, maar het terrein is vochtig. De Duitsers sturen een tiental crapouilots rechts van de loopgraaf waarin ik zit, geen gewonden. Er gebeurt niks interessants. We dachten dat we afgelost zouden worden, maar dat zal morgen zijn. In de namiddag zijn er grote stortbuien.

13 april 1915

De nacht is heel onrustig. De vuurgevechten zijn soms heel hevig, we kunnen niet ongestoord uitrusten. Om 9 uur ’s ochtends lanceren onze kanonnen van 58M/N enkele crapouilots: (zie het einde van 12). Om 7:30 uur horen we een noodsignaal. Voor ons komt het op een hevig vuurgevecht uit. Van de 9de compagnie is er een kleine eenheid (8 tot 12 man) uitgeroeid door een bom. Tijdens het ontbijt is één van onze mannen gewond geraakt door een kogel (beide benen).

14 april 1915

De nacht is voorbij gegaan zonder nieuw alarm. Overdag werken we om ons beter te beschermen (het plaatsen van prikkeldraad, loopgraven uithollen). ’s Middags ontvangen wij de o/o ? dat we afgelost zullen worden door de 8ste compagnie van het 47ste, tweede sectie. De aflossing vindt plaats midden op de dag, 5:40 uur. We hernemen onze positie in Sattel.

15 april 1915

Rustige nacht. Weer is minder koud. We houden ons bezig met het opzetten van een post voor de gewonden en een hutje om de tassen van de compagnie in te laten. We hebben schoenen met lederen zool ontvangen. We veranderen niet van positie.

16 april 1915

Heerlijk weer, we hebben alles opgeruimd. Om 10 uur delen we cadeaus uit, aangeboden door de Franse Touring Club: kooktoestel, zeep, etui, briefkaart, handdoeken, zakdoeken, poncho’s, etc. ’s Middags gaan we de positie verkennen voor de aflossing van het 47ste compagnie, links van Reichacker. Er is geen sneeuw meer in Sattel. De aflossing vindt plaats om 7:20 uur. Mijn sectie is al reserve ter afroep (de nacht verloopt redelijk goed).

17 april 1915

Tegen 1 uur ’s nachts vuurgevecht aan onze linkerkant. Om 10 uur ’s ochtends moet iedereen klaar staan om aan te vallen en om Sillacker Wasen te ondersteunen.

14 september 1921

Geachte heer de commandant,

Ik zou u graag willen vragen om mij een overlijdensakte van mijn man te sturen: Molle Reymond, gedood door de vijand op 18 april 1915. Hij was adjudant-chef in het 64ste bataljon van de Alpense Jagers in Villefranche-sur-Mer.

Hoogachtend,

  1. Molle

Mevrouw Molle uit Bergerons

Door Alboussière Ardêche

 

Antwoord

Villefranche s/Mer, 17 september 1921

Ik heb de eer om u hierbij het certificaat van adjudant-chef Molle Reymond te sturen.

Commandant kapitein van het Depot van het 24ste BCP.

Advertenties

16 april 1915

63e brief
Mijn lieve vrouw,

Ik heb net je 65e brief van 11 april ontvangen. Ik denk niet dat er brieven verdwenen zijn. Het spijt me erg spijt dat er brieven van mij zijn verdwenen. Probeer me een samenvatting te geven van de brieven die je hebt ontvangen na nummer 46.
Vandaag heb ik niet veel tijd om je te schrijven; ik dacht dat ik tijd had en daar vertrekt de post al zonder dat ik je een lange brief kan schrijven. Weet dat ik doe wat ik kan want ik houd van je. Ik maak snel de briefkaart dicht terwijl ik je omhels vanuit het diepste van mijn hart.

Veel kusjes van je liefste echtgenoot
Reymond.

15 april 1915

62e brief
Mijn lieve Emma,

Ik heb gisteravond je brief van 8 april ontvangen die je me schreef vanuit Orges. Vanochtend heb ik die van de 9e ontvangen. Ik denk dat er één verdwenen moet zijn, want sinds die ene waarbij je foto zat, had ik er geen meer ontvangen. Er waren er twee of drie niet genummerd en daardoor kon ik het niet controleren. Tenzij je de 6e en 7e niet geschreven hebt. Misschien is dat het geval.
Op je briefkaart van de 9e, zeg je dat je al lang niks ontvangen hebt, dat verbaast me, want ik heb je bijna elke dag geschreven. Er zijn veel families die klagen dat de brieven niet aankomen. Ik hoop dat je ze over een paar dagen zult ontvangen. Het ontmoedigt me te weten dat je geen nieuws van mij hebt. Wat zul je ernaar verlangen, jij ook.
Ik heb een brief ontvangen van Jean Lodie, hij maakt het goed.
Ik maak het goed dankzij God en ik hoop voor jullie hetzelfde. Vandaag hebben we het niet zo slecht, het is minder koud en we hebben goed geslapen, nu we ons wat verder naar achteren bevinden. Ik begon moe te worden, we waren 3 dagen gebleven vrijwel zonder te slapen. Ik laat je weer voor vandaag. Als je Vignal schrijft, zeg hem dat ik er aan gedacht heb hem te schrijven, maar het ontbreekt me aan tijd om veel te schrijven.

Ik stuur je veel knuffels en kussen. Omhels Georges en je ouders.

Je Reymond.

14 april 1915

61e brief

Mijn lieve vrouw,
Al 4 dagen heb ik niks van je gehoord. Ik smacht er een beetje naar, maar ik krijg er straks vast twee tegelijk.

Ik heb je niet veel te vertellen. Ik heb ook niet veel tijd vandaag, maar omdat ik je gisteren niet geschreven heb, wil ik je niet nog langer laten wachten op nieuws, je zou er te lang op moeten wachten. Gisteren was het mooi weer, we hadden het niet koud. Vandaag is het bewolkt maar het is niet zo koud. Waardoor het redelijk gaat met ons.
Wat houdt je bezig, ben je goed gezond? Je zult wel veel werk hebben, want daarginds moet het nu mooi weer zijn.
Heb je al wat aardappels in de grond gestopt? Is de grond warm genoeg zodat ze kunnen ontkiemen?
Ah! Ik denk veel aan jullie allemaal, wat zou ik graag bij jullie zijn, maar wanneer dat is, dat kan ik niet zeggen. Er zijn momenten dat dat me bedroefd maakt. Maar dankzij God raak ik niet wanhopig. Wat een geluk om de Heer als steun te hebben.
Vergeef het me als ik je geen lange brieven stuur, ik zou het graag willen doen, maar ik heb al 3 dagen weinig geslapen en ik ben uitgeput.

Ik omhels je teder en stuur duizend knuffels.

Je liefste Reymond.

12 april 1915 (maandag)

60e brief 

Mijn lieve Emma,

Ik heb niks van je gehoord gisteren noch vandaag, het voelt als lang geleden. Ik ben veeleisend niet waar? Maar vermoei jezelf niet om mij vaker te schrijven dan je wilt. Ik zou je graag willen vertellen wat ik doe en waar ik ben, maar dat kan niet. Ik onderwerp me graag aan deze eis van de militaire autoriteiten, want ik begrijp dat dat nodig is. We kletsen altijd te veel over de verplaatsingen van de troepen. Er zijn zoveel spionnen.
Ik denk dat je ze ontvangen hebt of beter gezegd dat je mijn brieven nog steeds regelmatig ontvangt. Ik schrijf je elke dag. Ik ben zo blij om een paar minuten met je te praten. Ik keek net naar je foto. Hoe meer ik ernaar kijk, hoe meer ik vind dat je er moe en verdrietig uitziet.
Arme kleine Emma, jij die zoveel van me houdt, hoe droevig moet het zijn voor jou om mij niet meer bij je te hebben. Misschien zullen we op een dag dit geluk weer hebben, als God het wil. Ja, de Heer is trouw, hij verhoort de wensen van hen die Hem met geloof aanroepen.

Oh! Wat is het fijn om in Hem te geloven. Het biedt troost en geeft kracht. Hoe vaak zou ik niet ontmoedigd zijn geraakt als Hij me niet gesteund had. Is dat voor jou niet hetzelfde? Ik vraag Hem vaak je te beschermen en je te zegenen naar je behoeftes. Ik twijfel er niet aan dat Hij mijn gebeden verhoort.

Ah! Wat is deze oorlog droevig. Maar misschien is het om ons wakker te schudden vanwege onze zorgeloosheid dat hij ons deze beproevingen stuurt. Opdat alle christenen er lering uit kunnen trekken voor hun eeuwige geluk.
We zien wat de wereld heeft voorgebracht onder het mom “Vooruitgang”. Hij heeft alles in het werk gesteld zodat de mens elkaar afmaakt en om zijn behoeftes te bevredigen. De oorlog is duidelijk een resultaat van de ongelovigheid.
Het slechte domineert het goede. Terwijl Gods dienaren liefde prediken, vrede en barmhartigheid die Hij aan iedere berouwvolle zondaar heeft geschonken, hebben anderen haat, egoïsme en barbaarsheid.
We minachten de Heilige naam van God, we maken ons niet druk om Hem, en echter het is alleen door Zijn wil dat alle dingen gebeuren.
Deze beproevingen zetten een groot aantal onverschilligen tot nadenken, maar velen aarzelen om hun oude leven achter zich te laten en “opnieuw geboren te worden” zoals de Heer het zei. Ik geloof dat alles veel goeds zal brengen. Dat degenen die op het rechte pad terugkeren talrijk zullen zijn. Lieve vriendin, ik maak het goed.
Vannacht had ik een beetje koude voeten. We zitten in een loopgraaf waarin water stond en het is niet erg warm. Alles bij elkaar heb ik een slechte nacht gehad.
Overdag heeft de zon zich een beetje laten zien. Het is nu half 3, het weer betrekt, gaat het sneeuwen of regenen?

In elk geval verblijven we niet lang in de frontlinie waar we geen vuur kunnen maken. Misschien gaan we binnenkort een flink stuk terug om uit te rusten en onszelf een beetje op te knappen. Dat is wel nodig, want ik zeg je tot mijn schaamte, dat ik al sinds lange tijd dezelfde blouse draag (19 maart).

Je kunt je wel voorstellen dat onze kleren niet meer erg schoon zijn. Je moet wel denken dat ik erg lui ben en je me niet zou herkennen. Het is zeker niet de zin waaraan het me ontbreekt maar het is onmogelijk om het anders te doen.

Ik stop er mee terwijl ik je toch maar eens stevig omhels.

Veel kusjes voor Georges en omhels je ouders namens mij.

Je Reymond.

11 april 1915

59e brief

Mijn lieve Emma,

Vandaag heb ik niks van je gekregen, maar ik rekende er wel op. Gisteren was ik vergeten om je te bedanken voor je bloemen. Ze waren erg verwelkt helaas, maar ik kon nog herkennen wat voor bloemen het waren. Ik weet niet hoe ze heten, maar ik geloof dat ze op de tuinmuur groeiden.

Vandaag is het zondag, de dag die aan God gewijd zou moeten worden, maar helaas! In het leger wordt er geen aandacht aan besteedt, men laat ons werken alsof het een gewone dag is.
Ik ga binnenkort naar de frontlinie voor 2 dagen. Maar dat ontmoedigt me niet. Het is mogelijk dat ik je niet schrijf tijdens deze 2 dagen, dan heb je een kleine periode waarin je niks ontvangt. Er zijn families die sinds 2 weken niks ontvangen. Ik vraag me af waarom. Je ziet dat je tevreden kunt zijn dat je van mij van tijd tot tijd brieven ontvangt. Ik heb vandaag een brief van Francillon ontvangen. Ze maken het goed.
Ik hoop dat mijn brief jullie allen in goede gezondheid bereikt.
Dankzij God maak ik het goed, mijn verkoudheid is over en ik hoest helemaal niet meer. Is je arm genezen? Laat het me weten. Adieu liefste.
Sorry dat mijn brief niet lang is.
Ik zend je heel veel liefkozingen en omhels je stevig.

Je man Reymond.

Ik heb je pakje en brief ontvangen. Ik zei het je in de brief van gisteren.

10 april 1915

58e brief

Mijn lieve Emma,

Ik heb net je pakketje ontvangen met worst, chocola en een pot waarvan ik dacht dat het vijgenjam was. Maar het bleek bessengelei. Het is heel lekker. Het kon niet beter uitkomen. Ik had nog maar één chocoladereep. Soms eet ik wel 2 of 3 repen per maaltijd. Soms helemaal geen, afhankelijk van wat we krijgen. Meestal is het eten voldoende. Altijd eigenlijk, alleen als er iets aan de hand is, is er minder. Maar wanneer het vet koud is, is het niet lekker. Dus ik dank je voor je pakketje!
Tegelijkertijd heb ik je brief van maandag 5 april ontvangen. Deze is niet genummerd maar het moet de 60e zijn. Het is onmogelijk je te zeggen hoe blij ik was om foto’s van jullie te zien, het was alsof ik bij jou was, het maakte me heel gelukkig. Ik heb er heel lang kusjes op gegeven.
Lieve Emma wat ben je afgevallen, je ziet er verdrietig en uitgeput uit. Ik weet zeker dat je me niet de waarheid vertelt over je gezondheid. Oh! Vertel me toch de waarheid! Onze kleine Georges ziet er goed gezond uit, erg levendig en hij kijkt heel aandachtig. Hij draagt een mooi passend pakje (ik bedoel met snit) Ik herken de stof, je had me het staaltje opgestuurd. Hoeveel foto’s heb je laten maken? Zijn ze allemaal zo? Ik wil niet zeggen dat deze niet goed genoeg is, maar hij is niet groot. Het is waar dat het heel goedkoop is. Eindelijk heb ik het geluk naar je te kunnen kijken. Het lijkt of je dichterbij me bent. Ik ga heel vaak naar jullie kijken. Mijn papier begint op te raken, want het is een tijd geleden dat ik bij m’n koffer ben geweest waar m’n voorraad inzit. Je kan een blaadje bij je antwoord stoppen. Het is waar dat voordat ik die ontvang ik vast al bij mijn koffer ben geweest, want ik heb de indruk dat men ons niet lang meer in dit gebied zal laten verblijven. De mannen zouden het niet aan kunnen. We worden afgelost waarschijnlijk en dan gaan we verder weg van de frontlinie uitrusten. Zo gaat het de hele tijd. Lijd alsjeblief niet om mij. Ik herhaal het in elke brief, maar ik weet dat je lijdt en soms ongerust bent. Ja, we hebben God nodig om ons aan te moedigen en ons te helpen om met geduld deze beproevingen te doorstaan. Laat ons vertrouwen niet afzwakken.
Wat zal ik je nu zeggen, ik weet het niet. Er is niks bijzonders gebeurd in mijn leven. Het is 10 uur ‘s ochtends, een gedeelte van de nacht heeft het grote vlokken gesneeuwd, in de ochtend ook, maar nu sneeuwt het minder hard.
Alle dagen dat ik hier ben heb ik je elke dag geschreven. Zolang ik dat kan, zal ik dat blijven doen.
Doe de groeten aan al onze vrienden en in het bijzonder aan M. Delarbre.
Omhels je ouders en onze kleine Georges. Ik laat je voor vandaag weer met rust want ik moet een greppel gaan graven om te kunnen communiceren met de loopgraven op de eerste linie. Hij is in het bos dus we kunnen er overdag aan werken. Ik ga met mijn divisie een andere divisie vervangen die ondanks het weer vanochtend heeft gewerkt.

Ik overstelp je met kussen en stuur je een lange brief.

Je man Reymond.

9 april 1915

57ste brief

Mijn liefste,

Ik heb vanochtend je 58ste,een briefkaart en je 59ste brief ontvangen. Ik ben gelukkig om te zien dat je eindelijk een kaart van mij hebt ontvangen. Ja, lieverd, ik weet dat je er naar smachtte, jij die zoveel van me houdt, ik weet het. Ik ook, je kan niet begrijpen hoeveel ik van je houd. Ik wil je graag zo gelukkig mogelijk zien, daarom schrijf ik je zo vaak als ik kan. Maar ik begrijp ook dat je wel ook vaak aan mijn lot moet denken. Ik vraag je om vertrouwen in de Heer te hebben, je helemaal aan Hem over te geven. Hij kan me midden in het gevaar beschermen. Zie je, ik ben niet zo verdrietig als jij. Tot op heden heb ik alles kunnen verdragen dankzij God. Je zegt me dat Lydie veel gelukkiger is dan jij. Ik kan je niet hetzelfde zeggen, ik wil niet gewond raken want het is niet gemakkelijk om vanaf hier geëvacueerd te worden. ik zie dat je veel moeite doet voor de foto’s. ik zal ze één dezer dagen ontvangen, want je zal ze uit Valence sturen. Ik ben blij om te weten dat je opnieuw hulp van Maurice zal krijgen. De dagen zijn duur, maar je moet al het mogelijke doen om Viaugeas en je oom te behouden. Ze zullen nuttig voor je zijn. ik dacht eraan je een machtiging te sturen, maar ze hebben mijn loon nog niet betaald. Het zal een aardig bedrag zijn. Als ik omkom, dan kan je dat eisen als je mijn overlijdensbericht krijgt. Men zal je zeggen of ze mij betaald hebben of niet.

Vandaag ben ik niet op de frontlinie. We kunnen een vuurtje maken, maar de kachel van onze hut doet het niet. Het sneeuwt nog altijd. Ik sluit door je lief te omhelzen en ontvang veel liefkozingen van jouw Reymond.

8 april 1915

56e brief

Mijn lieve Emma,

Gisteren op 7 april heb ik je een korte briefkaart gestuurd. Ik ben hem vergeten te nummeren. Hij had het nummer 55 moeten hebben. Ik heb al 2 dagen niks van je gehoord. Ik maak me er niet te druk om, want ik weet dat je niet elke dag kunt schrijven, om de brief te posten zou je je teveel moeten haasten. Ik krijg overigens best vaak twee brieven tegelijk.
Je zei in je laatste brief dat je trots was op onze Georges. Misschien ga je wel denken dat hij alleen van jou is! Oh! Wat zou ik boos zijn, als je me dat zou zeggen wanneer ik terugkom! Maar ik weet al dat je me dat niet zult zeggen. Daar ben je veel te aardig voor.
Wat zal hij brabbelen, hij is vast vermoeiend voor je. Leert hij in ieder geval om beleefd te zijn tegen vreemden?
Hij zal niet vaak binnenshuis blijven, maar zal wel buiten rondhobbelen. Is zijn kruiwagen nog heel, hij moet er veel plezier van hebben.
Lieve Emma, het is al lang geleden dat je me hebt verteld of je nog genoeg aardappelen hebt. Zijn ze niet te erg verrot? Loopt het water niet binnen in de kelder van Jacques? Ik weet dat het langs de deur binnen zou kunnen komen, maar ik bedoel dat wat van de achterkant komt, loopt weg.
Is Faïne beter? Houd je de buitendeuren van de stal aan de achterkant goed dicht? Denk je eraan dat je genoeg hout hebt voor heel de zomer. Je hebt me niet gezegd wat je Miraille was.

De weides worden weer groen en binnenkort gaan de bomen groeien. Het platteland wordt weer mooi. Mijn broer zei me dat de weides en tarwevelden mooi waren. Hebben we in de wijngaard overal tarwe gezaaid? En is het gelukt om klaver te zaaien? De kolen die ik geplant had zijn ze uitgekomen of zitten ze nog in de grond? Komen die achter in de tuin nu al uit? Hoeveel hebben we er kunnen planten in de winter?
Wat vraag ik je veel, ik zal je wel irriteren.
Helaas mijn liefste, wat zou ik graag bij je zijn. We zullen op een dag weer herenigd worden als de Heer het goed vindt.
Als hij ons deze gunst verleent, wat zal dat een zegen zijn bovenop al die anderen die hij ons al geschonken heeft. De Heer heeft me inderdaad veel grote voorrechten gegeven. Hij geeft me de gezondheid om al deze vermoeidheden aan te kunnen. Ik hoor vaak iets van je en wat allemaal nog meer.

Sinds een paar dagen zitten we nog steeds op de dezelfde plek. Gisteren hebben we een slechte dag gehad, het heeft alleen maar geregend. Mijn mannen zijn helemaal doorweekt. Vandaag zegt men dat het gaat veranderen in sneeuw. De regen had de oude sneeuw laten smelten, er lag alleen op de bergen en hier waar de wind het heeft meegenomen. De temperatuur is redelijk. Ik weet niet of ik je gezegd had dat ik me tegenover een dorp bevind. Ik hoor de klokken slaan. Met mijn verrekijker kan ik de tijd op de klok zien die op de klokkentoren zit. Zo kan ik de tijd op mijn horloge controleren.

Dienst hebben is ’s nachts niet makkelijk. Tussen deze dennenbomen is het donker, en we moeten ons verplaatsen op de tast. Ook degenen die het voedsel gaan halen, hebben oneindig veel moeite om de weg terug te vinden. De soep komt koud aan.

Maar weinigen eten ervan, en meestal gieten ze hun beker leeg onderweg omdat ze vallen. We zien er naar uit afgelost te worden. Hier heb ik echter geen last gehad van de kou.

Lieve Emma, heb je nog last van je arm? Doet hij nog pijn. Verzwijg niet hoe je gezondheid is.
Ik heb niets interessants te vertellen. Ik zal je altijd zo vaak schrijven als ik kan, maar raak niet verdrietig als je twee of drie dagen geen brief ontvangt.

Omhels je ouders en Georges
Veel knuffels van je Reymond.

7 april 1915

55e brief
Mijn lieve, lieve Emma,

Ik heb je 58e brief ontvangen. Waarin je helaas de benarde situatie beschrijft waarin Isaac beland is. Hoe zwaar moet het wel niet voor hem zijn. Moge God hem geven wat nodig is om deze wrede beproeving te doorstaan. Ik ben blij dat je Georges overal naartoe meeneemt, dat zal hem plezier doen. Ik verlang er heel erg naar jullie foto’s te zien.
Ja liefste, ik hoop met heel mijn hart dat hij snel van de Heer gaat houden.
Wat zal ik je zeggen, gisteren heb ik je een lange brief geschreven, en vanochtend heb ik mijn broer en mijn zus Emma geschreven, twee lange brieven. Ik verwaarloos je een beetje, maar denk niet dat ik niet van je houd, alleen door het schrijven worden we moe. Als God het wil, schrijf ik je morgen wat langer. Wees vandaag niet boos daarom. Ik ben nog altijd in goede gezondheid gezond, mijn verkoudheid is bijna over. Ik wens je een goede gezondheid en omhels je stevig.

Ik stuur je heel veel kusjes.
Je man die heel veel van je houdt, Reymond.