6 april 1915

54ste brief

Mijn liefste,

Ik heb je 57ste brief van 29 maart ontvangen. Ik ben er heel blij mee, want ik zie dat je minder ontmoedigd bent. Ik herken het duidelijk aan de samenstelling van de brief. Je hebt er heel goed aan gedaan om je samen met Georges te laten fotograferen. Morgen wordt hij drie. Het is meer dan 8 maanden geleden dat ik hem gezien heb. Ik hoop het plezier te hebben jullie allebei op de foto te zien. Maar ik moet nog een paar dagen wachten voordat ik die foto’s ontvang. Het zullen zeker ansichtkaarten worden, want voor die prijs kan je niet iets heel moois krijgen. Maar het zal voor mij heel fijn zijn om die te hebben. Zoals jij het zegt, het zou mooi zijn geweest als we ons samen hadden laten fotograferen voor de oorlog. Als we het geluk zullen hebben om weer met elkaar herenigd te zijn, dan gaan we dat doen, toch? In de loop van deze acht maanden heb ik veel droevige dingen gezien. Laatst, op mijn weg terug van een regio waar ik sinds 15 dagen zit, heb ik een oorlogsbeeld gezien met de gevolgen van de oorlog, wat mij erg heeft geraakt, of beter gezegd, mijn hart pijn deed. Ik heb geaarzeld het je te vertellen, niet door de censuur, want ik zal niet de plaats noemen waar ik het gezien heb, maar om jou niet te ontroeren. Vandaag kan ik het niet laten het je te vertellen.

Het was ijskoud toen we om 2 uur ’s ochtends vertrokken en de weg was vervuld met bevroren sneeuw. Het was erg zwaar om te lopen, we hadden moeite om overeind te blijven en op elk moment glee er iemand van ons uit. Dit was niet erg, we vonden het zelfs grappig en we deden wedstrijdje om wie er het langst overeind kon blijven. Van deze valpartijen heeft er slechts één van ons zijn arm ontwricht. Snel al kwamen we ambulances tegen die gewonden van het gevecht van gisteren aan het vervoeren waren. Dit ontroert mij niet veel meer, want het is dagelijkse praktijk geworden. Wat nog triester was om te zien, was toen ik burgers zag, meerderdeel vrouwen en ouderen, hun vee voortdrijvende en dragende op hun rug een baal stro. De dieren struikelden wat onze loop bemoeilijkte, vervolgens kwamen er auto’s die vooruit getrokken werden door paarden, een stel koeien of zelfs door één koe, zoals een paard zou doen (ik zeg je tussendoor dat het ook een beetje de gewoonte van het land is). Deze wagens waren gevuld met de meest noodzakelijke en waardevolle spullen. De voorgespannen dieren gleden uit, de beklimming was steil. De weg steeg dan die van Pin en het werd steeds heuvelachtiger. De chauffeurs waren vaak genoodzaakt om zelf met hun handen aan de wielen te helpen duwen. Dit alles gebeurde in stilte, want we waren dicht bij de vijand en we liepen risico geraakt te worden door explosieven. Ondertussen kwamen we ook groepen ongelukkige vrouwen tegen die baby’s in hun armen droegen of ze vooruit duwden in een karretje; aan de zijkanten klampten zich andere kinderen vast van 2, 3 of 4 jaar oud. Dit geheel ging de helling op in de nacht door een ijzige kou sneeuw. Oh! Ik zal deze glimp van de oorlog nooit vergeten. Onder deze kinderen waren er ook aan het huilen en de arme moeders hadden moeite om zelf niet in huilen uit te barsten om de kinderen niet te laten schrikken. Arme kinderen! Dat ze zo’n temperatuur moesten trotseren. Als ik nu aan al deze droevigheden denk, kan ik mijn tranen niet tegenhouden. Soms vraag ik me af of het geen droom of visioen was wat ik gezien heb, maar toch is het de werkelijkheid. In de verte hoorden we het vuurgevecht. Zo nu en dan verscheen een onheilspellend licht van een kanonschot in de lucht. De echo’s van de ontploffingen weerkaatsten van ravijn naar ravijn, alsof het aan deze ongelukkigen wilde zeggen: haast u, het wordt dag en ik zal de dood over jullie brengen die vluchten. Tijdens dit traject hield het gevaar waar we naartoe liepen mij niet bezig. Het maakte mij niet veel uit om naar het vuur te lopen, het is onze plicht en het was niet de eerste keer. Dat raakt me niet. Ik heb mensen zien vallen en doodgaan, vaders, maar dit leek, om het zo maar te zeggen, gewoon; deze ongelukkigen die hun gastvrije dorpen uitvluchten waar de dood in overvloed is uitgezaaid, was duizend maal meer indrukwekkender en luguber in deze koude en zwarte nacht. Je zou zeggen dat het schaduwen waren die uitgleden over witheid van de sneeuw. Nog een voorbeeld: een oude vrouw, die niks zag, want ze liep aftastend en helemaal alleen, vereenzaamd; zou ze op haar bestemming zijn aangekomen? Ik heb er mijn twijfels over. Oh! Liefste, mijn gedachten gingen ook naar jou uit. Ik vroeg me af hoe jij je zou redden als jij dezelfde tegenslagen zou moeten verwerken als jij je huis zou moeten verlaten. Hoe groot is de zegening dat ons land niet het toneel van oorlog is. Oh! Lieve Emma, ik kan niet verder met dit te beschrijven, het is te triest. Laten we ons verenigen om aan God te vragen medelijden te hebben met deze ongelukkigen en om een einde te maken aan al deze verschrikkelijke beproevingen.

Je vertelt me dat je uitstapje naar Valence goed gegaan is. Georges zal je waarschijnlijk wel vragen stellen over alles wat hij gezien heeft. Kan hij er zich iets van herinneren? Je hebt me niet verteld hoe jullie voor de fotograaf geposeerd hebben. Ik vertelde je in een brief, die je trouwens niet op tijd hebt ontvangen, om Georges voor je te laten staan. Op die manier zou ik zijn lengte kunnen beoordelen in vergelijking met jou. Maar als het anders is, moet je daar niet over in zitten. Zijn tantes hebben hem te veel verwend. Ik weet zeker dat hij opnieuw een uitstapje wil maken al is het maar om lekkernijen te krijgen. Je hebt er goed aan gedaan om de blauwe regen (plant) mee te nemen. Als God het wil kunnen we er een prieel van maken in de tuin. Dat zou heel mooi zijn. Je hebt een paar dagen doorgebracht waarop je geen brieven ontvangen hebt. Het komt soms voor dat ik geen tijd, maar het betekent niet dat ik minder aan je denk, ik geef veel om je mijn liefste. Sinds 1 april heb ik je elke dag geschreven, behalve 4 april. Vandaag schrijf ik je vanuit de loopgraven; ik zit in een kuil. Sinds een kwartier wordt er veel met kanonnen geschoten. De explosieven vliegen boven mijn hoofd richting de vijandelijke artillerie-eenheid. Ieder komt een keer aan de beurt. ’s Ochtends waren het de Duitsers die op ons schoten.

Ik zal mijn brief afronden om mijn ronde te gaan doen. Doe de groeten aan al onze vrienden die je tegenkomt en stuur mij nieuws over mijn tante Du Batiment. Omhels je ouders en onze lieve, kleine zouzou. Ik omhels je innig en ik vervul je met liefkozingen.

Je lieve man,

Reymond    

Ps: ik stuur je hierbij ook een brief van jou.

Advertenties

5 april 1915

53ste brief

Mijn lieve Emma,

Gisteren heb ik je niet kunnen schrijven, want ik zit in de loopgraven van de eerste linie. Ik zit in een bos vol met sparren en dennen. Ze zijn klein en we kunnen niet ver zien. De Duitsers zitten op 500 à 600 meter. Daar waar ik zit, heb ik twee dorpen onder gezag. Er is één op 800 meter. Hij zit aan de voet van de berg, waar ik me bevind en de hellingen zijn er steil. Dat zorgt er dus voor dat het voor hen moeilijker is om ons van voren aan te vallen. We horen de klokken slaan, want onze artillerie schiet niet op huizen. Het is heel opvallend, want er is geen twijfel over want de soldaten bevinden zich in de huizen. We vragen ons af waarom we niet schieten. Wat het gevaar betreft zit ik goed, maar qua onderkomen is het nog altijd hetzelfde. Ondanks dat er huizen tegenover ons zijn, moeten we nog altijd in hutjes van hout slapen. Onze buren zitten er beter bij dan wij. Ze zullen hun onderdak niet willen delen, maar we hebben het natuurlijk niet gevraagd. Sinds 1 uur ’s nachts is het weer zacht, maar er valt een fijne en doordringende regen. In de hoogtegebergten sneeuwt het waarschijnlijk. Daar waar ik zit, op geringe hoogte, heeft de regen bijna de sneeuw laten smelten. Maar ze heeft ook mijn mannen doorweekt. Ikzelf ben blij dat ik een regenjas heb. Ik laat het hierbij voor vandaag en omhels je innig.

Je echtgenoot Reymond

Mijn liefste, ik doe er dit briefje nog bij voordat ik mijn kaart sluit en ga uitrusten. Ik rust zo veel mogelijk uit overdag, mijn sergeanten nemen dan de wacht waar. Het is minder moeilijk overnacht dan ’s nachts. Op deze manier heb ik ’s nachts minder slaap om mijn rondes te doen. Ik heb je in een brief gevraagd mij een pakket te sturen. Ik weet niet of je die brief ontvangen hebt. Dat zou welkom zijn, want de soep is steeds koud en niet te eten. Het vlees is ook niet erg lekker als het koud is. Het is erg vet en moeilijk verteerbaar. Ik eet een paar sardientjes met brood, maar dat smaakt niet lekker. Als je een ijzeren doos zou kunnen vinden die goed sluit en waarin een half pond boter of meer past, dan kan je het met verse boter vullen en deze bestrooien met zout om het te kunnen bewaren. Een cacaodoos zou kunnen volstaan. Daarmee zou ik een paar dagen vooruit kunnen. Je moet geen grote hoeveelheden tegelijk versturen. Mijn chocoladevoorraad is bijna op, maar misschien dat ik hier nog wat kan krijgen.

Tot morgen, Reymond.  

28 maart 1915 ER ontvangen op 4 april

56ste brief Bergerons

Lieve Reymond,

Vandaag is het zondag en ik ben niet naar buiten geweest, ik ben bijna de hele dag alleen geweest tot nu, het is 15 uur, met mijn kleine Georges. Zoals ik je zei, gisterenmiddag, is men mijn vader komen halen voor mijn tante die erg ziek is. Hij is bij het vallen van de nacht thuisgekomen en moeder is daarheen gegaan om de nacht door te brengen. In de avond is dokter Bouvat gekomen om haar te zien en hij heeft geen enkele hoop op genezing. Hij heeft enkele medicijnen voorgeschreven die mijn vader ’s ochtends is gaan halen in St. Peray. Nu dat ik je aan het schrijven ben, is hij even aan het uitrusten nu de koeien aan het grazen zijn. Vervolgens als hij ze te drinken heeft gegeven of gemolken heeft, zal hij daar terugkeren om de nacht door te brengen en zal moeder hier komen slapen. Moeder is de loop van dag even langs gekomen en daarna weer vertrokken. Op dat moment was alleen Mariette De Fringuet daar, en aangezien ze zo ziek is, heeft zo constant twee mensen nodig om haar in te stoppen en te geven wat ze vraagt. Je kan haar niet alleen laten. Wat een wreed nieuws voor de arme Isaac! Gisteren heb ik hem een kaart gestuurd om hem op de hoogte te brengen dat zijn moeder vermoeid is. Niemand had hem er iets over gezegd en op het moment dat het met haar achteruit ging, heb ik gedacht hem de waarheid niet te verbergen. De heer Bouvat zei gisteren dat het erg waarschijnlijk is dat ze overmorgen niet haalt. Daarom denk ik dat het misschien goed om vandaag aan Isaac een paar woorden te sturen dat het slechter met haar gaat. Ik zal de dingen niet zo zeggen als dat ik tegen jou doe, want dat zou hem erg raken. Zijn zus wilde hem ook schrijven, maar het houdt me niet tegen hem een paar worden te sturen aangezien ik hem gisteren al een beetje gewaarschuwd heb. Arme Isaac, ik heb met hem te doen. Eerst hem moet zeggen dat we zijn vader hebben moeten begraven zonder dat hij kon komen en nu, naar alle waarschijnlijkheid, zal hetzelfde gebeuren met zijn moeder. Er is alleen maar droevigheid op deze aarde! Het schijnt dat vanochtend mijn oom Simeon naar hen toe is gegaan op zijn weg terug van Albussiere. Maar hij is er niet lang gestopt (ze waren niet veel meer bevriend dan met ons toen ze nog met elkaar te maken hadden; ik vraag me af waarom hij daarheen durfde te gaan). Maar dat is niet waar ik op uit wilde komen, ik wil je alleen maar zeggen dat mijn tante haar mond had open gedaan om hem te zeggen dat ze naar een gelukkige plek gaat en dat ze niet kan wachten om bij haar Redder te zijn. Deze woorden zullen wel vreemd op Simeon zijn overgekomen. Hij heeft haar niet geantwoord. Mijn lief, ik denk dat ik niet lang zal kletsen vandaag. Ik weet niet wat ik je moet zeggen vandaag. Ik denk aan al die misères en alle soorten van verdriet en ik weet niet wat ik moet schrijven.

Het werk? Wil je dat ik daarover praat. Mijn vader heeft de klaver gedaan, maar hij heeft het niet kunnen oprollen wat hij op het land van Jacques heeft gezaaid; het begon te regenen; vandaag heeft het voor een groot gedeelte ook alleen maar geregend. Nu is het opgeklaard, het zal misschien mooi weer worden. Sinds dat ik je het aantal dagen had gestuurd, hebben we er slechts één van Viauja gehad. Desalniettemin kan je door de details die ik je geef zien, dat je werk gedeeltelijk wordt gedaan, voornamelijk het belangrijkste. De velden zijn niet leeg. Als je daar tegen bent, zal ik het niet laten doen, maar ik denk dat het niet slecht zal zijn. Zolang de weides niet geoogst zijn, kan de koeherder de koeien niet alleen aan, daarom help ik hem een paar uur per dag en in plaats van ze hooi of ander voer te geven, komen ze thuis verzadigd van de weides. Zo blijven er een paar uur over voor de koeherder om mijn vader te helpen. Veel mensen hebben me gezegd dat ze het ook zo zullen gaan doen. Wat moeten we? We redden ons zoals we kunnen; als er niet een einde komt aan de oorlog zullen we niet talrijk zijn voor het werk op de velden. De laatste dagen heb ik Marie de Bellin hun graan zien rollen en mest uit zien strooien met haar broer. Ik doe dat soort werk niet. Mijn gezondheid staat het me niet toe. Ook al ben ik niet ziek, ik heb nooit één van de sterkste geweest. Als ik niet genoeg slaap of me erg moe maak, krijg ik altijd hoofdpijn. Vannacht heb ik weinig geslapen en vandaag heb ik een zwaar hoofd. Mijn arm doet nog veel pijn. Ik moet nog een doos blaarpleisters kopen, want ik heb nog steeds pijn aan een oor en als ik deze blaar nu niet goed verzorg, zal het later wellicht voor grote ongemakken zorgen. Ik weet niet of we morgen met Georges naar Valence zullen gaan. Ik hoop het en als we gaan zal ik vandaar een paar woorden sturen.

Tot gauw mijn liefste, ik zal je veel langer schrijven als het wat beter gaat en minde zwart voor de ogen zie. Ik geef je veel kusjes op je wangen en je baard.

Je echtgenote die van je houdt,

Emma

Heb ik je wel verteld dat de zoon van Fayat de Fialaix in Romans is en gewond is aan zijn schouder? Wat de andere betreft, die met Sylvie getrouwd is, daar is helemaal geen nieuws van. Georges heeft getreuzeld tijden het schrijven. De arme ziel wilde dat ik met hem ging spelen en ik heb hem daarvoor laten huilen. Uiteindelijk heb ik zijn kleine handje in de mijne genomen en hij heeft je onderstaande brief geschreven, helemaal blij en trost. Ik heb hem gezegd dat ik hem mee naar Valence zou nemen, en hij verheugd zich er helemaal op. Hij stelt mij er veel vragen over en vooral of ik hem een gebakje zal kopen. Oh! De kleine snoeperd! Nu roept hij zijn opa die de koeien te drinken geeft om met hem te spelen. Hij verveelt zich om alleen te spelen en dat kan je merken. Op een dag vroeg je me of we genoeg hooi hebben, er blijven nog meerdere bergen over. We hebben al twee te eten gegeven, de meest slechte en één van de oudste. In de loop van de week moeten we nog een andere binnenhalen (ik denk dat oom Eugene ons deze week zal helpen, hij heeft ook een paar dagen bij Fraisse geholpen om hun schuld af te lossen). Er zijn vier buiten, waarvan twee kleinen. De geitenzolder is voor de helft nog vol. We hebben nog genoeg jong klaverblad op de zolder van Jacques voor de varkens. Als we de koeien in Rondez houden, zal waarschijnlijk één van deze twee hooibergen voldoende zijn voor ver tot in de zomer. Emma heeft me niet meer verteld dan jij weet over diegene uit Mellys…

 

 

 

Brief van Georges aan zijn papa

Lieve papa,

Ben ik niet heel lief dat ik je een klein briefje schrijf? Mama houdt mijn kleine hand in de hare en ik ben blij dat zij mij helpt schrijven. Ik lach daarom en ik maak opmerkingen over ons handschrift wat ik niet kan lezen. Ik stuur je veel kusjes en ik hoop dat je snel thuis zal komen.

Je kleine Georges

3 april 1915

52ste brief

Mijn lieve Emma,

Gisteren heb ik je geschreven maar ik denk dat ik vergeten ben een nummer te geven aan mijn brief. Je kunt noteren dat die van 2/4 nummer 51 is. Ik heb ook een andere gestuurd waar ik het nummer aan de buitenkant geschreven heb. Ik geloof dat het nummer 50 was.

Ik heb zojuist je 56ste brief ontvangen van 28/3. Helaas staat daar niet veel goeds in. De tante van Bâtiment heeft geen hoop op genezing. Arme Isaac, ik ben diepbedroefd dit te vernemen. Hij zal zo ontmoedigd worden, want hier wordt je dat makkelijk. De geestelijke beproevingen zijn veel zwaarder omdat we ook lichamelijk uitgeput zijn. Je zegt me dat hij zijn moeder niet kan komen begraven. Ik denk niet dat ze hem toestemming daarvoor zullen geven. Het is onmogelijk. Dat de Heer hem mag steunen in deze moeilijke beproeving, als het zover is. Siméon zal inderdaad wel verrast zijn geweest om tante te horen zeggen dat ze blij is deze aarde te verlaten. Voor diegene die al zijn hoop op deze aarde heeft gevestigd zal het moeilijk zijn om aan het vertrek en de laatste scheiding te denken. Zijn we niet gelukkig, dat we ondanks deze beproevingen, de levende hoop hebben dat als we deze tent verlaten we een goddelijke woning zullen hebben, welke niet van mensenhanden is gemaakt maar door de Heer Jezus. Ik heb begrepen dat jij erg ontmoedigd was.   Oh! Liefje, laat je je niet neerhalen door al deze beproevingen, maar wees sterk en moedig. Het idee dat je misschien wel voor zwaardere zult staan, doet me pijn. Ik zal niet de troost hebben dat je sterk en moedig bent. Met je zwakke gezondheid loop je de kans te bezwijken of serieus ziek te worden. Onze arme Georges zou dan helemaal alleen zijn. Ik kan me niet tegenhouden om te huilen als ik hieraan denk.

Ik vrees dat je me niet de hele waarheid vertelt over je gezondheid. Je vertelde me dat je arm bijna genezen is en nu heb je er nog veel last van. Je werkt waarschijnlijk te veel en je zorgt niet goed voor jezelf. Het komt allemaal op het verkeerde moment. Op het moment dat je ouders niet altijd ben je zullen zijn, zal je nog meer werk hebben en nog meer verdriet. Oh! Ik kan niet wachten nieuws van je te krijgen, stuur me zo vaak als je kunt al zijn het maar een paar woorden of een briefkaart. Oh! Ik smeek het je, verberg mij niks over je gezondheid. Zorg goed voor jezelf, raadpleeg een dokter, ik zal mijn best doen om je geld te sturen. Heb je de brief van 2/4 ontvangen waarin ik een briefje van 5 Franc had gedaan? Al is het maar voor een doktersbezoek en dat je goed voor jezelf gaat zorgen? In je brief zeg dat je de koeien op de weide van Jacques houdt. Je ziet nu dus, dat ik dit plan al had voorzien. Dat is het beste om te doen. Je moet zo dichtbij mogelijk rapen en er ter plekke hooibergen maken, dit zal minder werk opleveren. Dus als je in de Preaux niet kan maaien, moet je het maar laten. Het is ver en er is niet veel hooi. In Rondez is er een weide die veel meer oplevert en makkelijk te oogsten is. Aan de randen van de wei hoef je niet zo dun te maaien. Trouwens, je vader weet goed wat er moet gebeuren. Ik heb tegelijkertijd met jouw brief een kaart ontvangen van Emma de Francillon. Ze vertelt me over jouw brief. Ze schrijft me elke week, dat is heel aardig van haar. Ik heb ook een kaart van mijn zus Emma ontvangen. Ze is kortaf en ze vertelt me niks nieuws. Heeft Georges zijn brief ontvangen? Ik ben heel blij met zijn kleine brief, beseft hij dat papier kan praten? Hij is nog erg jong.

Lieve Emma, ik ga opnieuw naar de loopgraven van de eerste linie, maar we zullen niet weer op de eerste plek zijn. Het is veel verder dan Boches. Om ons aan te vallen is het erg steil, wat minder gevaar voor ons betekent. Als je deze brief ontvangt zullen we opnieuw daar zijn waar ik je beschreef. We verplaatsen ons vaak. Vandaag vallen er enkele sneeuwvlokjes. Het weer is opnieuw koud. Gisteren smolt de sneeuw bij zonsopkomst, maar in het noorden smolt het maar een beetje. Ondanks alles lijd ik niet veel onder de kou. Wat zal ik je nog meer vertellen, ik laat het voor morgen als God het wil. Bedankt voor de geïllustreerde kalender die je me gestuurd hebt. Ik laat het hierbij voor vandaag en ik sluit je in mijn armen. Veel kusjes voor Georges en omhels je ouders voor mij. Zeg hen dat ik vaak aan ze denk en dat ik ze zeer dankbaar ben voor alle moeite die ze moeten doorstaan door mij.

Je echtgenoot,

Reymond.

2 april 1915

51ste brief

Mijn lieve Emma,

Vanochtend heb ik je 55ste brief van 27 maart ontvangen. De laatste dagen graag ik elke dag één van je briefkaarten, dat doet me veel plezier. Ik zie dat je veel aan mij denkt, ja, ik weet ook dat je dicht bij mij wilt zijn, maar wanneer zal dit kunnen? Je moet jezelf aanmoedigen want we laten ons veel te vaak ontmoedigen. Het lijkt alsof het niet mogelijk om te leven waar we nu zijn, maar toch zijn er niet veel zieken. We zijn wel een beetje verkouden, we hoesten af en toe, maar daarna gaat het vanzelf over. Op het moment dat ik je schrijf ben ik in mijn hut. Ik heb het een beetje aangepast, ik heb er een soort van schoorsteen gemaakt, waar we het vuur constant aan houden. Mijn knieën verbranden, maar mijn rug heeft het erg koud. Maar uiteindelijk is dit veel aangenamer dan geen vuur te hebben. Ik denk dat het beter is dat ik je niet vertel hoe ik slaap, dat ik je maar beter de armoede niet vertel die ik nu meemaak. Dat zal je slecht doen voelen. Je gaat denken dat ik heel veel lijd. Zeker, ik kan je niet zeggen dat het heel goed gaat, maar zoals je ziet heb ik het elke keer goed verdragen. Wees niet bezorgd om mij, ik red me altijd wel. Heb vertrouwen, de Heer is trouw. Maar jij kan wel goed voor jezelf zorgen, dus doe dat ook maar, want als ik terug zal komen, als God het wil, denk ik niet dat ik zoveel kan werken als vroeger. Want slapen in de sneeuw, je zou bijna zeggen onder de sterren, aangezien er maar een paar takken zijn die beschutting bieden, zal het zeker tot verschijnselen reuma leiden. Dit zou dan betekenen dat je mij dan moet verzorgen, ik zal dan tot last voor je zijn. Je hebt dit al vaker moeten doen toen ik last had van mijn lenden en mijn tanden. En jij? Doen je tanden nog steeds pijn, heb je ze laten vullen? Doe het als je denkt dat het nodig is. Ik zal je een briefje van 5 Franc in deze brief doen. Dit zal je een beetje helpen. Hier in het bos kan ik sparen. We betalen geen toeslag voor het eten. Ik verdien 3,19 Franc per dag en ze betalen 1 Franc meer aan onderofficieren die aan het front zijn. Dat is 4,19 Franc per dag. Je ziet dus dat ik aan het sparen ben. Zodra het weer kan, zal ik je een machtiging sturen. Sinds 1 april is men me het loon van 20 tot 31 maart schuldig, dit is ongeveer 46 Franc. Ik zal er 4 Franc bij doen en dat maakt het totaal op 50. Ik weet niet wanneer ik het zal kunnen sturen. Ik wil het zo snel mogelijk doen, want het is beter dat jij het hebt, want bij jou zal het geld in veiligheid zijn. Maar de militaire postbode komt hier niet en daarom moet ik het via een tussenpersoon doen. Heb je nog last van je arm en kan je er nog mee slapen? Ik zou zo graag bij je willen zijn om je te verzorgen. Je vertelt me dat de tante van Batiment ernstig ziek is. Het zou heel triest voor Isaac zijn als ze komt te overlijden. Zijn zus zal niet in staat zijn om het werk te doen. Deze oorlog brengt alleen maar ellende met zich mee. Het is droevig om al dit verdriet te zien. Ik ben blij dat je mijn grote foto ontvangen hebt, ik was bang dat hij te groot zou zijn. Wanneer stuur je mij die van jou? Ik zal er liefhebbend naar kijken en deze omhelzen. Zorg ervoor dat Georges naast jou staat, want dan kan ik zien hoe groot hij is geworden. De arme ziel, ik denk heel vaak aan hem. Leer hem lief te zijn en aarzel niet om hem te corrigeren als hij stout is. Het zou hem niet goed doen, als je hem alles laat doen wat hij wil. Ik wil niet zeggen dat je hem moet slaan om een kleinigheidje. Wat heeft hij gezegd over de briefkaart die ik hem gestuurd heb? Was hij er blij mee en heeft hij mij op de foto’s herkend? Waarschijnlijk niet, want hij is nog niet groot genoeg. Is hij niet verkouden? Zodra je kan, zou het goed zijn om de rentes te betalen en je moet ook niet vergeten iets aan je papa en mama te geven. Ik weet goed dat je hen niet kan betalen voor al de ongemakken die ze hebben door ons.

Dit was het liefste, ik zie dat ik moet stoppen met schrijven. Is het wel leesbaar met potlood? Ik vraag aan de Heer om je te zegenen en je onder Zijn aangezicht te houden. Ik omhels je innig door je te bedekken met mijn liefkozingen.

Je lieve echtgenoot,

Reymond.

30 maart 15

Mijn lieve kleine Georges

 

Ik wou je eerder schrijven maar ik wachtte zodat mijn brief voor jouw verjaardag zou komen. Ik weet dat je het niet zult kunnen lezen maar je moeder zal het voorlezen.

Later zal je het zelf leren lezen. Daarvoor zal je goed je letters moeten leren. Ze leren je mooie verhalen, die kleine zwarte letters.

Ik denk dat je heel braaf bent en dat moeder heel blij is met jou. Als ik terugkom zou ik geen kleine willen zien die niet braaf of gehoorzaam is.

Je moet je liefste moeder geen leed berokkenen. Wanneer je groter bent, zal je haar moeten helpen. Maar je bent al groot.

Kus de grote papa en de grote mama en geef ze veel knuffels. Doe hetzelfde aan de mama.

Stuur me binnenkort je foto. Je zal het aan je kameraad Léopold laten zien.

 

Vaarwel mijn kleine Georges. Ik kus je zacht, je papa

Reymond Molle

 

52e brief Bergerons 23 maart 1915 ER ontvangen op 30/3

 

Mijn liefste man,

 

Wat een vreugde om je, tussen al mijn bezigheden, even te kunnen schrijven. Het is niet hetzelfde als je in het echt te kunnen spreken maar het is toch een voorrecht voor mij. Vandaag heb ik 4 brieven gekregen. De jouwe van de 17e maart, nummer 41 met een paar van mijn brieven, een kaart van Lydie en Paul Gourdol uit Montpellier, een kaart van Emma van Françillon en een vierde brief van Mw Broc.

Hier een samenvatting van al deze brieven. Lydie was in Montpellier sinds woensdag met haar zoon en één van haar schoonzussen. Ze zouden gisteren terugkomen. Paul is niet erg gewond, zijn kleren hebben hem beschermd. Hij loopt zoveel hij wilt. Zijn wonde is aan zijn nek en werd veroorzaakt door en scherf van een bom. Op de enveloppe staat het tijdelijke ziekenhuis nr 24. Dat moet zijn adres zijn.

Emma Gourdol zegt me dat ze ons op hetzelfde moment geschreven heeft. Ze zegt niet of ze binnenkort komen of terug naar Valence gaan. Ook zegt ze niet of ze mijn brief hebben ontvangen. Misschien had mijn brief vertraging en hebben ze het pas ontvangen nadat ze hun brief hadden geschreven. Als ik exact wist op welke dag ik met Georges naar Valence ging, zou ik het hen zeggen. Marie vertelde mij op 3 januari dat ze hem graag zou zien. Als ik ze niet voor het einde van de maand zie, zal ik hun intresten met de post sturen.

Laten we overgaan naar de brief van Mw Broc. Deze goede vriendin is op een maandag, 15 dagen geleden, opzettelijk naar de markt van Valence gegaan omdat ze dacht dat ik er zou zijn. Die dag was ik er niet. Berthe is sinds enkele dagen moe door de griep. Ze moet een vervangster hebben want ze denken enkele dagen naar Valence te gaan. Indien dit het geval is, zal ik ze proberen te zien en een moment met hen door te brengen wanneer ik naar de markt ga. Je hebt de groeten van haar en ze zegt dat ze mij heel graag zou zien. Het bewijs…

Je zegt me, beste Reymond dat je heel graag een foto van ons zou willen hebben. Ik zal het je sturen, het is niet onmogelijk maar je zult nog een tijdje moeten wachten want ik kan deze week niet naar Valence gaan. Ik zal genoeg hebben om donderdag naar de markt te gaan. Ik kan amper mijn boter dragen met Georges (ik denk dat hij de plaats van een mand inneemt) maar aangezien de vaars niet goed gaat kan ik geen hele dag wegblijven. Niet tot ze haar kalf heeft gehad. De twee laatste nachten heeft mijn vader in de schuur geslapen en overdag gaan we er heel vaak naar kijken. Zo laten we haar met zen allen nooit alleen. Tegen maandag zal ze waarschijnlijk haar kalf hebben en ze zal of beter of nog slechter gaan. Je moet je er niet te veel zorgen over maken. Ze kan over twee of drie dagen zelfs genezen zijn. Ik zal voor dezelfde reden ook niet naar de Bonnets gaan deze week behalve als ik misschien de laatste dagen kan gaan.

Ik heb gisteren aan Barbier gevraagd om te komen kijken maar ik besef dat hij niet ’s morgens komt, het is al over 12u. Ik twijfel of hij zal komen. Hij moest in de ochtend naar Bâtiment gaan om het varken te doden. Mijn tante is heel zwak en kan amper werken. Ze is naar een dokter moeten gaan, haar benen zwellen.

Vanochtend hebben we het brood gemaakt. Ik stop even om hem uit de oven te halen, hij moet gebakken zijn. Vanavond zal ik naar de Tracoulet gaan. Ongeveer 3 weken geleden heb ik een paar kilo’s van Eva moeten lenen. Toen zou het ons belemmerd hebben er te bakken. Ze had mij gezegd dat ik het niet snel moest teruggeven want zij had er nog genoeg tot het einde van de maand. Ik heb dus gewacht tot ik een tweede keer had gebakken zodat zij het vers zou krijgen. Ik zal haar vragen je brief naar St Peray te brengen als ze er morgen naartoe gaat.

Beste Reymond, ondanks de vreugde die ik heb bij het lezen van een lange brief, maak je niet moe voor mij. Ik begrijp dat je veel te doen hebt en ik zou je niet in moeilijkheden willen brengen door veel met mij te praten. Schrijf dus enkel wat je weet dat ze zullen doorlaten. Ik wil niet dat ze je terechtwijzen of dat je gestraft wordt. Persoonlijk nieuws krijgen van jou is al veel voor mij. Ik denk niet dat één van je brieven ooit geopend is geweest, ik heb niets gemerkt. Maak je geen zorgen om mij. Je denkt misschien dat ik ziek ben maar dat ben ik niet. Ik heb zelden hoofdpijn en mijn arm doet me bijna geen pijn meer. Ik verzeker je dat ik die trekpleister nodig had. De etter of vuil zou het alleen maar erger gemaakt hebben.

Af en toe heb ik een beetje pijn aan één van mijn voorste tanden. Als het mij echt heel veel pijn zou doen, zou ik snel naar een tandarts gaan om het gaatje te vullen alvorens het een te groot gaatje wordt. Ik zou ze niet willen verliezen.

Misschien zal ik binnenkort moeten gaan voor de andere tanden.

Georges stelt het goed, ondanks dat hij mager is. Mijn ouders stellen het ook goed. Op dit moment maken ze de klaver van de wijngaarden. Moeder gaat voor de koeien en ik ben alleen met Georges. Ze hebben zaterdag die van de binnenplaats gedaan evenals de haver. Het weer is fris en bewolkt, ik denk dat het zal regenen.

Ik laat je mijn lieve schat, ik zal misschien de aardbeien in het tuintje schoffelen. Er is ook nog dat klein boompje in die tuin. Je herinnert je misschien dat ik die hier wou halen. Ik zal hem moeten halen voor hij veel groeit, het is misschien al te laat om het te verplanten.

Je denkt waarschijnlijk dat ik geen medelijden met je heb omdat ik anders geen zin meer zou hebben om de planten te verzorgen. Oh! Er zijn zoveel dagen dat het mij niet boeit of ze leven of vergaan.

Ik kus je goed en veel.

 

Jouw Emma

 

49e brief 30maart 1915

 

Mijn liefste vrouw,

Wat een vreugde voelde ik vanochtend toen ik 2 brieven van jou kreeg, nummers 51 en 52. Tot nu toe heb ik ze allemaal ontvangen. Vaak krijg ik er meerdere in één keer, maar dat maakt niet uit als ik ze maar krijg. Eh! Schat ik dacht dat je had gezegd dat je niet wou dat ik nog lang schreef maar jij hebt mij een echt boek geschreven. Toen ik het las had ik het gevoel dat ik er ook was en dat ik alles zag wat je vertelde.

Je vroeg me of ik had gedacht aan onze 4e huwelijksverjaardag. Op 21/3 hebben we een afschuwelijke fase gehad en had ik er mijn gedachten dus niet bij. ’s Nachts had ik redelijk kou gehad en de 22e was het net hetzelfde. Voor die dag heb ik er vaak aan gedacht. Vandaag nog denk ik er nog die over na. Helaas ja, ons leven had zo gevuld kunnen zijn als mijn hart niet aangetrokken werd door al deze aardse dingen.

Ah8 Mijn geloof is zwak geweest. Hoe vaak heb ik je pijn gedaan ondanks dat ik altijd met alle liefde van je gehouden heb. Vaak zei je dat ik niet van je hield. Je kunt niet geloven hoe erg ik het vond dat je verdrietig was. Ja schat, ik hou heel veel van jou en ik begrijp dat het wederzijds is. Je zegt dat er in die vier jaren veel is gebeurd maar wie weet zal er in minder tijd nog meer gebeuren. Ik denk niet dat de oorlog bijna voorbij is. Zal ik ze zien eindigen, dat weet ik niet. Ik weet dat God me tussen de kogels kan houden. Ik heb die ervaring al vaak gehad, dat kogels langs me heen gingen en dan takken sneden of aarde op me spetterde. Ja schat, God beschermt wie Hij wilt. Deze zin is niet leeg: “vraag en u zult krijgen”. Ik ben vaak op het punt geweest op te geven maar momenteel, dankzij God ben ik nooit ontmoedigd geweest.

Beste Emma, je brief heeft me heel blij gemaakt. Misschien heeft geen enkele andere me zo blij gemaakt als je 51e brief. Is het omdat ze na dagen van echte vermoeidheid kwam, ik weet het niet. Het heeft me echt opgebeurd. Wat voelt het goed om een partner als jou te hebben. Je vertelde me over je bloemen. Het is een vreugde voor mij om te weten dat je er zorg voor draagt. Bloemen hebben hun eigen taal voor diegene die het begrijpt.

Je hebt me zoveel verteld. Je vertelde me over Georges. Hij maakt grote vorderingen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat hij al zo goed kan tellen en dat hij al letters herkent. Blijf zijn intelligentie onderhouden.

Leer hem ook noten lezen. Ik zal hem het gamma sturen met de naam van de noten onder elk van hen zodat je het hem kunt leren.

Ik zou hem zo graag willen zien, ook al was het maar voor één dag, maar helaas!…

Je doet er goed aan mij alle sneue gebeurtenissen ook te vertellen. Ik vertel je ook alles wat er hier gebeurd. Je hebt er recht op schat.

Voor die koe had ik het al verwacht, vooral als jullie haar aan de kant boven de schuur hebben gezet. Je moet je herinneren dat ik je vorig jaar zei dat ik ervoor vreesde. Wat er ook gebeurt, geef de moed niet op.

Voor het hooi, zou je het niet moeten laten waar het dichterbij is en gemakkelijk binnen te brengen.

Zo is er Rondez, de wei is gemakkelijk te hooien. De wei van Jacques die slecht te snijden is, kan dienen om er de koeien te laten waar het gras niet hoog groeit. Langs de kastanjebomen bijvoorbeeld of beneden. Ik kan je vanaf hier geen raad geven, dat begrijp je. Doe het zoals je vader je zegt. Wat hij doet zal altijd goed zijn. Je mag hem zeggen dat, als ik terugkom, ik niets slecht zal vinden. Voor alle oogst moet men rapen wat het gemakkelijkste en het zuinigste is.

Je hebt in mijn gedachten gelezen toen je zei dat je een foto wou laten maken van Georges. Maar ik wil er ook één van jou.

Je moet niet denken dat ik vind dat je geld verspilt. Als ik er jou opstuur is het om het te gebruiken. Ik zie dat mijn papier bijna vol is. Ik kan je zeggen dat ik vandaag niet meer in de loopgraaf van de 1e rij ben. Enkele dagen rust in hutten van takken onder de hoge dennenbomen en daarna zullen we onze kameraden vervangen die ons hebben vervangen.

Ik eindig voor vandaag door je hard te kussen op beide wangen.

Kus Georges en je ouders voor mij.

 

Je man die elk moment aan je denkt.

Reymond

29 maart 1915

48e brief

 

Mijn allerliefste,

Ik weet niet wat je zou zeggen als je zou zien waar ik de laatste nachten heb geslapen. Misschien zou je er mee lachen zoals we vroeger soms deden. Ik heb een kuil gegraven in de dennenbomen van Rondet. Waar ik nu ben zijn ze even dik als een arm of een been.

Ik zeg een kuil van 1m10 diep en 0,80 breed. Aan de ene kant gaat her niet verder en aan de andere kant ga ik binnen. Onnodig te zeggen dat ik er op handen en voeten in ga.

Ik hang er mijn jas en zet er mijn deken overheen. Het bed is niet fantastisch maar als het niet koud was, zou hij heel goed zijn.

Als dak zijn er takken van de boom en bovenop die takken is er een beetje aarde. Sinds 2 dagen is er 40 centimeter sneeuw. Het sneeuwt nog steeds. Alles eromheen is schilderachtig. Alle takken die niet gehakt zijn door de vuurpartijen zijn met sneeuw bedekt. Maar opgepast voor diegene die ze aanraakt, je krijgt een flinke douche sneeuw. Sommige geven een stamp aan de boom als kameraden er onder langs lopen om te lachen. Je weet hoe het is, heel vaak doen kogels ze vallen door in de takken te slaan.

Sinds enkele dagen zijn er geen grote gevechten geweest waar ik ben. Het is vrij rustig. Ieder houdt zijn afstanden en observeert. We hebben meerdere van hun mannen gedood die op 10meter waren. Ze wouden waarschijnlijk bommen naar ons gooien. Ze zijn heel dicht van bij ons dus hebben ze geen grote afstand moeten afleggen. We zouden elkaar gemakkelijk kunnen horen als we luid zouden spreken. De afstand is niet groter dan die tussen jouw deur en de fontein waar je water gaat halen.

Aangezien mijn hol geen twee uitgangen heeft, kan ik een kaars laten branden. Dat verwarmt me een beetje. Bovendien gebruik ik het om mijn soep of mijn vlees op te warmen. De rechaud is niet sterk maar ik vind het handig.

We zullen daar een paar dagen blijven en daarna komen anderen het overnemen.

Ik denk dat je ongeveer moet begrijpen hoe ik het hier heb. We drinken heel koud. Een kwart van de wijn bevriest in de kan. Ondanks dit alles, moedigen we elkaar aan en vinden we een manier om met de ellende te lachen.

Helaas, wat is deze oorlog triest.

Wanneer zal het eindigen? Enkel God weet het. Laten we ons aan Hem toevertrouwen. Hij laat nooit toe dat onze hindernissen boven onze krachten zit. Ik had je verteld dat ik verkouden was. Wel! Ondanks deze nadelen hoest ik bijna niet meer. Maak je niet ongerust want als ik wist dat je dat wel zou doen, zou ik je niet meer zeggen hoe het met mij gesteld is. Ik hoop dat je altijd in de Heer zult geloven.

Misschien komt Hij ons binnenkort in zijn glorie halen. Oh! Wat een mooie dag zal dat zijn, dat we deze aarde vol ellende zullen achterlaten en dat we Hem eeuwig zullen kunnen loven. Hier zijn we zwak maar daarboven zullen we de perfectie bereikt hebben.

Ik was je in mijn brief van de 27e vergeten te bedanken voor het kopiëren van het mooie koraalgezang dat ik je had gevraagd. Je doet zoveel moeite voor mij. Je hoeft niet lang te schrijven, ik zal je excuseren, ik weet dat je mij graag ziet. Je werk houdt je veel bezig om daarna nog uren te kunnen schrijven.

Onderwijs onze Georges zo goed als je kan. Probeer hem ook te leren van de Redder te houden en dat hij hem al van kinds af aan moet dienen. Ik vraag aan God om je de kracht te geven dit te doen en dat Hij zijn jong hart naar Hem leidt.

Heb je de foto’s ontvangen die in mijn brief van de 27e zaten? Evenals jouw brieven die ik je heb teruggestuurd? In deze enveloppe stuur ik je er één of twee terug.

Doe de groeten aan de neven van de Bonnets als je er binnenkort naartoe gaat. Je zal me zeggen hoe erg de wonde van Paul is.

Doe ook de groeten aan de Baudy’s. Hebben ze mijn foto gekregen en heeft het hen blij gemaakt? Kus je ouders voor mij.

 

Vele knuffels voor jou en Georges.

Jouw Reymond.

29 maart 1915

Schat

Ik heb je nu 4 brieven geschreven. Je kunt zien dat er twee zijn met nummer 44, eentje van de 6e en een andere van de 7e. Ze zaten niet in dezelfde enveloppe. Er was er eentje die je vanuit Valence had gestuurd die helemaal geen nummer droeg.

Ik heb toch begrepen dat er geen brief verloren is gegaan.

Het doet me zeer ze opnieuw naar jou te sturen want soms herlees ik ze maar ze zijn een te grote last in mijn tas en ik zou ze niet willen verbranden.

Je hebt er zoveel werk aan gehad.

Dank je voor alle moeite die je voor me doet.

 

Ik kus je hard.

Reymond

 

44e brief 22 maart 15

 

Mijn beste Emma…

Ik heb het dorp verlaten waar ik was en ik zit nu helemaal in sneeuw. We slapen in een hut van planken. Dit beschermt ons een beetje van de kou maar vannacht heb ik wel koud gehad aan mijn voeten. We zijn nog niet in de frontlinie. Het weer is super overdag maar ’s nachts vriest het erg. We zijn op meer dan 1000m hoogte. Ik ben niet goed genoeg gesetteld om inkt te gebruiken maar ik denk dat je het wel zult kunnen lezen. Verontschuldig me dat ik niet eerder geschreven heb. Maak je niet ongerust, ik heb het niet zo slecht. De laatste brief die ik van jou heb ontvangen is van de 15e maart en geschreven in Valence. Wanneer je kunt, schrijf mij nieuws over Paul Gourdol. Zeg mij of zijn wonde niet erger is dan wat hij zei, hoe hij gewond is geraakt, of het door een kogel was of een scherf bij een bomaanval.

Ik ben heel blij met wat je over Georges zei. Men moet hem leren geen gewoon te maken van het slapen.

Je zegt dat men de prijzen heeft vastgelegd voor de voedingsmiddelen. Uiteraard is deze prijs onder het gemiddelde want de andere goederen zijn in grotere proportie duurder geworden. Maar helaas, hoe vaak ziet men grotere onrechtvaardigheden. Het is niet aan ons daarover te oordelen; Als de Heer dit toelaat, zal het wel nodig zijn.

Laten we niet piekeren over morgen. Elke dag heeft zijn leed. Laten we de Heer loven voor alle voorrechten die we tot nu toe hebben gehad.

Ik laat je voor vandaag. Ik zal je zo vaak als ik kan nieuws sturen. Word niet ongerust als ik een paar dagen niet geschreven heb. Het is hier niet gemakkelijk.

 

Ik kus je hard en stuur je zachte knuffels.

Reymond.

 

46e brief 26/3 15

 

Mijn allerliefste,

Ik heb je brief van 18/3, nummer 49 ontvangen. Op je laatste brief van 15 maart stond geen nummer maar ik zie nu dat het de 48e was. Ik heb de 47e ontvangen en nu krijg ik de 49e. ik denk niet dat er één verloren is gegaan.

De 24e heb ik je een korte brief geschreven. Ik heb het niet genummerd maar het was nummer 45. Vandaag is het de 46e brief. Wat zal ik vertellen. De 24e vertelde ik jou dat ik last had van de kou maar vandaag, ook al ben ik niet in de sneeuw, heb ik er de hele nacht last van gehad. Ik ben opnieuw in de loopgraven. Er is een hoek in de loopgraaf die bezet is door mijn sectie. Die hoek is maar zo’n 40 meter ver en is heel lastig omdat ze allerlei verwoestende toestellen schieten waardoor we, indien we niet zouden oppassen, heel veel zouden verliezen. Overdag hebben we geen doden gehad. We kunnen niet slapen omdat de schietpartij ononderbroken is.

Hoewel men het van dichtbij niet ziet, zitten we in kleine dennenbomen. De takken en de stammen zijn door het schieten gehakt. Ondanks de kou stel ik het goed. Bovenop alle miserie heeft het een deel van de nacht geregend en werd het maar niet dag. Ik kan je niet beschrijven wat ik allemaal gezien heb. De gruwelijkheden van de oorlog. Oh!!! Dat God er een einde aan maakt zodat al het lijden stopt. Laten we Hem in de tussentijd loven want we krijgen alles van Hem.

Je hebt er goed aan gedaan alle intresten te betalen. Die van Passas waren zoals ik had geschreven. Heb je genoeg geld? Zou je mij wat chocolade kunnen sturen?

 

Ik eindig beste Emma door jullie te kussen uit het diepste van mijn hart.

Reymond.

 

50e brief 19 maart ER (ontvangen op 27/3)

 

Mijn liefste man,

 

Het is met veel plezier dat ik je het koraalgezang kopieer zoals je gevraagd hebt in je kaart van de 14e. Ik heb deze vanochtend ontvangen. Aangezien mijn brieven regelmatig bij je aankomen, is het misschien niet noodzakelijk dat ik herhaal dat ik je postwissel heb ontvangen en dat Mr Fraisse mij betaald heeft. Ik heb het je gisteren verteld. Je ziet dat ik momenteel meer geld heb dan nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Vaak vragen we ons af wat we zouden doen om ons te onderhouden maar we vergeten dat Hij ons niet zal vergeten en dat Hij ons zal onderhouden wanneer Hij het nodig acht. Ik heb me regelmatig afgevraagd, ondanks dat ik het je nooit heb verteld, of ik genoeg geld zou hebben om alle intresten te betalen en om alle verschillende kosten te dekken. Nu laat God het zelfs toe dat ik wat overhoud. Je hebt er mij vaak opgestuurd terwijl het vaak omgekeerd gaat: ze vragen naar geld. Is het geen zegening naast vele anderen? (ik heb nooit geen geld gehad, dat weet je. Ik vertelde je wat ik had en je mag geloven dat dat de waarheid was! Maar je weet soms denkt de vijand of onze harten aan verre tijden en komt men zo in de problemen.)

 

Ik zou niet willen dat jij je van iets ontneemt voor mij. Je vraagt of dat geld me heeft blij gemaakt. Het heeft me zeker geholpen en je mag geloven dat ik het niet voor slechte doeleinden zal gebruiken. Ik stuur je mijn afrekeningen. Je weet bijna op de cent na wat ik krijg voor voedingsmiddelen en wat ik uitgeef. Ik heb nog niet voor 3fr aan kleren gekocht sinds jouw vertrek. Ik heb het niet nodig gehad. Denk niet dat ik daaronder geleed heb. Bijvoorbeeld, maandag heb ik een dozijn soepborden gekocht. Ze worden duurder. Ik heb ze 2fr betaald terwijl ze voor de oorlog 1,20fr kostten. Ik ga in op deze details maar ik wou, toen ik begon te schrijven, enkel deze pagina vullen maar ik zie dat deze al vol is. Ik zal er dus nog één nodig hebben. Gisteren heb ik de intresten van Elisa gebracht. Binnenkort, misschien volgende week, zal ik die van de Bonnets brengen. Lydie moet momenteel in Montpellier zijn. Ik hoop dat ze terug zal zijn wanneer ik ga. Ook al heb ik het haar niet gezegd, hoop ik dat ze mij een paar woorden zal sturen over hoe het met Paul gesteld is. Ik hoopte maandag die van de aardappelen te gaan brengen maar omdat de burgemeester ze had ingeschreven op de naam van mijn vader, wou de brave bediende mij het geld niet geven. Hij heeft gezegd dat mijn vader moest tekenen en dat hij mij dan het geld zou geven. Het gaat om meer dan 88 fr. Dit deed me denken aan wat mijn nicht Lydie me onlangs verteld had. Hij wou haar ook niet het geld geven voor de opbrengst van hun paard. Ze heeft aangedrongen en hij heeft haar het geld gegeven. Ze vertelde mij dat elke keer dat ze met hem te maken had, ze wat harde woorden uitwisselden. Vandaag nog zijn we voor de aanvraag gegaan. Ik heb niets te verkopen. Men vroeg tarwe en aardappelen. Er zou alleen de koe (Chaille) geweest zijn en dan nog zouden we haar misschien missen tijdens het werken. Momenteel vraagt men geen dieren. Ik weet niet hoe we het gaan doen. Zorgen we een beetje voor haar voor we haar verkopen of wachten we nog lang.

Mijn vader wou haar liefst een beetje vetmesten. Het is waar dat ze nu wel mager is, magerder dan de rest. Bovendien haar verkopen in de zomer. Ik bereken dat ik tarwe of tarwezemelen nodig zal hebben om de twee varkens vet te mesten (ik denk dat dit het beste is. Ze zullen niet zwaar zijn maar om de zomer door te komen. Ze zouden zeker vermageren of zouden te veel tarwe eten. En niet alleen dit maar ook het werk dat dit met zich meebrengt). Ook voor de zeug in mei tijdens het dragen van de biggetjes. Ik heb er ook nodig voor de vaarzen wanneer ze hun kalveren zullen hebben. Daarbovenop hebben we geen tarwe. Ik wou er ruilen voor rogge, de molenaar kon niet. Bovendien wie weet of ik op het einde van het jaar nog genoeg rogge zou hebben? Ik denk namelijk niet dat ik er veel heb gegeven aan elk beest.

We zullen misschien geen buitenlanders sturen zoals ik je zei. We zullen ze in het hotel laten. Er werd mij verteld dat enkel de personen wiens toestand het niet toeliet op de boerderij verzorgd te worden, werden onderzocht.

Liefste Reymond, verontschuldig mij voor de fouten, ik herlees niet en ik schrijf snel. Als ik niet gestoord word, beloof ik je zondag lang te schrijven. Tot dan stuur ik je veel kussen.

 

Je liefhebbende vrouw Emma.

 

Vandaag hebben we de klaver of de haver niet kunnen maken, het regende. We gaan allemaal goed. Mijn arm verhindert me minder, het is één van de redenen waarom ik je minder lang schrijf. Ik sta laat op omdat ik niet één van de sterkste ben. Het is vaak 7u in de ochtend, ik ga proberen te doen wat ik kan. Je begrijpt dat we werk hebben.

Mijn ouders groeten je en Georges slaapt.

Je vroeg me ooit of we een koeherder hadden gehuurd. Ik weet niet of ik op die vraag geantwoord heb maar ik heb er je wel over gesproken. Ik neem Maurice over voor 15fr per maand. We hebben hem gevraagd om midden april te komen maar ik weet niet of hij het zal doen. Mijn vader heeft geen varkens voor hen gekocht.

27 maart 1915

47e brief  Sector 97

 

Mijn allerliefste Emma,

Ik heb vanochtend je lieve brief gekregen. Ik ben altijd heel blij wanneer ik nieuws van je krijg ook al zijn ze kort. Je zegt dat je momenteel geen tijd hebt om me te schrijven. Ik geloof het graag en ik denk dat jij je te veel dwingt om te werken. Oh! Schat wees voorzichtig want ik weet dat je gezondheid zwak is. Dat maakt me vaak ongerust want ik weet dat jij je verwaarloost. Je ziet ondanks alle hindernissen heb je de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Het is waar dat je volgend jaar niets van Rodez zult krijgen. Dit jaar in mei zal je de verzekering moeten betalen, dan later de belastingen. Je zult veel geld nodig hebben maar ik denk dat je er genoeg zal hebben. Trouwens, zolang ik leef, kan ik je ook steeds geld opsturen. Maar reken niet te veel op wat ik zou kunnen sturen want men weet nooit wat er kan gebeuren. Ik kan gedood worden.

Terwijl ik je schrijf, buldert het kanon en de scherven vliegen over de loopgraaf. Af en toe komen er kogels tegen de borstwering. Dit alles is niet bemoedigend maar ik geef de hoop niet op.

Ik maak me niet meer zorgen in de loopgraaf dan ver achter de vuurlinie. Ik weet dat de Heer me zowel hier als daar kan beschermen. Ik heb een goede nacht gehad. Ik heb geen kou gehad aan mijn voeten. Het is pas ’s ochtends dat het erg is gaan vriezen.

Nu zit ik in een kleine hut die in de grond is gegraven. Ik moet op handen en voeten binnengaan. Het is er erg vochtig maar het beschermt van de kogels.

Om 10u is het weer veranderd. Het sneeuwt nu. Dit zal het niet aangenamer maken. De nachten zijn lang met dit weer. Het lijken wel dagen van 48u. Maak je geen zorgen om mij, ik verzorg me zo goed ik kan.

Je vertelt me over de jonge varkens. Ik denk dat het beter is om ze vet te mesten voor de grote werken beginnen. Ze zullen kwijnen en niet genieten.

Als je niet genoeg tarwe hebt, zou je meel kunnen kopen of als je liever wilt, tarwe. Maar dit zal je bijna evenveel kosten als meel en veel meer moeite vragen. Ik zeg dit niet om je tegen te spreken. Kijk wat je nog hebt van rogge. Alle beetjes helpen. Kijk je uit voor de ratten bij de zakken? Nu je minder katten hebt, zullen ze rondlopen.

Voor de koe (Chaille), als je denkt het werk zonder haar te doen, kan je haar een beetje verzorgen en verkopen. Ik denk namelijk dat ze goed verkopen maar misschien nog beter over een paar maanden.

Kan je goed lezen wanneer ik met een potlood schrijf? Het is niet gemakkelijk om hier met inkt te schrijven. We kunnen namelijk op elk moment aangevallen worden en dan moeten we meteen kunnen reageren.

Ik zal je een kleine gunst vragen. Ik zou nu heel graag een worst en een beetje chocolade opgestuurd krijgen want ik weet niet wanneer we naar het dorp zullen gaan. Hier is er genoeg eten maar omdat we alles 2 km naar achteren moeten klaarmaken, zijn de soep, het vlees of de koffie koud wanneer het in de loopgraven komt.

Dit maakt dat ik daar wat minder trek in heb. Ik vraag je om worsten te sturen maar ik vergeet te vragen of je er wel genoeg hebt. Ik zou je ze niet willen onthouden.

Lieve kleine vrouw, ik denk zo vaak aan jou. Wanneer zal ik je kunnen kussen, en onze kleine Georges. Wat is de oorlog toch triestig. Dat God deze ramp stopt.

Groet alle vrienden voor me en kus je vader en moeder voor me.

 

Ik druk je tegen mijn hart in gedachten en dek je met kussens.

Je toegewijde vriend.

 

Reymond

 

(klein stuk papier toegevoegd)

Liefste Emma

Ik denk dat je me in één van je brieven vroeg of ik een jonge man kende in de buurt van de Bonnets. Je zei dat hij onze verre neef was. Was dit langs de kant je vader of je moeder? Ik kan me zijn naam niet herinneren en ik kan het niet opzoeken in de brief die jij mij had gestuurd. Denk je dat hij in de Compagnie zit of in het 64e Bataljon? Als je eraan denkt, zeg het mij.

Ik heb net tante Orges geschreven en een foto opgestuurd.

Ik schrijf nu al een poosje en begin koud te hebben aan mijn vingers en voeten. Ik ga lopen of springen om warmer te krijgen. Het blijft hard sneeuwen. De dennenbomen zijn helemaal bedekt. De nacht zal niet aangenaam zijn in deze sneeuw.

 

Brief 47 27/3/ Ansichtkaart/ foto, 3 militairen in de sneeuw

 Chasseurs Alpins sous les arbres hiver

Beste Emma,

Ik stuur je deze foto waar in het midden mijn kapitein staat en rechts een luitenant van mijn Compagnie staat. Hij is diegene die mij deze foto heeft geschonken. Links zie je de luitenant (betaler) van Bon. Hij is de persoon die het geld int om alle mannen en de rang te betalen.

Heb je de foto ontvangen die ik je had gestuurd? Ik denk het wel.

Vaarwel mijn schat, duizend liefhebbende knuffels van jouw

Reymond

 

Brief 47 27/3: Ansichtkaart: foto, 3 militairen

 Chasseurs Alpins molle et 2 compagnons

Mijn schat…

Deze kaarten zullen pas morgen weggaan want men is al langsgekomen om de brieven op te halen. Ik zal denkend aan jou de dag eindigen. Ik hoop dat je snel geneest. Ik ben in goede gezondheid. Ik ben alleen een beetje verkouden.

Ontvang vele dikke knuffels van diegene die – veel – van je houdt.

Reymond

 

Zie brief van 18/3 pagina 87

In het midden: ?

Links: Benoit?, sergeant

Rechts: Reynal?, sergeant

19 maart 1915

43e brief 19 maart 1915 vervolg kaart (3)

 

De onderofficieren van de Compagnie, 64e Bataljon van lopende Jagers.

 

Vriendelijke groet

Zachte knuffels

Reymond

 

Op een andere foto, maar een beetje anders met hetzelfde onderwerp staat er:

Herinnering van 28/2 1915 Le Thillot (Vosges) 19/3 1915 Verzonden vanaf de Bresse

 Chasseurs Alpins groupe

Zie volgende pagina

 

Reymond Molle bevindt zich in het midden van de foto. Hij kijkt een beetje naar rechts.

 

15 maart 1915 Valence brief ER

 

Mijn allerliefste schat

 

Gisteren heb ik je niet een paar woorden kunnen schrijven maar het zou me verdriet doen als ik hier weg zou gaan zonder je een brief te laten. Ik ben naar de bijeenkomst gegaan met Georges. Ik had hem vaak gewaarschuwd braaf te zijn. Hij heeft niet bewogen, gezongen of lawaai gemaakt tot hij in slaap viel.

We hebben hoofdstuk 4 gelezen van de tweede aan de Korintiërs. Toen ik wegging ben ik bij Mw. Pourret langsgegaan. Ze had me gevraagd niet te vergeten bij haar langs te gaan. Ze wou me vragen indien ik vandaag naar Valence ging of ik kon vragen aan Mw Durand of Mr Durand onlangs had geschreven. Zij krijgen niet vaak nieuws en zijn erg ongerust. Volgens mij hebben ze het laatste keer nieuws gekregen op 1 februari. (Nellie krijgt er niet vaker heeft ze mij gezegd maar zij is rustiger dan moeder Pourret). Ik ga verder met wat ik gisteren heb gedaan.

Eens thuis kwam Eva van Tracoulet een deel van de namiddag met ons doorbrengen. ’s Avonds, toen ik wou beginnen schrijven, is Fraisse van Leyrisse afscheid komen nemen. Hij vertrekt vanavond naar Nice en hij is zo vriendelijk geweest langs ons huis te komen voor hij vertrok. Hij is tot na tien gebleven en heeft me vaak uitgenodigd zijn vrouw te gaan bezoeken. Het is heel triestig het platteland leeg te zien lopen op deze manier. De goederen stegen maar opnieuw legt men prijzen vast. Zo is de prijs voor boter vastgelegd op 1,50. Moet men dit goedkeuren? Ik weet het niet. Voor brood zou ik akkoord gaan maar voor de rest…

Alles wat we nu kopen, kost veel meer dan vroeger. De arbeidskrachten ook waardoor we meer producten zouden moeten verkopen. Helaas! Als de oorlog nog lang duurt, wie weet welke problemen het nog met zich zal meebrengen. Dat God deze plaag stopt als dat Zijn wil is. Ik heb er meer dan 20 franken mee verdiend.

Ik ben mijn 2 nichten, Lydie en Emma van de Bonnets, tegengekomen. Elie Chirol was moe en Paul is gewond sinds 8 dagen. Hij is in Montpellier. Lydie gaat hem in de loop van de week bezoeken. Hij zegt dat zijn schouderwonde niet ernstig is.

Mijn schat, verontschuldig mij voor de fouten – ik zal je zeer snel langer schrijven als ik kan. Ik schrijf in de bibliotheek waar ik dit papier heb genomen. Ik heb een klein boekje voor Georges gevraagd maar we vinden er geen die mij bevalt.

Vaarwel mijn lieverd.

De meneer van deze bibliotheek is in de oorlog gestorven. Ik moet je nog bedanken voor je lange brief van de 9e. Het heeft me echt heel blij gemaakt. Alle andere brieven ook maar voornamelijk deze door alle details die je gaf.

 

Goede en dikke kussen van jouw Emma.

 

Ik herlees niet. Delarbre was in Fringuet deze ochtend. Hij groet je.

 

Op de achterkant van de brief, brief van Reymond met potlood geschreven