2 april 1915

51ste brief

Mijn lieve Emma,

Vanochtend heb ik je 55ste brief van 27 maart ontvangen. De laatste dagen graag ik elke dag één van je briefkaarten, dat doet me veel plezier. Ik zie dat je veel aan mij denkt, ja, ik weet ook dat je dicht bij mij wilt zijn, maar wanneer zal dit kunnen? Je moet jezelf aanmoedigen want we laten ons veel te vaak ontmoedigen. Het lijkt alsof het niet mogelijk om te leven waar we nu zijn, maar toch zijn er niet veel zieken. We zijn wel een beetje verkouden, we hoesten af en toe, maar daarna gaat het vanzelf over. Op het moment dat ik je schrijf ben ik in mijn hut. Ik heb het een beetje aangepast, ik heb er een soort van schoorsteen gemaakt, waar we het vuur constant aan houden. Mijn knieën verbranden, maar mijn rug heeft het erg koud. Maar uiteindelijk is dit veel aangenamer dan geen vuur te hebben. Ik denk dat het beter is dat ik je niet vertel hoe ik slaap, dat ik je maar beter de armoede niet vertel die ik nu meemaak. Dat zal je slecht doen voelen. Je gaat denken dat ik heel veel lijd. Zeker, ik kan je niet zeggen dat het heel goed gaat, maar zoals je ziet heb ik het elke keer goed verdragen. Wees niet bezorgd om mij, ik red me altijd wel. Heb vertrouwen, de Heer is trouw. Maar jij kan wel goed voor jezelf zorgen, dus doe dat ook maar, want als ik terug zal komen, als God het wil, denk ik niet dat ik zoveel kan werken als vroeger. Want slapen in de sneeuw, je zou bijna zeggen onder de sterren, aangezien er maar een paar takken zijn die beschutting bieden, zal het zeker tot verschijnselen reuma leiden. Dit zou dan betekenen dat je mij dan moet verzorgen, ik zal dan tot last voor je zijn. Je hebt dit al vaker moeten doen toen ik last had van mijn lenden en mijn tanden. En jij? Doen je tanden nog steeds pijn, heb je ze laten vullen? Doe het als je denkt dat het nodig is. Ik zal je een briefje van 5 Franc in deze brief doen. Dit zal je een beetje helpen. Hier in het bos kan ik sparen. We betalen geen toeslag voor het eten. Ik verdien 3,19 Franc per dag en ze betalen 1 Franc meer aan onderofficieren die aan het front zijn. Dat is 4,19 Franc per dag. Je ziet dus dat ik aan het sparen ben. Zodra het weer kan, zal ik je een machtiging sturen. Sinds 1 april is men me het loon van 20 tot 31 maart schuldig, dit is ongeveer 46 Franc. Ik zal er 4 Franc bij doen en dat maakt het totaal op 50. Ik weet niet wanneer ik het zal kunnen sturen. Ik wil het zo snel mogelijk doen, want het is beter dat jij het hebt, want bij jou zal het geld in veiligheid zijn. Maar de militaire postbode komt hier niet en daarom moet ik het via een tussenpersoon doen. Heb je nog last van je arm en kan je er nog mee slapen? Ik zou zo graag bij je willen zijn om je te verzorgen. Je vertelt me dat de tante van Batiment ernstig ziek is. Het zou heel triest voor Isaac zijn als ze komt te overlijden. Zijn zus zal niet in staat zijn om het werk te doen. Deze oorlog brengt alleen maar ellende met zich mee. Het is droevig om al dit verdriet te zien. Ik ben blij dat je mijn grote foto ontvangen hebt, ik was bang dat hij te groot zou zijn. Wanneer stuur je mij die van jou? Ik zal er liefhebbend naar kijken en deze omhelzen. Zorg ervoor dat Georges naast jou staat, want dan kan ik zien hoe groot hij is geworden. De arme ziel, ik denk heel vaak aan hem. Leer hem lief te zijn en aarzel niet om hem te corrigeren als hij stout is. Het zou hem niet goed doen, als je hem alles laat doen wat hij wil. Ik wil niet zeggen dat je hem moet slaan om een kleinigheidje. Wat heeft hij gezegd over de briefkaart die ik hem gestuurd heb? Was hij er blij mee en heeft hij mij op de foto’s herkend? Waarschijnlijk niet, want hij is nog niet groot genoeg. Is hij niet verkouden? Zodra je kan, zou het goed zijn om de rentes te betalen en je moet ook niet vergeten iets aan je papa en mama te geven. Ik weet goed dat je hen niet kan betalen voor al de ongemakken die ze hebben door ons.

Dit was het liefste, ik zie dat ik moet stoppen met schrijven. Is het wel leesbaar met potlood? Ik vraag aan de Heer om je te zegenen en je onder Zijn aangezicht te houden. Ik omhels je innig door je te bedekken met mijn liefkozingen.

Je lieve echtgenoot,

Reymond.

Advertenties

30 maart 15

Mijn lieve kleine Georges

 

Ik wou je eerder schrijven maar ik wachtte zodat mijn brief voor jouw verjaardag zou komen. Ik weet dat je het niet zult kunnen lezen maar je moeder zal het voorlezen.

Later zal je het zelf leren lezen. Daarvoor zal je goed je letters moeten leren. Ze leren je mooie verhalen, die kleine zwarte letters.

Ik denk dat je heel braaf bent en dat moeder heel blij is met jou. Als ik terugkom zou ik geen kleine willen zien die niet braaf of gehoorzaam is.

Je moet je liefste moeder geen leed berokkenen. Wanneer je groter bent, zal je haar moeten helpen. Maar je bent al groot.

Kus de grote papa en de grote mama en geef ze veel knuffels. Doe hetzelfde aan de mama.

Stuur me binnenkort je foto. Je zal het aan je kameraad Léopold laten zien.

 

Vaarwel mijn kleine Georges. Ik kus je zacht, je papa

Reymond Molle

 

52e brief Bergerons 23 maart 1915 ER ontvangen op 30/3

 

Mijn liefste man,

 

Wat een vreugde om je, tussen al mijn bezigheden, even te kunnen schrijven. Het is niet hetzelfde als je in het echt te kunnen spreken maar het is toch een voorrecht voor mij. Vandaag heb ik 4 brieven gekregen. De jouwe van de 17e maart, nummer 41 met een paar van mijn brieven, een kaart van Lydie en Paul Gourdol uit Montpellier, een kaart van Emma van Françillon en een vierde brief van Mw Broc.

Hier een samenvatting van al deze brieven. Lydie was in Montpellier sinds woensdag met haar zoon en één van haar schoonzussen. Ze zouden gisteren terugkomen. Paul is niet erg gewond, zijn kleren hebben hem beschermd. Hij loopt zoveel hij wilt. Zijn wonde is aan zijn nek en werd veroorzaakt door en scherf van een bom. Op de enveloppe staat het tijdelijke ziekenhuis nr 24. Dat moet zijn adres zijn.

Emma Gourdol zegt me dat ze ons op hetzelfde moment geschreven heeft. Ze zegt niet of ze binnenkort komen of terug naar Valence gaan. Ook zegt ze niet of ze mijn brief hebben ontvangen. Misschien had mijn brief vertraging en hebben ze het pas ontvangen nadat ze hun brief hadden geschreven. Als ik exact wist op welke dag ik met Georges naar Valence ging, zou ik het hen zeggen. Marie vertelde mij op 3 januari dat ze hem graag zou zien. Als ik ze niet voor het einde van de maand zie, zal ik hun intresten met de post sturen.

Laten we overgaan naar de brief van Mw Broc. Deze goede vriendin is op een maandag, 15 dagen geleden, opzettelijk naar de markt van Valence gegaan omdat ze dacht dat ik er zou zijn. Die dag was ik er niet. Berthe is sinds enkele dagen moe door de griep. Ze moet een vervangster hebben want ze denken enkele dagen naar Valence te gaan. Indien dit het geval is, zal ik ze proberen te zien en een moment met hen door te brengen wanneer ik naar de markt ga. Je hebt de groeten van haar en ze zegt dat ze mij heel graag zou zien. Het bewijs…

Je zegt me, beste Reymond dat je heel graag een foto van ons zou willen hebben. Ik zal het je sturen, het is niet onmogelijk maar je zult nog een tijdje moeten wachten want ik kan deze week niet naar Valence gaan. Ik zal genoeg hebben om donderdag naar de markt te gaan. Ik kan amper mijn boter dragen met Georges (ik denk dat hij de plaats van een mand inneemt) maar aangezien de vaars niet goed gaat kan ik geen hele dag wegblijven. Niet tot ze haar kalf heeft gehad. De twee laatste nachten heeft mijn vader in de schuur geslapen en overdag gaan we er heel vaak naar kijken. Zo laten we haar met zen allen nooit alleen. Tegen maandag zal ze waarschijnlijk haar kalf hebben en ze zal of beter of nog slechter gaan. Je moet je er niet te veel zorgen over maken. Ze kan over twee of drie dagen zelfs genezen zijn. Ik zal voor dezelfde reden ook niet naar de Bonnets gaan deze week behalve als ik misschien de laatste dagen kan gaan.

Ik heb gisteren aan Barbier gevraagd om te komen kijken maar ik besef dat hij niet ’s morgens komt, het is al over 12u. Ik twijfel of hij zal komen. Hij moest in de ochtend naar Bâtiment gaan om het varken te doden. Mijn tante is heel zwak en kan amper werken. Ze is naar een dokter moeten gaan, haar benen zwellen.

Vanochtend hebben we het brood gemaakt. Ik stop even om hem uit de oven te halen, hij moet gebakken zijn. Vanavond zal ik naar de Tracoulet gaan. Ongeveer 3 weken geleden heb ik een paar kilo’s van Eva moeten lenen. Toen zou het ons belemmerd hebben er te bakken. Ze had mij gezegd dat ik het niet snel moest teruggeven want zij had er nog genoeg tot het einde van de maand. Ik heb dus gewacht tot ik een tweede keer had gebakken zodat zij het vers zou krijgen. Ik zal haar vragen je brief naar St Peray te brengen als ze er morgen naartoe gaat.

Beste Reymond, ondanks de vreugde die ik heb bij het lezen van een lange brief, maak je niet moe voor mij. Ik begrijp dat je veel te doen hebt en ik zou je niet in moeilijkheden willen brengen door veel met mij te praten. Schrijf dus enkel wat je weet dat ze zullen doorlaten. Ik wil niet dat ze je terechtwijzen of dat je gestraft wordt. Persoonlijk nieuws krijgen van jou is al veel voor mij. Ik denk niet dat één van je brieven ooit geopend is geweest, ik heb niets gemerkt. Maak je geen zorgen om mij. Je denkt misschien dat ik ziek ben maar dat ben ik niet. Ik heb zelden hoofdpijn en mijn arm doet me bijna geen pijn meer. Ik verzeker je dat ik die trekpleister nodig had. De etter of vuil zou het alleen maar erger gemaakt hebben.

Af en toe heb ik een beetje pijn aan één van mijn voorste tanden. Als het mij echt heel veel pijn zou doen, zou ik snel naar een tandarts gaan om het gaatje te vullen alvorens het een te groot gaatje wordt. Ik zou ze niet willen verliezen.

Misschien zal ik binnenkort moeten gaan voor de andere tanden.

Georges stelt het goed, ondanks dat hij mager is. Mijn ouders stellen het ook goed. Op dit moment maken ze de klaver van de wijngaarden. Moeder gaat voor de koeien en ik ben alleen met Georges. Ze hebben zaterdag die van de binnenplaats gedaan evenals de haver. Het weer is fris en bewolkt, ik denk dat het zal regenen.

Ik laat je mijn lieve schat, ik zal misschien de aardbeien in het tuintje schoffelen. Er is ook nog dat klein boompje in die tuin. Je herinnert je misschien dat ik die hier wou halen. Ik zal hem moeten halen voor hij veel groeit, het is misschien al te laat om het te verplanten.

Je denkt waarschijnlijk dat ik geen medelijden met je heb omdat ik anders geen zin meer zou hebben om de planten te verzorgen. Oh! Er zijn zoveel dagen dat het mij niet boeit of ze leven of vergaan.

Ik kus je goed en veel.

 

Jouw Emma

 

49e brief 30maart 1915

 

Mijn liefste vrouw,

Wat een vreugde voelde ik vanochtend toen ik 2 brieven van jou kreeg, nummers 51 en 52. Tot nu toe heb ik ze allemaal ontvangen. Vaak krijg ik er meerdere in één keer, maar dat maakt niet uit als ik ze maar krijg. Eh! Schat ik dacht dat je had gezegd dat je niet wou dat ik nog lang schreef maar jij hebt mij een echt boek geschreven. Toen ik het las had ik het gevoel dat ik er ook was en dat ik alles zag wat je vertelde.

Je vroeg me of ik had gedacht aan onze 4e huwelijksverjaardag. Op 21/3 hebben we een afschuwelijke fase gehad en had ik er mijn gedachten dus niet bij. ’s Nachts had ik redelijk kou gehad en de 22e was het net hetzelfde. Voor die dag heb ik er vaak aan gedacht. Vandaag nog denk ik er nog die over na. Helaas ja, ons leven had zo gevuld kunnen zijn als mijn hart niet aangetrokken werd door al deze aardse dingen.

Ah8 Mijn geloof is zwak geweest. Hoe vaak heb ik je pijn gedaan ondanks dat ik altijd met alle liefde van je gehouden heb. Vaak zei je dat ik niet van je hield. Je kunt niet geloven hoe erg ik het vond dat je verdrietig was. Ja schat, ik hou heel veel van jou en ik begrijp dat het wederzijds is. Je zegt dat er in die vier jaren veel is gebeurd maar wie weet zal er in minder tijd nog meer gebeuren. Ik denk niet dat de oorlog bijna voorbij is. Zal ik ze zien eindigen, dat weet ik niet. Ik weet dat God me tussen de kogels kan houden. Ik heb die ervaring al vaak gehad, dat kogels langs me heen gingen en dan takken sneden of aarde op me spetterde. Ja schat, God beschermt wie Hij wilt. Deze zin is niet leeg: “vraag en u zult krijgen”. Ik ben vaak op het punt geweest op te geven maar momenteel, dankzij God ben ik nooit ontmoedigd geweest.

Beste Emma, je brief heeft me heel blij gemaakt. Misschien heeft geen enkele andere me zo blij gemaakt als je 51e brief. Is het omdat ze na dagen van echte vermoeidheid kwam, ik weet het niet. Het heeft me echt opgebeurd. Wat voelt het goed om een partner als jou te hebben. Je vertelde me over je bloemen. Het is een vreugde voor mij om te weten dat je er zorg voor draagt. Bloemen hebben hun eigen taal voor diegene die het begrijpt.

Je hebt me zoveel verteld. Je vertelde me over Georges. Hij maakt grote vorderingen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat hij al zo goed kan tellen en dat hij al letters herkent. Blijf zijn intelligentie onderhouden.

Leer hem ook noten lezen. Ik zal hem het gamma sturen met de naam van de noten onder elk van hen zodat je het hem kunt leren.

Ik zou hem zo graag willen zien, ook al was het maar voor één dag, maar helaas!…

Je doet er goed aan mij alle sneue gebeurtenissen ook te vertellen. Ik vertel je ook alles wat er hier gebeurd. Je hebt er recht op schat.

Voor die koe had ik het al verwacht, vooral als jullie haar aan de kant boven de schuur hebben gezet. Je moet je herinneren dat ik je vorig jaar zei dat ik ervoor vreesde. Wat er ook gebeurt, geef de moed niet op.

Voor het hooi, zou je het niet moeten laten waar het dichterbij is en gemakkelijk binnen te brengen.

Zo is er Rondez, de wei is gemakkelijk te hooien. De wei van Jacques die slecht te snijden is, kan dienen om er de koeien te laten waar het gras niet hoog groeit. Langs de kastanjebomen bijvoorbeeld of beneden. Ik kan je vanaf hier geen raad geven, dat begrijp je. Doe het zoals je vader je zegt. Wat hij doet zal altijd goed zijn. Je mag hem zeggen dat, als ik terugkom, ik niets slecht zal vinden. Voor alle oogst moet men rapen wat het gemakkelijkste en het zuinigste is.

Je hebt in mijn gedachten gelezen toen je zei dat je een foto wou laten maken van Georges. Maar ik wil er ook één van jou.

Je moet niet denken dat ik vind dat je geld verspilt. Als ik er jou opstuur is het om het te gebruiken. Ik zie dat mijn papier bijna vol is. Ik kan je zeggen dat ik vandaag niet meer in de loopgraaf van de 1e rij ben. Enkele dagen rust in hutten van takken onder de hoge dennenbomen en daarna zullen we onze kameraden vervangen die ons hebben vervangen.

Ik eindig voor vandaag door je hard te kussen op beide wangen.

Kus Georges en je ouders voor mij.

 

Je man die elk moment aan je denkt.

Reymond

29 maart 1915

48e brief

 

Mijn allerliefste,

Ik weet niet wat je zou zeggen als je zou zien waar ik de laatste nachten heb geslapen. Misschien zou je er mee lachen zoals we vroeger soms deden. Ik heb een kuil gegraven in de dennenbomen van Rondet. Waar ik nu ben zijn ze even dik als een arm of een been.

Ik zeg een kuil van 1m10 diep en 0,80 breed. Aan de ene kant gaat her niet verder en aan de andere kant ga ik binnen. Onnodig te zeggen dat ik er op handen en voeten in ga.

Ik hang er mijn jas en zet er mijn deken overheen. Het bed is niet fantastisch maar als het niet koud was, zou hij heel goed zijn.

Als dak zijn er takken van de boom en bovenop die takken is er een beetje aarde. Sinds 2 dagen is er 40 centimeter sneeuw. Het sneeuwt nog steeds. Alles eromheen is schilderachtig. Alle takken die niet gehakt zijn door de vuurpartijen zijn met sneeuw bedekt. Maar opgepast voor diegene die ze aanraakt, je krijgt een flinke douche sneeuw. Sommige geven een stamp aan de boom als kameraden er onder langs lopen om te lachen. Je weet hoe het is, heel vaak doen kogels ze vallen door in de takken te slaan.

Sinds enkele dagen zijn er geen grote gevechten geweest waar ik ben. Het is vrij rustig. Ieder houdt zijn afstanden en observeert. We hebben meerdere van hun mannen gedood die op 10meter waren. Ze wouden waarschijnlijk bommen naar ons gooien. Ze zijn heel dicht van bij ons dus hebben ze geen grote afstand moeten afleggen. We zouden elkaar gemakkelijk kunnen horen als we luid zouden spreken. De afstand is niet groter dan die tussen jouw deur en de fontein waar je water gaat halen.

Aangezien mijn hol geen twee uitgangen heeft, kan ik een kaars laten branden. Dat verwarmt me een beetje. Bovendien gebruik ik het om mijn soep of mijn vlees op te warmen. De rechaud is niet sterk maar ik vind het handig.

We zullen daar een paar dagen blijven en daarna komen anderen het overnemen.

Ik denk dat je ongeveer moet begrijpen hoe ik het hier heb. We drinken heel koud. Een kwart van de wijn bevriest in de kan. Ondanks dit alles, moedigen we elkaar aan en vinden we een manier om met de ellende te lachen.

Helaas, wat is deze oorlog triest.

Wanneer zal het eindigen? Enkel God weet het. Laten we ons aan Hem toevertrouwen. Hij laat nooit toe dat onze hindernissen boven onze krachten zit. Ik had je verteld dat ik verkouden was. Wel! Ondanks deze nadelen hoest ik bijna niet meer. Maak je niet ongerust want als ik wist dat je dat wel zou doen, zou ik je niet meer zeggen hoe het met mij gesteld is. Ik hoop dat je altijd in de Heer zult geloven.

Misschien komt Hij ons binnenkort in zijn glorie halen. Oh! Wat een mooie dag zal dat zijn, dat we deze aarde vol ellende zullen achterlaten en dat we Hem eeuwig zullen kunnen loven. Hier zijn we zwak maar daarboven zullen we de perfectie bereikt hebben.

Ik was je in mijn brief van de 27e vergeten te bedanken voor het kopiëren van het mooie koraalgezang dat ik je had gevraagd. Je doet zoveel moeite voor mij. Je hoeft niet lang te schrijven, ik zal je excuseren, ik weet dat je mij graag ziet. Je werk houdt je veel bezig om daarna nog uren te kunnen schrijven.

Onderwijs onze Georges zo goed als je kan. Probeer hem ook te leren van de Redder te houden en dat hij hem al van kinds af aan moet dienen. Ik vraag aan God om je de kracht te geven dit te doen en dat Hij zijn jong hart naar Hem leidt.

Heb je de foto’s ontvangen die in mijn brief van de 27e zaten? Evenals jouw brieven die ik je heb teruggestuurd? In deze enveloppe stuur ik je er één of twee terug.

Doe de groeten aan de neven van de Bonnets als je er binnenkort naartoe gaat. Je zal me zeggen hoe erg de wonde van Paul is.

Doe ook de groeten aan de Baudy’s. Hebben ze mijn foto gekregen en heeft het hen blij gemaakt? Kus je ouders voor mij.

 

Vele knuffels voor jou en Georges.

Jouw Reymond.

29 maart 1915

Schat

Ik heb je nu 4 brieven geschreven. Je kunt zien dat er twee zijn met nummer 44, eentje van de 6e en een andere van de 7e. Ze zaten niet in dezelfde enveloppe. Er was er eentje die je vanuit Valence had gestuurd die helemaal geen nummer droeg.

Ik heb toch begrepen dat er geen brief verloren is gegaan.

Het doet me zeer ze opnieuw naar jou te sturen want soms herlees ik ze maar ze zijn een te grote last in mijn tas en ik zou ze niet willen verbranden.

Je hebt er zoveel werk aan gehad.

Dank je voor alle moeite die je voor me doet.

 

Ik kus je hard.

Reymond

 

44e brief 22 maart 15

 

Mijn beste Emma…

Ik heb het dorp verlaten waar ik was en ik zit nu helemaal in sneeuw. We slapen in een hut van planken. Dit beschermt ons een beetje van de kou maar vannacht heb ik wel koud gehad aan mijn voeten. We zijn nog niet in de frontlinie. Het weer is super overdag maar ’s nachts vriest het erg. We zijn op meer dan 1000m hoogte. Ik ben niet goed genoeg gesetteld om inkt te gebruiken maar ik denk dat je het wel zult kunnen lezen. Verontschuldig me dat ik niet eerder geschreven heb. Maak je niet ongerust, ik heb het niet zo slecht. De laatste brief die ik van jou heb ontvangen is van de 15e maart en geschreven in Valence. Wanneer je kunt, schrijf mij nieuws over Paul Gourdol. Zeg mij of zijn wonde niet erger is dan wat hij zei, hoe hij gewond is geraakt, of het door een kogel was of een scherf bij een bomaanval.

Ik ben heel blij met wat je over Georges zei. Men moet hem leren geen gewoon te maken van het slapen.

Je zegt dat men de prijzen heeft vastgelegd voor de voedingsmiddelen. Uiteraard is deze prijs onder het gemiddelde want de andere goederen zijn in grotere proportie duurder geworden. Maar helaas, hoe vaak ziet men grotere onrechtvaardigheden. Het is niet aan ons daarover te oordelen; Als de Heer dit toelaat, zal het wel nodig zijn.

Laten we niet piekeren over morgen. Elke dag heeft zijn leed. Laten we de Heer loven voor alle voorrechten die we tot nu toe hebben gehad.

Ik laat je voor vandaag. Ik zal je zo vaak als ik kan nieuws sturen. Word niet ongerust als ik een paar dagen niet geschreven heb. Het is hier niet gemakkelijk.

 

Ik kus je hard en stuur je zachte knuffels.

Reymond.

 

46e brief 26/3 15

 

Mijn allerliefste,

Ik heb je brief van 18/3, nummer 49 ontvangen. Op je laatste brief van 15 maart stond geen nummer maar ik zie nu dat het de 48e was. Ik heb de 47e ontvangen en nu krijg ik de 49e. ik denk niet dat er één verloren is gegaan.

De 24e heb ik je een korte brief geschreven. Ik heb het niet genummerd maar het was nummer 45. Vandaag is het de 46e brief. Wat zal ik vertellen. De 24e vertelde ik jou dat ik last had van de kou maar vandaag, ook al ben ik niet in de sneeuw, heb ik er de hele nacht last van gehad. Ik ben opnieuw in de loopgraven. Er is een hoek in de loopgraaf die bezet is door mijn sectie. Die hoek is maar zo’n 40 meter ver en is heel lastig omdat ze allerlei verwoestende toestellen schieten waardoor we, indien we niet zouden oppassen, heel veel zouden verliezen. Overdag hebben we geen doden gehad. We kunnen niet slapen omdat de schietpartij ononderbroken is.

Hoewel men het van dichtbij niet ziet, zitten we in kleine dennenbomen. De takken en de stammen zijn door het schieten gehakt. Ondanks de kou stel ik het goed. Bovenop alle miserie heeft het een deel van de nacht geregend en werd het maar niet dag. Ik kan je niet beschrijven wat ik allemaal gezien heb. De gruwelijkheden van de oorlog. Oh!!! Dat God er een einde aan maakt zodat al het lijden stopt. Laten we Hem in de tussentijd loven want we krijgen alles van Hem.

Je hebt er goed aan gedaan alle intresten te betalen. Die van Passas waren zoals ik had geschreven. Heb je genoeg geld? Zou je mij wat chocolade kunnen sturen?

 

Ik eindig beste Emma door jullie te kussen uit het diepste van mijn hart.

Reymond.

 

50e brief 19 maart ER (ontvangen op 27/3)

 

Mijn liefste man,

 

Het is met veel plezier dat ik je het koraalgezang kopieer zoals je gevraagd hebt in je kaart van de 14e. Ik heb deze vanochtend ontvangen. Aangezien mijn brieven regelmatig bij je aankomen, is het misschien niet noodzakelijk dat ik herhaal dat ik je postwissel heb ontvangen en dat Mr Fraisse mij betaald heeft. Ik heb het je gisteren verteld. Je ziet dat ik momenteel meer geld heb dan nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Vaak vragen we ons af wat we zouden doen om ons te onderhouden maar we vergeten dat Hij ons niet zal vergeten en dat Hij ons zal onderhouden wanneer Hij het nodig acht. Ik heb me regelmatig afgevraagd, ondanks dat ik het je nooit heb verteld, of ik genoeg geld zou hebben om alle intresten te betalen en om alle verschillende kosten te dekken. Nu laat God het zelfs toe dat ik wat overhoud. Je hebt er mij vaak opgestuurd terwijl het vaak omgekeerd gaat: ze vragen naar geld. Is het geen zegening naast vele anderen? (ik heb nooit geen geld gehad, dat weet je. Ik vertelde je wat ik had en je mag geloven dat dat de waarheid was! Maar je weet soms denkt de vijand of onze harten aan verre tijden en komt men zo in de problemen.)

 

Ik zou niet willen dat jij je van iets ontneemt voor mij. Je vraagt of dat geld me heeft blij gemaakt. Het heeft me zeker geholpen en je mag geloven dat ik het niet voor slechte doeleinden zal gebruiken. Ik stuur je mijn afrekeningen. Je weet bijna op de cent na wat ik krijg voor voedingsmiddelen en wat ik uitgeef. Ik heb nog niet voor 3fr aan kleren gekocht sinds jouw vertrek. Ik heb het niet nodig gehad. Denk niet dat ik daaronder geleed heb. Bijvoorbeeld, maandag heb ik een dozijn soepborden gekocht. Ze worden duurder. Ik heb ze 2fr betaald terwijl ze voor de oorlog 1,20fr kostten. Ik ga in op deze details maar ik wou, toen ik begon te schrijven, enkel deze pagina vullen maar ik zie dat deze al vol is. Ik zal er dus nog één nodig hebben. Gisteren heb ik de intresten van Elisa gebracht. Binnenkort, misschien volgende week, zal ik die van de Bonnets brengen. Lydie moet momenteel in Montpellier zijn. Ik hoop dat ze terug zal zijn wanneer ik ga. Ook al heb ik het haar niet gezegd, hoop ik dat ze mij een paar woorden zal sturen over hoe het met Paul gesteld is. Ik hoopte maandag die van de aardappelen te gaan brengen maar omdat de burgemeester ze had ingeschreven op de naam van mijn vader, wou de brave bediende mij het geld niet geven. Hij heeft gezegd dat mijn vader moest tekenen en dat hij mij dan het geld zou geven. Het gaat om meer dan 88 fr. Dit deed me denken aan wat mijn nicht Lydie me onlangs verteld had. Hij wou haar ook niet het geld geven voor de opbrengst van hun paard. Ze heeft aangedrongen en hij heeft haar het geld gegeven. Ze vertelde mij dat elke keer dat ze met hem te maken had, ze wat harde woorden uitwisselden. Vandaag nog zijn we voor de aanvraag gegaan. Ik heb niets te verkopen. Men vroeg tarwe en aardappelen. Er zou alleen de koe (Chaille) geweest zijn en dan nog zouden we haar misschien missen tijdens het werken. Momenteel vraagt men geen dieren. Ik weet niet hoe we het gaan doen. Zorgen we een beetje voor haar voor we haar verkopen of wachten we nog lang.

Mijn vader wou haar liefst een beetje vetmesten. Het is waar dat ze nu wel mager is, magerder dan de rest. Bovendien haar verkopen in de zomer. Ik bereken dat ik tarwe of tarwezemelen nodig zal hebben om de twee varkens vet te mesten (ik denk dat dit het beste is. Ze zullen niet zwaar zijn maar om de zomer door te komen. Ze zouden zeker vermageren of zouden te veel tarwe eten. En niet alleen dit maar ook het werk dat dit met zich meebrengt). Ook voor de zeug in mei tijdens het dragen van de biggetjes. Ik heb er ook nodig voor de vaarzen wanneer ze hun kalveren zullen hebben. Daarbovenop hebben we geen tarwe. Ik wou er ruilen voor rogge, de molenaar kon niet. Bovendien wie weet of ik op het einde van het jaar nog genoeg rogge zou hebben? Ik denk namelijk niet dat ik er veel heb gegeven aan elk beest.

We zullen misschien geen buitenlanders sturen zoals ik je zei. We zullen ze in het hotel laten. Er werd mij verteld dat enkel de personen wiens toestand het niet toeliet op de boerderij verzorgd te worden, werden onderzocht.

Liefste Reymond, verontschuldig mij voor de fouten, ik herlees niet en ik schrijf snel. Als ik niet gestoord word, beloof ik je zondag lang te schrijven. Tot dan stuur ik je veel kussen.

 

Je liefhebbende vrouw Emma.

 

Vandaag hebben we de klaver of de haver niet kunnen maken, het regende. We gaan allemaal goed. Mijn arm verhindert me minder, het is één van de redenen waarom ik je minder lang schrijf. Ik sta laat op omdat ik niet één van de sterkste ben. Het is vaak 7u in de ochtend, ik ga proberen te doen wat ik kan. Je begrijpt dat we werk hebben.

Mijn ouders groeten je en Georges slaapt.

Je vroeg me ooit of we een koeherder hadden gehuurd. Ik weet niet of ik op die vraag geantwoord heb maar ik heb er je wel over gesproken. Ik neem Maurice over voor 15fr per maand. We hebben hem gevraagd om midden april te komen maar ik weet niet of hij het zal doen. Mijn vader heeft geen varkens voor hen gekocht.

27 maart 1915

47e brief  Sector 97

 

Mijn allerliefste Emma,

Ik heb vanochtend je lieve brief gekregen. Ik ben altijd heel blij wanneer ik nieuws van je krijg ook al zijn ze kort. Je zegt dat je momenteel geen tijd hebt om me te schrijven. Ik geloof het graag en ik denk dat jij je te veel dwingt om te werken. Oh! Schat wees voorzichtig want ik weet dat je gezondheid zwak is. Dat maakt me vaak ongerust want ik weet dat jij je verwaarloost. Je ziet ondanks alle hindernissen heb je de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Het is waar dat je volgend jaar niets van Rodez zult krijgen. Dit jaar in mei zal je de verzekering moeten betalen, dan later de belastingen. Je zult veel geld nodig hebben maar ik denk dat je er genoeg zal hebben. Trouwens, zolang ik leef, kan ik je ook steeds geld opsturen. Maar reken niet te veel op wat ik zou kunnen sturen want men weet nooit wat er kan gebeuren. Ik kan gedood worden.

Terwijl ik je schrijf, buldert het kanon en de scherven vliegen over de loopgraaf. Af en toe komen er kogels tegen de borstwering. Dit alles is niet bemoedigend maar ik geef de hoop niet op.

Ik maak me niet meer zorgen in de loopgraaf dan ver achter de vuurlinie. Ik weet dat de Heer me zowel hier als daar kan beschermen. Ik heb een goede nacht gehad. Ik heb geen kou gehad aan mijn voeten. Het is pas ’s ochtends dat het erg is gaan vriezen.

Nu zit ik in een kleine hut die in de grond is gegraven. Ik moet op handen en voeten binnengaan. Het is er erg vochtig maar het beschermt van de kogels.

Om 10u is het weer veranderd. Het sneeuwt nu. Dit zal het niet aangenamer maken. De nachten zijn lang met dit weer. Het lijken wel dagen van 48u. Maak je geen zorgen om mij, ik verzorg me zo goed ik kan.

Je vertelt me over de jonge varkens. Ik denk dat het beter is om ze vet te mesten voor de grote werken beginnen. Ze zullen kwijnen en niet genieten.

Als je niet genoeg tarwe hebt, zou je meel kunnen kopen of als je liever wilt, tarwe. Maar dit zal je bijna evenveel kosten als meel en veel meer moeite vragen. Ik zeg dit niet om je tegen te spreken. Kijk wat je nog hebt van rogge. Alle beetjes helpen. Kijk je uit voor de ratten bij de zakken? Nu je minder katten hebt, zullen ze rondlopen.

Voor de koe (Chaille), als je denkt het werk zonder haar te doen, kan je haar een beetje verzorgen en verkopen. Ik denk namelijk dat ze goed verkopen maar misschien nog beter over een paar maanden.

Kan je goed lezen wanneer ik met een potlood schrijf? Het is niet gemakkelijk om hier met inkt te schrijven. We kunnen namelijk op elk moment aangevallen worden en dan moeten we meteen kunnen reageren.

Ik zal je een kleine gunst vragen. Ik zou nu heel graag een worst en een beetje chocolade opgestuurd krijgen want ik weet niet wanneer we naar het dorp zullen gaan. Hier is er genoeg eten maar omdat we alles 2 km naar achteren moeten klaarmaken, zijn de soep, het vlees of de koffie koud wanneer het in de loopgraven komt.

Dit maakt dat ik daar wat minder trek in heb. Ik vraag je om worsten te sturen maar ik vergeet te vragen of je er wel genoeg hebt. Ik zou je ze niet willen onthouden.

Lieve kleine vrouw, ik denk zo vaak aan jou. Wanneer zal ik je kunnen kussen, en onze kleine Georges. Wat is de oorlog toch triestig. Dat God deze ramp stopt.

Groet alle vrienden voor me en kus je vader en moeder voor me.

 

Ik druk je tegen mijn hart in gedachten en dek je met kussens.

Je toegewijde vriend.

 

Reymond

 

(klein stuk papier toegevoegd)

Liefste Emma

Ik denk dat je me in één van je brieven vroeg of ik een jonge man kende in de buurt van de Bonnets. Je zei dat hij onze verre neef was. Was dit langs de kant je vader of je moeder? Ik kan me zijn naam niet herinneren en ik kan het niet opzoeken in de brief die jij mij had gestuurd. Denk je dat hij in de Compagnie zit of in het 64e Bataljon? Als je eraan denkt, zeg het mij.

Ik heb net tante Orges geschreven en een foto opgestuurd.

Ik schrijf nu al een poosje en begin koud te hebben aan mijn vingers en voeten. Ik ga lopen of springen om warmer te krijgen. Het blijft hard sneeuwen. De dennenbomen zijn helemaal bedekt. De nacht zal niet aangenaam zijn in deze sneeuw.

 

Brief 47 27/3/ Ansichtkaart/ foto, 3 militairen in de sneeuw

 Chasseurs Alpins sous les arbres hiver

Beste Emma,

Ik stuur je deze foto waar in het midden mijn kapitein staat en rechts een luitenant van mijn Compagnie staat. Hij is diegene die mij deze foto heeft geschonken. Links zie je de luitenant (betaler) van Bon. Hij is de persoon die het geld int om alle mannen en de rang te betalen.

Heb je de foto ontvangen die ik je had gestuurd? Ik denk het wel.

Vaarwel mijn schat, duizend liefhebbende knuffels van jouw

Reymond

 

Brief 47 27/3: Ansichtkaart: foto, 3 militairen

 Chasseurs Alpins molle et 2 compagnons

Mijn schat…

Deze kaarten zullen pas morgen weggaan want men is al langsgekomen om de brieven op te halen. Ik zal denkend aan jou de dag eindigen. Ik hoop dat je snel geneest. Ik ben in goede gezondheid. Ik ben alleen een beetje verkouden.

Ontvang vele dikke knuffels van diegene die – veel – van je houdt.

Reymond

 

Zie brief van 18/3 pagina 87

In het midden: ?

Links: Benoit?, sergeant

Rechts: Reynal?, sergeant

19 maart 1915

43e brief 19 maart 1915 vervolg kaart (3)

 

De onderofficieren van de Compagnie, 64e Bataljon van lopende Jagers.

 

Vriendelijke groet

Zachte knuffels

Reymond

 

Op een andere foto, maar een beetje anders met hetzelfde onderwerp staat er:

Herinnering van 28/2 1915 Le Thillot (Vosges) 19/3 1915 Verzonden vanaf de Bresse

 Chasseurs Alpins groupe

Zie volgende pagina

 

Reymond Molle bevindt zich in het midden van de foto. Hij kijkt een beetje naar rechts.

 

15 maart 1915 Valence brief ER

 

Mijn allerliefste schat

 

Gisteren heb ik je niet een paar woorden kunnen schrijven maar het zou me verdriet doen als ik hier weg zou gaan zonder je een brief te laten. Ik ben naar de bijeenkomst gegaan met Georges. Ik had hem vaak gewaarschuwd braaf te zijn. Hij heeft niet bewogen, gezongen of lawaai gemaakt tot hij in slaap viel.

We hebben hoofdstuk 4 gelezen van de tweede aan de Korintiërs. Toen ik wegging ben ik bij Mw. Pourret langsgegaan. Ze had me gevraagd niet te vergeten bij haar langs te gaan. Ze wou me vragen indien ik vandaag naar Valence ging of ik kon vragen aan Mw Durand of Mr Durand onlangs had geschreven. Zij krijgen niet vaak nieuws en zijn erg ongerust. Volgens mij hebben ze het laatste keer nieuws gekregen op 1 februari. (Nellie krijgt er niet vaker heeft ze mij gezegd maar zij is rustiger dan moeder Pourret). Ik ga verder met wat ik gisteren heb gedaan.

Eens thuis kwam Eva van Tracoulet een deel van de namiddag met ons doorbrengen. ’s Avonds, toen ik wou beginnen schrijven, is Fraisse van Leyrisse afscheid komen nemen. Hij vertrekt vanavond naar Nice en hij is zo vriendelijk geweest langs ons huis te komen voor hij vertrok. Hij is tot na tien gebleven en heeft me vaak uitgenodigd zijn vrouw te gaan bezoeken. Het is heel triestig het platteland leeg te zien lopen op deze manier. De goederen stegen maar opnieuw legt men prijzen vast. Zo is de prijs voor boter vastgelegd op 1,50. Moet men dit goedkeuren? Ik weet het niet. Voor brood zou ik akkoord gaan maar voor de rest…

Alles wat we nu kopen, kost veel meer dan vroeger. De arbeidskrachten ook waardoor we meer producten zouden moeten verkopen. Helaas! Als de oorlog nog lang duurt, wie weet welke problemen het nog met zich zal meebrengen. Dat God deze plaag stopt als dat Zijn wil is. Ik heb er meer dan 20 franken mee verdiend.

Ik ben mijn 2 nichten, Lydie en Emma van de Bonnets, tegengekomen. Elie Chirol was moe en Paul is gewond sinds 8 dagen. Hij is in Montpellier. Lydie gaat hem in de loop van de week bezoeken. Hij zegt dat zijn schouderwonde niet ernstig is.

Mijn schat, verontschuldig mij voor de fouten – ik zal je zeer snel langer schrijven als ik kan. Ik schrijf in de bibliotheek waar ik dit papier heb genomen. Ik heb een klein boekje voor Georges gevraagd maar we vinden er geen die mij bevalt.

Vaarwel mijn lieverd.

De meneer van deze bibliotheek is in de oorlog gestorven. Ik moet je nog bedanken voor je lange brief van de 9e. Het heeft me echt heel blij gemaakt. Alle andere brieven ook maar voornamelijk deze door alle details die je gaf.

 

Goede en dikke kussen van jouw Emma.

 

Ik herlees niet. Delarbre was in Fringuet deze ochtend. Hij groet je.

 

Op de achterkant van de brief, brief van Reymond met potlood geschreven

18 maart 1915

42e brief

 

Mijn liefste Emma,

Ik heb net je lange brief nummer 47 ontvangen van 11 maart. Ik denk niet dat er brieven verloren zijn gegaan. De aantallen zijn juist, het zijn de nummers die erop staan die niet juist zijn. ik had je al verteld dat twee van je brieven nummer 44 bedroegen, daarna heb ik nummer 45 gekregen en nu 47. Het aantal klopt dus wel. Je brief is heel interessant maar voor ik het einde las, was ik bang dat mijn 35e brief verloren was gegaan. Gelukkig heb ik op het einde gelezen dat je het had ontvangen. Je moet niet vergeten aan de postbode te zeggen dat je liever hebt dat hij de brieven een dag langer houdt dan dat hij ze aan de bovenburen geeft. We kennen al te goed hun manier van doen. Ik wou je een dag zeggen op te passen met het hout dat zich in de veestal van Jacques bevindt of aan die kant. Toen ik daar was had ik gemerkt dat er wat van was uitgehaald en ik had er zelfs een persoon gezien. Ik weet niet meer of ik het je op dat moment had gezegd.

Vandaag ben ik blij dat ik je mijn foto kan sturen. De grootste groep mensen zijn de onderofficieren van de Compagnie. De groep waar we maar met drie zijn, zie je mijn twee sergeanten die samen met mij de bevelen geven aan mijn sectie. Ze zijn allebei afkomstig van de Lozère. Ze wonen allebei in Parijs. Degene rechts is tewerkgesteld bij de spoorwegen van het westen. Hij is bezorger van 1e klasse. Wat Mr. Jouve was voor hij naar Livron ging. De tweede is niet getrouwd en werkt in Parijs bij een koolhandelaar. Hij is de liefste van de twee. Hij is een goede kameraad en gehoorzamer. De andere is ook vriendelijk maar hij discussieert meer en is minder beleefd in zijn gesprekken. Degene die links van me staat in de groep van 3 heeft Benoit. Hij is diegene die graag discussieert. Degene rechts heet Reynal.

Ben je blij dat ik een foto heb laten maken? Ik wou er graag één van mij alleen maar dat vond ik te duur. Deze kaarten kosten 0,45 per stuk. Ik heb er een grotere die 1,50 kost. Ik weet niet ik doe vandaag zal opsturen.

Ik bedank je voor alle informatie die je mij hebt gegeven over het werk. Al die kleine inlichtingen maken me blij. Ik wou altijd dit voorrecht willen hebben. Maar ik heb niet te klagen. Dankzij God krijg ik vaak nieuws van je.

Ja schat, we hebben vele redenen om God te loven. Zoals je zelf zei, het is dankzij Hem dat je de eindjes aan elkaar kon knopen. Wat zouden we doen als je dat niet kon, zouden we dan niet meer problemen hebben?

Oh! Laten we niet vergeten dat Hij in onze behoeften voorziet. Hij weet, zelfs voor we het Hem vragen, wat we nodig hebben.

Liefste Emma, ik zal je brief niet vandaag kunnen versturen omdat het nu 4u30 is en de brieven gaan om 4u weg. De brief zal dus pas de 19e weggaan. Ik zal niet eens kunnen eindigen zonder te stoppen.

Ik zou graag één van de brieven naar de familie Baudy willen sturen. Denk je dat dit hen blij zal maken?

Ze zullen het dan op hetzelfde moment als jij ontvangen.

Ik zal er eentje naar de tante van de familie Orges, naar mijn zussen en naar mijn broer sturen. Ik heb er zes van de grote groep en zes van de andere, plus de grote.

Je zegt dat de tarwe op begin te raken, je zou het moeten sparen maar ik zie dat je twijfelt om minder varkens te hebben. Zoveel werk zul je in de zomer hebben. Dat baart me zorgen voor je gezondheid, het maakt me zelfs ongerust.

Kan je niet anders doen?

En denk je dat je hooi overhoudt voor volgend jaar?

Dat is te veel piekeren. Ik laat het dus vallen en zal je over de gewoontes schrijven van het land. We zien bijna niets van cultuur. Hun grootste inkomst is het hooi en het telen van dieren met hoorns.

Ik moet snel stoppen, ik kan de brief vandaag nog versturen.

 

Ik kus je snel maar zacht.

Je liefste schat

Reymond

 

De postbediende wacht op mij.

17 maart 1915

41e brief 17/3 sector 141

 

Mijn allerliefste,

Straks zal ik op een vrije plek op één van je kaarten schrijven. Nu ik een moment heb, blijf ik met je praten. Ik heb net je brief nr 45 van 9 maart ontvangen. Je hebt waarschijnlijk op de enveloppe gezien van mijn vorige brief dat ik opnieuw van sector ben veranderd. Het is nu nr 97. Ik denk dat we binnenkort opnieuw zullen veranderen.

Je vertelt in je brief dat Cros ziek is geworden en dat hij werd afgevoerd. Ik heb hem niet gezien ondanks dat ik in dezelfde omgeving zat. Ik ben zelfs langs hun logeerplaats gelopen. Je vindt het waarschijnlijk grappig dat we elkaar niet gezien hebben terwijl we zo dicht van elkaar waren. Het is simpel, wanneer we samen lopen, kunnen we niet individueel stoppen. Men moet samen blijven. Als iedereen zou blijven staan waar hij wou, zou het een echte wanorde worden.

Je zegt me dat je meer praat dan ik, dat is ook zo maar je merkt dat je gemakkelijker kan schrijven en dat je interessantere dingen te vertellen hebt.

Je vertelt me over het werk, de vrienden die je ziet en die ik ken. Je bent vrij mij te vertellen wat je wilt. Dat kan ik niet. Ik kan je niet vertellen wat ik allemaal zie want als mijn brieven geopend zouden worden, zouden ze in beslag genomen worden en zou ik problemen kunnen krijgen. Ik zou je zo graag lange brieven willen schrijven maar ik heb vaak niet de tijd ervoor. Ik heb hetzelfde als jou, wanneer ik begin met schrijven denk ik dat ik een hele lange brief zal schrijven maar dan vergeet ik wat ik wou schrijven. In het begin van de brief zei ik dat we van sector zijn veranderd maar ik denk niet dat dat helemaal klopt. Er is een ander Bataljon in hetzelfde dorp en zij hebben nog steeds nummer 141. Ik denk dat je momenteel nog steeds hetzelfde nummer kan gebruiken.

Indien ik het zeker weet voordat ik de enveloppe sluit, zal ik het op de brief of op de enveloppe schrijven. Je brieven zullen in elk geval bij mij terecht komen als het nummer van het Bataljon erop staat.

De voorbije dagen was het prachtig weer maar de sneeuw smelt niet op de hoogtes. We hebben echter geen last van de kou.

Het is een grote zegen voor ons en de families dat we weten dat we niet lijden. Ik ben bang dat je zieker bent dan wat je mij vertelt. Waarom ga je geen dokter raadplegen? Het zou me blij maken. Verzorg je goed en blijf zoveel mogelijk in de warmte. Ik zou het niet verdragen als ik wist dat je erg ziek was.

Je vertelt dat je misschien vluchtelingen zult hebben. Dat is goed, men moet zijn welzijn delen met diegenen die in nood zijn. De Heer vindt dat mooi. Maar vooral in het begin moet je oppassen. Je weet nooit met welk soort mensen je te maken hebt. Let vooral op wat je vertelt. Ik herinner mij de brochure waar je het over had, die we van Gaillard hadden gekregen.

Je kunt niet weten hoe gelukkig ik zou zijn met een foto van jou en Georges maar dat je waarschijnlijk veel moeite vragen.

Beste vriendin, ik ga nu voor de derde keer door met het schrijven van deze brief en heb nu nog een half uur aan jou te besteden. Je zult het gemerkt hebben, mijn gedachten zijn onsamenhangend.

Ik stuur je samen met deze brief een paar van jouw vriendelijke brieven. Ik denk dat ze jou bereiken.

In een volgende brief zal ik je beelden van het landschap sturen. Dan kan je er je eigen oordeel over vellen. Ik voeg hierbij de brief die Courret mij stuurde.

Doe de groeten aan zijn familie en aan al onze vrienden.

Ik kus je hard in gedachten wachtend op de goedkeuring van God om het in levende lijven te doen en stuur je vele zachte knuffels.

 

Je liefhebbende man die van je houdt.

Reymond

Militaire Ansichtkaart 17/3 15

 00000001

Liefste Emma,

Ik heb je gisteren een brief gestuurd met op de enveloppe nummer 40. Ik ben het vergeten op de brief zelf te schrijven. Vandaag is het de 41e, ik zal je niet lang schrijven. Als ik kan, zal ik het verlengen voor ik de enveloppe dicht doe. Werden mijn brieven nooit geopend? Men ziet het gemakkelijk. Men knipt ze open en dan doet men ze met plakband weer dicht. Jouw brieven werden nooit geopend. Het is goed dat je telkens je adres aan de buitenkant schrijft.

Vandaag stuur ik ja al diegenen die ik heb ontvangen op de laatste na.

Je liefhebbende.

Reymond

 

Vanbinnen een brief van Emma Molle, nummer 43 van 2 maart 1915.

 

11 maart 1915 Bergerons 47e brief ER ontvangen op 18/3

 

Mijn liefste schat,

 

Voor ik ga slapen ben ik blij een ogenblik met jou te praten. Ik zal niet lang blijven, ik ga het koud hebben omdat ik mijn blouse heb uitgedaan. Ik ging slapen toen ik zag dat het nog niet laat was. Bovendien ben ik nog niet moe en begin ik een poosje te schrijven.

Gisteren heb ik er één naar Fringuet gebracht die ik nummer 45 gegeven heb. Ik heb me vergist, het was 46. Vandaag zijn we dus aan de 47e. Ik weet niet wat de tramway de laatste dagen doet, hij is niet regelmatig, ik hoor hem nu. Hij moet omhoog en heeft maar 3u vertraging… Eergisteren heeft hij de nacht in Fringuet doorgebracht. Ik heb er niet aan gedacht mevrouw Pommaret te vragen waarom dat was. Misschien was het ontspoord, ik weet het niet. Mevrouw Charlon was een beetje moe. Ik ben bij haar binnengegaan; ze heeft chocolade gegeven die al een paar dagen voor Georges klaar stond zei ze. Ze wachtte op het goede moment om het hem op te sturen. Ik zou haar moeten belonen. Ze heeft al meerdere keren zo gehandeld en ik breng haar niets. Ze verwacht het niet, daar ben ik zeker van. Het is enkel uit affectie dat ze dit voor mij doet.

Vandaag heb ik met vreugde je 36e brief ontvangen van de 7e. Het is maar in 4 dagen bezorgd geweest. Dit was enkel bij de tweede gebeurd die je mij stuurde sinds je in het oosten bent. Meestal doen ze er 7 of 8 dagen over in plaats van 4 of zelfs 5. Je brief nummer 35 is echter niet aangekomen. Is deze verloren gegaan of zal ik het nog later krijgen? Ik vraag het mij af. Toen ik de datum en de nummer van de brief zag was ik bang dat je in de 35e een postwissel of een foto had gestuurd. Ik ben snel gerustgesteld geweest voor de postwissel. Wat de foto betreft, je praat er niet over dus ik ga er van uit dat je die nog niet gestuurd hebt. Ik zou het echt jammer vinden als het verloren zou gaan. Het zijn onze goede buren die mij de brief hebben gegeven. Ik was niet blij met de postbode. Dat dit niet snel opnieuw gebeurd want ik zou het niet verdragen dat dit 3 keer gebeurd zonder dat ik hem iets zeg. Hij mag ze aan oom Eugène geven wanneer hij ’s morgens wijn brood gaat halen, dan heb ik ze zelfs een paar uur op voorhand, maar aan niemand anders. Ik hoop dat hij het niet meer zal doen. Hij deed het vroeger niet.

Daarstraks keek ik naar de kat die met zijn snorharen bezig was. Ik zei tegen mezelf dat het was om het ontvangst van één van je lieve brieven die ik morgen zou krijgen te vieren. Behalve de 35e verwacht ik geen nieuwe brieven voor enkele dagen deze keer.

Zo, mijn schat ik laat je tot morgen, als God het wilt, ik ga slapen. Misschien zal ik je in een paar dromen zien, dat gebeurt soms. Nog niet zo lang geleden werd ik wakker toen ik van huis vertrok om je te zien. Welterusten, ik omhels je stevig in gedachten in afwachting het in het echt te mogen doen, indien God het ons toelaat.

 

Vrijdag 12

Ik ga door met praten, maar wat kan ik je vertellen, ik weet het niet goed. Denk je dat we binnenkort 40 dagen niet naar elkaar mogen schrijven?

Hier wordt het vaak gezegd, maar ze zeiden maar 1 maand. Ze hadden zelfs de datum vastgelegd. Indien dit waar was geweest, zouden we nu in die periode zijn. Er werd zelfs gezegd dat het in Valence en Saint-Péray ophing. Op een dag heb ik het gevraagd aan Mr Fournier, kleermaker in Alboussière. Mijn vader heeft door hem een fluwelen broek laten maken. Onderweg heeft hij ze gebracht. Even ter zijde, de prijs van fluweel is ook gestegen. Dus, Mr Fournier heeft me gezegd dat het zeker niet officieel was, hij geloofde niet dat het in Valence zou hangen en niet in Alboussière. Men moet hopen dat het niet het geval zal zijn. Je zei dat je zou afzien als je niets meer van mij zou krijgen maar hier wordt gezegd dat de militairen wel nog nieuws zouden krijgen van hun familie. Wij zouden niets meer ontvangen. Denk je niet dat ik dubbel zoveel zou afzien? Je bent meer in gevaar dan ik. Ik zou het dus heel lastig vinden als ik lang zonder nieuws zou blijven.

Heb je het pakketje ontvangen dat Emma en ik je op 3 maart hebben gestuurd? Zij heeft de verzending betaald. Ik heb er enkel het stukje boter in gezet. Ik vind het jammer dat ik er geen jam in heb kunnen doen. Ik had speciaal vijgenjam gemaakt maar de jus, ook al had ik er geen aan toegevoegd, begon over het deksel van de doos waar ik ze in had gestopt, te lopen. Ik heb al meerdere keren gedacht een kleine voorraad naar Isaac te sturen. Misschien zou jij niet akkoord gaan? Hij heeft meerdere keren geld of andere dingen aan zijn ouders gevraagd. Ik zou hem maar één kilogram sturen. Met de post kan men niet meer verzenden. Het is duurder dan via het spoor maar het gaat sneller. Nog niet zo lang geleden ontving ik een kaart van hem waarop hij zei dat hij net een goede distributie had gekregen….

Ik heb hem nog niet geantwoord. Ik heb ongeveer een maand geleden een brief geschreven. Deze zal niet toegekomen zijn aangezien hij er niets over vertelde. Hij zegt dat hij je binnenkort zal schrijven.

Je vraagt me of we de tarwe van alle klavers gemaakt hebben. Mijn vader heeft enkel die van het land van Jacques gelaten. Hij wil er aardappelen kweken. Ik overzie dit soort werk niet, mijn vader heeft er meer verstand van, begrijp je? Op de binnenplaats gaat hij klavers en haver telen; hij zou gisteren gezaaid hebben als het mooi weer was geweest. Ik heb voor 9 fr aan klavergranen gekocht. En zeggen dat we het onze hadden kunnen sorteren. Ik hoop dat de ratten het niet zullen opeten, het is opgestapeld naast de kolen. Mijn portemonnee is leger geworden de laatste tijd. Ik heb de intresten van Passas, Trappier en Chapelle van St. Loup betaald. Vorige week om te slachten heeft het wat geld gekost. Ik heb het niet door Barbier laten doen. Hij neemt 1,50 om te doden, en om vet te mesten vraagt hij 5 fr werd mij verteld. Ik heb het hem niet gezegd. De dag ervoor ben ik het aan Henriette van Tracoulet gaan zeggen. Ze heeft ons voor een paar dingen geholpen gedurende enkele dagen. Ik wist dat ik het niet mocht aanraken met mijn abces aan mijn vinger en mijn trekpleister die mijn arm stijf maakt. Alles gaat nu beter, ik heb enkele dagen kunnen rusten, ik hoop dat ik mijn bezigheden ga kunnen herpakken zoals gewoonlijk. Misschien zal ik maandag naar Valence gaan. Moeder is er 2 keer naartoe gegaan. De laatste keer zou ik pijn hebben gehad om mijn mand een halve dag op deze arm te dragen. Deze week heeft Viauja ons geholpen. Het is vandaag de vierde dag, oom Eugène de derde. Als ze morgen komen, zal ik geld uit de grote geldbuidel moeten halen. Ik heb bijna al mijn spaargeld van de markten uitgegeven. Zoals je weet zijn mijn markten nooit erg groot! En de kosten zijn erg hoog. Viauja neemt 2fr, ik weet niet of oom ze zal verhogen. Hij heeft ons deze maand niet geholpen geloof ik. Desondanks ben ik blij ze te vinden. Voor mijn vader is het onmogelijk om alles alleen te doen. De voorbije dagen maken ze mooie houtblokken. Als het mooi weer was geweest, dat het niet had gevroren, hadden ze daar niet moeten werken. Gisteren en vandaag is het zachter, de wind waait minder hard (de wind had zelfs het hooi omvergeblazen). We hebben het gisteren opnieuw gestapeld. De familie Baudy heeft het al minstens 4 maanden op de grond liggen. Door de regen kunnen ze het nooit volledig droog krijgen om het opnieuw te kunnen stapelen. Dus de afgelopen dagen en vandaag verslepen mijn vader en oom de kastanjeboom die ze hebben neergehaald, enkele dode eiken uit Montchastel en het hout dat mijn vader in de velden van Bellin had, terwijl Viauja ze splijt. Het weer is hen dus gunstig. Ik ga opnieuw klaver koken voor de koeien. Met al het werk wil ik niet dat ze hun melk verliezen, de boter is te duur. Moeder heeft het laatst toen ze het droeg 1,65 of 1,70 gewogen. Ik had er 5 pond voor in 10 dagen! Deze keer zal ik er een beetje meer hebben, ik zal er geen meer aan Génisse geven. Ik hoop snel een kalf van Faïne te hebben, de leidster komt denk ik eind mei maar ik ben mijn notitieblok verloren waar ik het in had geschreven. Ik weet niet waar ik gezet heb.

 

Wat de varkens betref hebben we er 3. De zeug en de 2 geboren in augustus. Ik dacht de zeug vet te mesten en een jongere te kopen als ze geen biggetjes kreeg. Mijn ouders raden mij aan ze te vervangen zodat we haar in de zomer, tijdens de werken, niet hebben. We zouden er 3 overhouden en misschien kopen mijn ouders een kleine voor hen, wat 4 maakt. We denken dat ze biggetjes zal krijgen dus laten we nog niet denken aan haar vet te mesten of een nieuwe kopen zolang we het niet zeker weten. Blijven de 2 jonge over. Ze zijn mooi, vooral één voor een wintervarken. Ik heb bijna zin ze vet te mesten. Mijn vader zegt dat ze niet veel dikker zullen worden, wat zeker is. Maar ik zie in dat als we in de loop van mei biggetjes hebben, de werklast hoger zal worden. We zullen ook niet met veel zijn en de werkkrachten zullen duurder worden als de oorlog tegen dan niet gedaan is. Natuurlijk indien ik ze niet vetmest, is het jammer om ze nog zoveel granen te geven. Tot de winter zullen ze tijd hebben om zonder die granen groter te worden. De granen raken op. Stel je voor, we hebben er 4 vetgemest; de 2 dikke hebben veel gegeten om zo weinig op te brengen. De vaars moet er hebben. Een handvol zou ook geen kwaad doen aan het paard maar zij kan wel zonder. Ook de koeien moeten er hebben wanneer ze kalven zullen hebben, en de zeug. Ik moet er ook wat inleveren om tarwe van te maken. Ik hoop er genoeg te hebben maar men kan het goed op voorhand berekenen. Nu ik het over de dieren heb, de Miraille (?) is bijna doodmoe. Ik wou ze laten doden bij Barbier maar ik heb de moed niet gehad. Je zult mij gek vinden, ik ben er zeker van maar wat wil je? Het is de waarheid. Vorige week zijn ook drie geitjes overleden die te vroeg werden geboren. Ze blijken heel goedkoop te zijn, het is geen vlees dat lang houdbaar is.

 

Maak je geen zorgen om mij. Je kunt geloven dat ik niet ziek ben. Wat ik heb is onbeduidend. Ik krijg net je 35e briefkaart en een andere van de 8e in welke ik zie dat je mijn pakketje hebt gekregen. Ik zal dus stoppen om deze aan de postbode te geven. Georges is in goede gezondheid. Hij amuseert zich. Hij begint al enkele letters te herkennen en hij is erg attent bij zijn kleine lessen.

Ik kus je veel. Ik dacht je nog langer te spreken maar aangezien de postbode er is, laat ik je.

Vele kussen van je liefste schat,

 

Emma

16 maart 1915

40e brief     Sector 97

 

Mijn liefste Emma,

We zijn opnieuw in Frankrijk. We hebben vanochtend de grens overgestoken. Overal ligt er sneeuw. De weg die aan het noorden van de berg ligt was ijsglad. Dit maakte het lopen veel moeilijker.

Gisteren hadden we ook van kamp veranderd en logeerden we in een weeffabriek. Momenteel is deze leeg. Ik heb kunnen zien hoe goed deze was ingericht, met het oog op het welzijn van de arbeiders. Er zijn, om hun eten te verwarmen of warm te houden, grote platen in gietijzer die met stoom verwarmd worden. Hetzelfde voor de kamers waar het weefgetouw staat. Er zijn ook douches. In de dorpen heb ik ook opgemerkt dat ze veel hebben gedaan om de toegang tot water te vergemakkelijken. Er zijn overal waterreservoirs. In de hoofdstraat zijn er genoeg zodat elke familie zich kan wassen. Ik stuur je een kaart die niet frans is om het je te laten zien. Deutsches betekent Duits. De baas van het huis waar ik 15 dagen ben gebleven wou het mij absoluut geven als aandenken. Ik denk niet dat je het geschrift zult kunnen ontcijferen. Ik ken maar een paar woorden. Ik heb een + gezet bij het huis waar ik logeerde. Boven en links verbleef een deel van mijn sectie.

 

Ik kus je zacht,

Reymond.

 

Mijn liefste kleine vrouw…

Ik blijf nog een beetje met je praten. Als ik je echt kon spreken, zou ik je zoveel dingen vertellen. Je zou moe worden van al dat gepraat.

Het dorp waar ik nu verblijf ligt maar op een paar kilometers van de grens. Ik logeer bij oudere mensen die mij meteen een bed hebben aangeboden. Overal in dit land kan men alleen de mensen prijzen. Je hoeft je geen zorgen om me te maken maar ik verlang heel erg naar nieuws van jou. Ik heb la lang niets meer van je ontvangen, 5 of 6 dagen. Ben je ziek? Want ik weet dat de brieven niet verloren gaan. Ben je boos schat, of ben je ontmoedigd? Het is waar dat ik veeleisend ben, ik zou te vaak je brieven willen ontvangen. Ondanks dat ik je dit zeg, moet je je niet verplichten voelen te schrijven. Ik zal in deze enveloppe één of twee van je oudste brieven zetten. Ik denk dat je alles zal ontvangen. Indien ik tijd heb en God het toelaat, zal ik je morgen opnieuw schrijven. Doe de groeten aan al de vrienden en kus je ouders voor me.

Sorry dat ik je niet langer schrijf.

 

Vaarwel schat, dat God je zegent en je beschermt. Ik kus je zachtjes op je twee wangen.

Je man

Reymond

 

P.S. Kus onze kleine Georges.

13 maart 1915

 12 uur

 

Beste Emma

Gisteren wist ik niet of ik je de postwissel ging kunnen sturen. Ik heb hem net gekregen dus je krijgt het met deze brief.

Heb je het pakketje ontvangen die ik je onlangs heb opgestuurd met de sjaal en de handschoenen in? Ik denk van wel.

Vaarwel schat, tot binnenkort.

Ik zal proberen je vaker te schrijven want deze keer heb je lang moeten wachten.

 

Ik zend je veel knuffels.

Reymond